* Naturalis biedt Verheijen na twee jaar excuses aan

Wat lange tijd onmogelijk leek, het vinden van een voor alle partijen bevredigende oplossing voor het langjarige conflict tussen architect Fons Verheijen en de Stichting Biodiversity Center Naturalis, is nu kennelijk wel gelukt: er is tussen de strijdende partijen overeenstemming bereikt over een schikking.



Vandaag, 20 maart 2017 verscheen daartoe een persbericht met als kop:

Schikking bereikt tussen Naturalis en Verheijen

"Tussen Stichting Naturalis Biodiversity Center (Naturalis) en de heer Fons Verheijen, architect, is een schikking bereikt ter beëindiging van het tussen hen lopende geschil over de verbouwing van het Naturalisgebouw. Onderdeel van deze schikking is dat zij dit persbericht gezamenlijk naar buiten brengen.
De heer Verheijen is de architect van het door Naturalis geëxploiteerde Naturalisgebouw. Naturalis is voornemens dit gebouw ingrijpend te laten verbouwen en daarnaast nieuwbouw te plaatsen, een en ander op basis van een door Neutelings Riedijk Architecten B.V. ontworpen plan. De heer Verheijen heeft vanaf het moment van kennisneming van de bedoelde plannen aan Naturalis laten weten dat Naturalis met uitvoering van deze plannen inbreuk zou maken op zijn auteursrechten, dat hij zich hiertegen zou verzetten en dat hij niet geïnteresseerd was in financiële compensatie in ruil voor het accepteren van deze inbreuk op zijn rechten [..]".



In de voorbije twee jaar ontwikkelde zich de prototypische strijd van de eenling tegen de grote, kapitaalkrachtige organisatie. Vanaf het prille begin hebben we collega-architect Verheijen gesteund, eerst met publiciteit en later met inhoudelijk onderzoek [zie ook BOX-bericht 1.723 hieronder]. Was in aanvang de toon gericht op het bereiken van een oplossing, langzaam maar zeker ontwikkelde zich een spijkerhard conflict waarin partijen steeds verder van elkaar af kwamen te staan. Als illustratie daarvan onze > eerste (hierboven) en > laatste opiniebijdrage (hieronder) in het Leids Dagblad.



Het actuele persbericht vervolgt:
"[..] Zodra de heer Verheijen kennisnam van het definitieve ontwerp voor de verbouwing van het Naturalisgebouw, is hij een rechtszaak begonnen bij de rechtbank Den Haag, waarin hij onder meer heeft gevorderd dat Naturalis verboden wordt uitvoering te geven aan de voorgenomen verbouwing van het Naturalisgebouw.
Naturalis heeft er toentertijd voor gekozen de voorgenomen verbouwing van het Naturalisgebouw voort te zetten. In dat laatste kader heeft Naturalis onder meer in de zomer van 2016 het museum gesloten voor het publiek en heeft zij een aannemer, J.P. van Eesteren B.V., gecontracteerd. Daarmee aanvaardde Naturalis, ondanks alle destijds genomen maatregelen, belangenafwegingen en verkenningen, ten behoeve van de nieuwbouw, het risico dat zij in een vergevorderd stadium van de voorbereiding geconfronteerd zou worden met een rechtelijk verbod op uitvoering van de betreffende plannen.[..]"



Na behandeling van de bodemprocedure in april vorig jaar kwamen de drie rechters na negen maanden (sic!) met hun tussenvonnis waarin Verheijen gelijk kreeg: zijn Naturalisgebouw wordt door de verbouwing verminkt. Ondanks deze uitspraak (ver)bouwde Naturalis overstoorbaar door. In Kort geding werd daarom een bouwstop gevorderd, en opnieuw kreeg Verheijen gelijk, nu van de voorzieningenrechter.
Het persbericht vervolgt:

"[..] In de rechtszaak heeft de rechtbank bij vonnis van 25 januari 2017 geoordeeld dat Naturalis bij uitvoering van de bedoelde plannen voor verbouwing van het Naturalisgebouw inbreuk maakt op de auteursrechten van de heer Verheijen. De rechtbank wenste echter eerst nader geïnformeerd te worden alvorens te beslissen over de door de heer Verheijen ingestelde verbodsvordering.
In vervolg op het bedoelde vonnis heeft Naturalis gesteld dat toewijzing van het verbod tot tientallen miljoenen Euro's schade, ten minste viereneenhalf jaar vertraging voor de opening van het museum en grote gevolgen voor de werkgelegenheid bij Naturalis zal leiden en voorts tot substantiële schade zal leiden bij door Naturalis ingeschakelde derden. [..]"



Naturalis gaf echter geen krimp en procedeerde door. Ze tekenden hoger beroep aan tegen de bouwstop, via een zogenaamd 'turbo-spoed-appèl' dat eind maart zou dienen bij het Gerechtshof in Den Haag.
De mogelijk destructieve gevolgen van een langdurige bouwstop - voor de medewerkers van Naturalis, maar vooral ook voor de vele onderaannemers van J.P. van Eesteren - hebben Verheijen uiteindelijk doen besluiten een schikking te overwegen.
Het persbericht zegt daarover:

"[..] Omdat de heer Verheijen wilde voorkomen dat de handhaving van zijn rechten de door Naturalis geschetste gevolgen zou hebben, is hij ermee akkoord gegaan dat Naturalis de voorgenomen verbouwingsplannen alsnog zal doorzetten.
In ruil voor deze tegemoetkoming is een reeks maatregelen overeengekomen die onder meer tot doel hebben ervoor te zorgen dat deze schikking niet als beloning voor het door Naturalis gevoerde beleid kan worden ervaren.[..]"



Vervolgens bespreekt het persbericht de compensatie voor Verheijen:

"[..] Om die reden zal Naturalis een bedrag van € 1,5 miljoen overmaken aan een nog door Verheijen op te richten ideële stichting die tot doel heeft het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek en van architectuur in brede zin. Deze gelden zullen niet ten goede komen aan de heer Verheijen.
Wel zullen de door de heer Verheijen gemaakte advocatenkosten en andere kosten door Naturalis worden voldaan en hij zal een tegemoetkoming ontvangen in de door hem geleden schade.
Naturalis zal gedurende ten minste tien jaar een virtueel museum beschikbaar stellen waarin het gehele interieur van het voormalige museum in het door de heer Verheijen ontworpen Naturalisgebouw raadpleegbaar zal zijn.[..]"



Nu volgt wat ons betreft het belangrijkste deel van het persbericht. De expliciete excuses van Naturalis, maar ook de melding dat Verheijen als architect definitief afstand doet van het belangrijkste gebouw in zijn oeuvre. Waarschijnlijk moet je zelf architect zijn om te begrijpen wat een dergelijk besluit betekent... Alleen de toren blijft van zijn hand. Zoals maar weinigen weten is die toren niet alleen een belangrijk stedelijk markeringspunt voor Leiden, maar is deze met zijn geklimatiseerde spouw nog steeds uniek in de museumwereld.
Het persbericht spreekt hierover slechts kort, maar glashelder:

"[..] Naturalis heeft de heer Verheijen excuses aangeboden voor de wijze waarop zij deze kwestie heeft behandeld.
De heer Verheijen wenst dat alleen nog de van het Naturalisgebouw onderdeel uitmakende toren aan hem zal worden toegeschreven.
Na verbouwing beschouwt hij de rest van het Naturalisgebouw niet langer als zijn werk.[..]"



Nadat nota bene vier rechters Verheijen hebben gesteund in zijn rechtmatige protest, zette hij tenslotte de grootmoedige stap naar een schikking. De zaak is nu hopelijk definitief gesloten.
Het persbericht sluit af met een wat obligate zwijg-clausule:

"[..] Buiten dit bericht zullen de heer Verheijen en Naturalis (behoudens in het geval van elkaars toestemming) geen uitspraken doen over de inhoud van de overeenkomst of over het geschil dat hen verdeeld heeft gehouden."
Waar Naturalis zich direct al niet aan houdt door vanmorgen een > eigen persbericht (over het realiseren van hun droom ;-) online te zetten...
Hun 'droom'-kop vinden we meteen ook terug bij > de Architect .
In het > AD gaat Naturalis zelfs nog een stap verder: "Volgens woordvoerder Corine van Impelen heeft de directie van het museum 'gemengde gevoelens' over het akkoord. We zijn natuurlijk blij dat we door mogen met de verbouwing, maar het is wel een gigantisch bedrag."
Heeft de directie gemengde gevoelens? Dat heet geloof ik een gotspe.

Naschrift 17.00 uur: We sluiten af met de laatste alinea van onze eerste opiniebijdrage van meer dan twee jaar geleden, die kennelijk op wonderbaarlijke wijze aansluit bij de recente ontwikkelingen:
"[..] Met eerbied voor de waardevolle kwaliteiten van het bestaande gebouw en met respect voor het vastgestelde programma voor de nieuwbouw moet het toch kunnen lukken om een voor allen acceptabele oplossing te bereiken. Eerdere voorstellen daartoe zijn telkens gestrand. Hier ligt mijns inziens een schone taak voor Elco Brinkman, de recent benoemde voorzitter van de Raad van Toezicht van Naturalis. Immers, in zijn lange maatschappelijke carrière, onder meer in de bouwwereld, heeft hij wel voor hetere vuren gestaan."
Als we de eerdere berichten van Naturalis van vandaag mogen geloven (waarin naast de inbreng van hun adviseurs bij de oplossing, ook die van hun RvT expliciet werd benoemd) had die toenmalige slotpassage zelfs een voorspellend karakter.
Reageren? mail Kees van der Hoeven.
[Zie hier voor het volledige persbericht. Tenslotte is vermeldenswaard dat morgen op 21 maart 2017 nog de uitgebreide motivatie van de voorzieningenrechter bij het recente vonnis in Kort geding zal verschijnen. Zodra dat er is, vermelden wij dat hier.] - 20 maart 2017 - BOX 1.725


* Waar komen die VROM-serre's eigenlijk vandaan?

Binnenkort wordt het gerenoveerde en uitgebreide overheidsgebouw aan de Rijnstraat 8 in Den Haag opgeleverd. De architecten van OMA maakten het winnende ontwerp, maar tijdens de uitwerking werd ook de oorspronkelijke architect - nu Ector Hoogstad geheten - bij de verbouwingsplannen betrokken. Architect Jan Hoogstad was immers de geestelijk vader van het voormalige ministeriegebouw van VROM, met die robuuste kamvormige plattegrond en met de gebouwhoge glazen serre's.
Vorig jaar hielden we ons intensief bezig met de beschrijving van dat gebouw door Bernard Colenbrander c.s. (we vergeleken die zogenaamde waardestelling immers met een tekst van dezelfde auteurs over museum Naturalis in Leiden - zie artikel hieronder) en zo ontdekten we dat de in die beschrijving genoemde bronnen voor de in het gebouw toegepaste serre's op zijn minst incompleet zijn. Een omissie die we Colenbrander als auteur van dit wetenschappelijke stuk (en Ed Taverne als expliciet vermeld klankbord) daarom graag onder de aandacht brengen.



In genoemde tekst vertellen Colenbrander c.s.: "De gekozen serretypologie koppelde Hoogstad historisch aan de serres uit de Indische wijk in Den Haag (Archipelbuurt). Deze werden uitvergroot voor VROM. Zo werden de serres opgevoerd als een typisch Haags fenomeen. Dit was echter niet het 'echte' verhaal achter de typologische keuze, aldus Hoogstad. Dat was intuïtiever en had te maken met ruimtelijke ervaring en sequentie van ruimten. Dit verhaal dacht hij echter niet te kunnen gebruiken als onderbouwing van zijn serreconcept, omdat ruimtelijke ervaring moeilijk uit te leggen is. 'Het gaat over het imaginaire en de sequentie van ruimtes. Door een andere ruimte (serre) naar buiten kijken maakt bijvoorbeeld dat de maat van die tussenliggende ruimte de schaal aangeeft. Het verhaal over de serres in de Indische wijk werd ondersteund door de heren Lemstra, Evers en Bekker. Daarmee werd het mogelijk VROM toch te bouwen, ondanks constante 'oorlog' met de inspraakgroep'. [...]"



Een tweede bron werd door de auteurs gevonden aan de hand van bestaande gebouwen, waarin al een vergelijkbaar groot atrium voorkwam: "[...] De oplossing van Hertzberger werd bestudeerd, maar voor de noviteit van een kantoortype dat zich van een binnenatrium bediende, werd vooral verwezen naar de Ford Foundation in New York (1963-68) van Kevin Roche en John Dinkeloo. Dat gebouw lijkt ook een voorloper van het later door Hoogstad ontworpen Unileverkantoor in Rotterdam. Hoogstad combineert ze in het VROM-gebouw: de basisfiguur van kantoordelen uit het General Motors Building met het atriumprincipe uit de Ford Foundation. [...]"



Uit eigen ervaring kan ik echter nog twee belangrijke bronnen voor die serres noemen. De eerste hoorde ik van Hoogstad zelf tijdens de eerste presentatie van zijn schetsontwerp voor het Haagse ministerie van VROM aan de toenmalige Directeur Generaal van de Rijksgebouwendienst. Ik beschreef die voor mij historische bijeenkomst uit de jaren tachtig in 2012:
"Ik zie hem nog zo voor me, toen ik als architect bij de Rijksgebouwendienst de projector bediende bij de eerste presentatie van zijn ministerieontwerp aan de Directeur Generaal. Architect Jan Hoogstad kon dat als geen ander: 'Kijk, meneer Loschacoff, in Nederland hebben we kozijnen met dubbelglas. Ik laat in de kantoorvleugels die binnenste ruit gewoon zitten, maar ik pak die buitenste ruit op en plaats hem tussen de 'tanden' van mijn 'kam'-vormige opzet. Met als resultaat: meer dan een halvering van het geveloppervlak.' Je zag de DG van zijn stoel vallen en het nieuwe, duurzame ministeriegebouw voor VROM had zich als vanzelf verkocht. [...]"



Nog belangrijker als bron is de bijeenkomst voor Carel Weeber op 15 september 2005 in het Nederlands Architectuurinstituut ter gelegenheid van zijn afscheid van ons land; hij reisde aansluitend voorgoed terug naar zijn geboortegrond in Curacao. Ik deed de volgende dag schriftelijk verslag van die ontroerende bijeenkomst:
"[...] Carel had aangekondigd vooral over zijn niet gebouwde werk te spreken, maar hij kon uiteraard niet om zijn belangrijkste gerealiseerde werk heen. Zijn chronologische overzicht was telkens doorspekt met achtergrondinformatie en anekdotes, en zo hoorden we nog enkele nieuwtjes en interessante bespiegelingen. [...] Een van de mooiste ontwerpen die Carel liet zien was het monument voor de Nederlandse onafhankelijkheid op het Malieveld in Den Haag uit 1984, waar een van de drie omliggende gebouwen volgens hem zelfs de basis vormde voor de uiteindelijke kamstructuur van het nieuwe ministerie van VROM naar ontwerp van Jan Hoogstad, die in die tijd een bureau met Carel deelde (Hoogstad, Weeber, Schulze, Van Tilburg); en inderdaad was de gelijkenis met de VROM-opbouw opvallend en zelfs het woord 'Atrium' kwam in die tekening van Weeber al voor. [...]"



De werkelijke bron voor de serres in Hoogstads ministeriegebouw ligt dus veel dichterbij dan Colenbrander c.s. beweren in hun Waardestelling Rijnstraat 8. Ondanks zijn eerder genoemde 'onderbouwingen' heeft architect Hoogstad het concept voor 'zijn' serres al in 1984 in maquette en in tekening op de tekentafel van zijn toenmalige kantoorgenoot Carel Weeber zien liggen.
Dat Colenbrander - ten overvloede nog gesecondeerd door zijn 'klankbord' Taverne - dit nergens vermeldt, valt hen te verwijten. Beide heren kennen dit belangrijke 'Stedenbouwkundig plan voor het Malieveld' van Carel Weeber immers goed. Ed Taverne beschrijft het zelfs eigenhandig in zijn boek over Weeber uit die beroemde 'Stoeptegel'- of 'Grafzerken'-serie (1991) over Nederlandse architecten van Uitgeverij 010 (pagina 82-83). En Bernhard Colenbrander was redactiesecretaris van die gehele reeks.
Waarvan akte.
Reacties? mail Kees van der Hoeven.
[Zie hier voor de complete tekst van de Waardestelling VROM van Colenbrander c.s. En zie ook ons eerdere BOX-bericht 1.115 over de laatste lezing van Carel Weeber. Tenslotte hier info over het 010-boek over Weeber van Ed Taverne.] - 27 februari 2017 - BOX 1.724


* Rechtbank steunt auteursrechten Fons Verheijen



Gisteren, donderdag 25 januari was een bijzondere dag. Ruim negen maanden na de zitting op 01 april 2016 wees de meervoudige kamer van de Rechtbank Den Haag vonnis in de rechtszaak die architect Fons Verheijen begin 2015 had aangespannen tegen de Stichting Naturalis Biodiversity Center (verder Naturalis). In de dagvaarding stelde Verheijen een aantal vorderingen: inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten door de verbouwing en uitbreiding van zijn bestaande Naturalisgebouw (naar ontwerp van Neutelings Riedijk Architecten), misbruik van bevoegdheid door de voorgenomen vernietiging van het naastgelegen Darwin House, en hij vraagt de rechter om een verbod om tot uitvoering van de verbouw- en nieuwbouwplannen over te gaan.
Het vonnis van gisteren omvat 34 pagina's en is zodoende te uitgebreid om hier integraal te bespreken, zeker voor wat betreft de strikt juridische kanten van de zaak. Omdat we als adviseur van Verheijen betrokken waren bij de inhoudelijke voorbereiding van de behandeling, kunnen we hier wel een aantal opmerkingen maken over de architectonische aspecten van de zaak.



Het vonnis was duidelijk en bestond globaal uit drie delen: Het Darwin House mag gesloopt worden (Naturalis heeft het naastgelegen kantoorgebouw van de hand van Verheijen vooruitlopend op die uitspraak eind vorig jaar al afgebroken). Er mag naast het bestaande gebouw van Naturalis een uitbreiding worden gerealiseerd (inmiddels heeft Naturalis de bouw aanbesteed en worden door aannemer J.P. van Eesteren de eerste voorbereidingen getroffen aan het bouwterrein en de bouw van het ketenpark).
Tenslotte wordt de geplande verbouwing van het bestaande gebouw door de Rechtbank verboden (en gelukkig is die verbouwing nog niet gestart, getuige de gisteren genomen foto onderaan dit bericht).



Na de in het voorjaar van 2013 door Neutelings Riedijk gewonnen Europese aanbesteding hebben er verschillende vormen van overleg plaatsgevonden met Verheijen als oorspronkelijke architect. Dat overleg verliep stroef en leidde niet tot overeenstemming over de gedachte plannen. In de loop van 2013 heeft Naturalis aan Prof. Dr Bernard Colenbrander (hoogleraar aan de TU Eindhoven) gevraagd om een zogenaamde 'wetenschappelijke waardestelling' te maken van het bestaande gebouw van Verheijen. Dat was op zijn minst opmerkelijk, omdat het gebruikelijk is om een dergelijke waardestelling te maken voordat de architectenkeuze voor een grootschalige aanpassing aan de orde is. Colenbrander deed dat immers al eerder, zoals in het geval van de waardestelling van het voormalige ministerie van VROM van de hand van architect Jan Hoogstad.
Waar dat stuk over VROM gewoon openbaar is, zoals het hoort met wetenschappelijke stukken, is het ons tot op heden niet gelukt om een exemplaar van de Waardestelling Naturalis te verkrijgen. Omdat het stuk later door Naturalis werd ingebracht in de rechtszaak hebben we het grootste deel van de tekst kunnen lezen, hoewel er nog wel enkele tientallen pagina's uit dat oorspronkelijke stuk ontbraken.



Binnen het team Verheijen is ons gevraagd om in een notitie de waardestelling Naturalis van Colenbrander uitgebreid en geannoteerd te bespreken en deze onder meer te vergelijken met de waardestelling VROM van de hand van dezelfde auteur. Onze conclusies in die notitie waren hard en duidelijk.
De waardestelling bleek: - weinig wetenschappelijk (want nog steeds vertrouwelijk), - achteraf te zijn opgesteld (nadat de nieuwe plannen reeds waren gepresenteerd), - onvolledig (Verheijen werd in tegenstelling tot de toen al bejaarde architect Hoogstad niet bevraagd over zijn ontwerp), onzorgvuldig (bij gebreke aan een interview met Verheijen werden uitspraken van hem geconstrueerd vanuit 'tweedehands' citaten of quotes), - vooringenomen (niet de museumvisie van Verheijen, maar de eigen visie van de auteurs werd leidend), - sterk gekleurd (negatieve recensies betreffende Naturalis voerden de boventoon, positieve recensies zijn niet of nauwelijks vermeld), - soms blamerend (Verheijen wordt zelfs vergeleken met Carel Weeber, maar dan 'zonder diens intellectuele scherpte'), - negatieve (en zelfs achteraf nog negatief aangescherpte conclusies) te bevatten, - insinuerend (door bewuste of onbewuste onjuiste interpretaties) en tenslotte belangrijke fouten te bevatten (Verheijen zou wel erg goed hebben gekeken naar een natuurhistorisch museum van Paul Chemetov, terwijl het precies andersom blijkt te zijn: Chemetov vroeg Verheijen juist om steun bij zijn ontwerp voor dat museum in Parijs).



Kortom, we waren geschokt. De waardestelling diende ons inziens slechts om het Naturalis-gebouw van Verheijen architectonisch af te branden. En aldus (en zogenaamd deskundig) een onderbouwing te leveren voor de verbouwplannen van Neutelings Riedijk, die alle bestaande museumzalen immers wilden ombouwen tot depotruimte.
De twee bovenstaande beelden laten de bestaande architectonische allure van een gedeelte van Verheijens museumzalen zien. Stelt u zich eens voor dat die drie, nu nog open kwadranten worden voorzien van dichte wanden, extra kolommen en betonnen insteekvloeren om er zodoende een pakhuis van te maken. We hebben er dan ook altijd op vertrouwd dat de Rechtbank dit verbouwingsontwerp zou verbieden. Als een dergelijke aanpak wel was goedgekeurd zou alle architectuur van waarde immers vogelvrij zijn geworden...

In een tweede architectonische notitie hebben we het team Verheijen kunnen ondersteunen met een inhoudelijk en visueel overzicht van een aantal recente en geslaagde museumuitbreidingen. Waarbij naast grote ingrepen als het toevoegen van een nieuwe publieksentree de verschillende museumzalen evenwichtig werden verdeeld over oud- en nieuwbouw. Zo bespraken we de afgeronde verbouwingen van Museum het Mauritshuis in Den Haag en het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Goghmuseum in Amsterdam.
Tenslotte namen we een zevental mogelijke alternatieven voor de gewraakte aanpak van museum Naturalis onder de loep. Hieronder het beeld dat we schetsten van de actuele situatie (links in doorsnede) naast de gedachte verbouwing tot pakhuis (rechts in doorsnede). In oranje de museumzalen en in grijs de opslag-, kantoor- en laboratoriumfuncties. In de plattegrond daaronder zijn goed de vele extra kolommen te zien, nodig voor het dragen van de nieuwe betonnen opslagvloeren.





We volstaan voor nu met de afsluitende conclusie van onze tweede notitie:
"De behandelde museale voorbeelden in deze notitie laten zien dat nieuwbouw of uitbreiding bijna zonder uitzondering leidt tot een heldere en nuttige integratie van oud en nieuw, en waarbij de publieksruimte op een evenwaardige manier wordt verdeeld. De hierboven geschetste mogelijkheden voor Naturalis maken duidelijk en zichtbaar dat ook daar de publieksruimtes eenvoudig en op vele manieren kunnen worden herverdeeld over oud- en nieuwbouw. Zodat het tevens mogelijk blijft om de drie pijlers (de bewaar-, de onderzoeks- en de expositiefunctie) van Naturalis in samenhang met elkaar te ervaren. Een dergelijke herverdeling, gecombineerd met een waardiger gebruik van de ruimtelijk rijke museumzalen in het bestaande gebouw, biedt wellicht ook een of meer oplossingsrichtingen voor het gerezen geschil."

We waren daarom vooral gelukkig met de tekst onder punt 4.31 uit het vonnis van de Rechtbank: "Gesteld noch gebleken is immers dat Naturalis bij het uitoefenen van haar eigendomsrechten met betrekking tot het Naturalisgebouw - ook indien de gebruiksfunctie en de beperkte houdbaarheid van het als museum ontworpen Naturalisgebouw en de noodzaak tot herinrichting van het Naturalisgebouw in aanmerking worden genomen - geen alternatieven voorhanden heeft gehad die te verenigen zouden zijn (geweest) met het persoonlijkheidsrecht van [eiser]."
Ook de rechter stelt dus dat er betere oplossingen voor het bestaande gebouw mogelijk zijn. En gelukkig is er intern nog niets onomkeerbaars gebeurd. De bestaande museumzalen staan nu leeg, en met de verbouwing is nog niet begonnen zoals te zien op de onderstaande foto van gisteren. Laten we hopen dat Naturalis het vonnis van de Rechtbank respecteert en een verstandige pas op de plaats maakt totdat de gerechtelijke procedure formeel is afgerond. Er zijn door de Rechtbank nog twee reactiemomenten op dit (tussen)vonnis ingepland, 22 februari voor een reactie van Naturalis en 22 maart voor een daaropvolgende akte van Verheijen, waarna de definitieve uitspraak volgt. Later dus meer.
[N.B.: We hebben op 05 februari in het bovenstaande stuk de tekst onder punt 3.2.8. - uit de beschrijving van de eisen - uit het vonnis vervangen door enkele zinnen uit punt 4.31 - uit de beoordeling door de Rechtbank].

Reacties? mail Kees van der Hoeven.



[Zie hier voor persbericht van de Rechtbank Den Haag. En lees hier het complete vonnis. Tevens vermelden we nog ons eerdere BOX-bericht 1.678 over afgeblazen presentatie van het definitief ontwerp. En beluister hier ook het interview met architect Fons Verheijen dat #Sleutelstad met hem had.] - 26 januari/05 februari 2017 - BOX 1.723


* Majestatis of Modestiae?



Enkele maanden geleden volgde ik een interessante lezing van Jan Knikker, Partner Development bij MVRDV. Onder de titel 'Marketing voor architecten' vertelde hij hoe hij (van oorsprong journalist) een invloedrijke rol heeft kunnen spelen in de ontwikkeling van het architectenbureau. Een van de scherpe thema's uit zijn betoog was de analyse van verloren competities en de rol van het beeld bij dat proces. Uit de analyses was gebleken dat de beeldende voorkeur van de ontwerpende architecten maar in zeer beperkte mate aansluit bij de kennelijke ontvankelijkheid voor die presentatie bij de uiteindelijke beslissers in opdrachtsituaties. Vandaar dat hij stapsgewijs heeft gewerkt aan een andere benadering bij de presentatie van projecten. Waarbij de 'look and feel' van die beelden telkens precies worden afgestemd op de specifieke taak die ze in een dergelijk beoordelingsproces moeten vervullen. En hij werkt daarbij steeds vaker samen met Italiaanse en Chinese renderingspecialisten. Tenslotte vertelde hij dat ook alle bijdragen van MVRDV aan platforms als Twitter, Linkedin, FaceBook of Instagram nu worden afgestemd op de betreffende doelgroep.




Ik moest aan bovengenoemde lezing denken toen ik op ArchiNed las dat Mark Minkjan (stadsgeograaf en hoofdredacteur van Failed Architecture) op 15 december jongstleden met zijn tekst 'Het nieuwste gebouw op de Amsterdamse Zuidas is een plaatje - en niet veel meer dan dat' de Geert Bekaert Prijs voor Architectuurkritiek, editie 2016 heeft gewonnen.
Hij beschrijft in zijn winnende bijdrage - vooraleerst gepubliceerd op The Creators Project |VICE van 19 oktober 2015 - op soepele, maar trefzekere wijze dat het aangekondigde woonwerkgebouw Ravel Plaza op de Zuidas naar ontwerp van MVRDV er na oplevering in geen geval zal gaan uitzien als op het plaatje bij het betreffende persbericht.
Die eerder genoemde strategie van PR-man Jan Knikker bleek dus wederom geslaagd: opdrachtgever OVG sleepte de belangrijke opdracht namelijk (samen met MVRDV) succesvol binnen.



Minkjan: "Het voorstel is een mix van woningen, kantoren en voorzieningen in drie torens, die in elkaar overvloeien via geschakelde terrassen. Op die terrassen is een soort verticaal bos geprojecteerd. Het gebouw moet grotendeels 'publiek toegankelijk worden, waabij de openbare ruimte letterlijk doorloopt in en over het gebouw', zegt de directeur van OVG."
Waarop de criticus het gepresenteerde renderbeeld stapsgewijs analyseert - geen balkonhekken te zien, bomen doen het niet goed op balkons, en zouden al die balkons dan straks ook nog openbaar zijn? - en het uiteindelijk afserveert als 'make-up voor vastgoedprojecten'. Inderdaad precies wat het bedoelde te zijn, toch?
Vervolgens betoogt Minkjan dat dit soort plaatjes de discussie over architectuur 'verdoven': "Het is de drug die ervoor zorgt dat je bedwelmd wordt en alleen nog maar de positieve kanten van het feestje ziet." Om te besluiten met een hard oordeel over alle media, die zonder uitzondering de gepresenteerde beelden klakkeloos overnamen, zonder ook maar enige wezenlijke vraag te stellen over de diepere noodzaak van dit project.
Hij sluit zijn lezenswaardige artikel af met de zin: "Daarom is het zaak dat we ons minder laten afleiden door de digitale waanvoorstellingen, en ons meer richten op de vormgeving van de echte wereld; de vormgeving van de wijken, de steden en de samenleving waarin we graag willen wonen." (cursivering red.)



Tot zover is alles nog helder, Minkjan krijgt de Geert Bekaert Prijs 2016 voor zijn artikel uit handen van de nieuwe jury onder voorzitterschap van Guus Beumer. In De BOX bespraken we al eerder de jurering van de eerste Geert Bekaert Prijs voor Architectuurkritiek in 2014. Wij zijn van mening dat een prijs zo goed is als zijn jury, en we concludeerden toen dat de betreffende jury vooringenomen en belanghebbend bleek te zijn bij de keuze van de laureaten.
Aaron Betsky won de eerste prijs voor een hagiografie in meer dan 4.000 woorden over het werk van Neutelings Riedijk (die nota bene toen in zijn opdracht werkten aan de uitbreiding van zijn museum in Cincinnatti), een andere prijs ging naar architect Thomas Daniell voor een artikel over OMA in het tijdschrift MARK (OMA was destijds partner in het tijdschrift Volume van hoofdredacteur en jurylid Arjen Ooosterman) en de derde lauraat was hoogleraar Bart Verschaffel (nota bene toen de promotor van jurylid Christophe van Gerreweij).



Dit seizoen zijn Van Gerreweij en Oosterman kennelijk uit de jury getreden of geschrapt en werden alle artikelen langer dan 2.500 woorden uitgesloten van beoordeling (Betsky had dit seizoen dus niet eens kunnen winnen...). Beumer en Verschaffel werden aan de jury toegevoegd, Anne Seghers verving Marieke Berkers namens de Blauwe Kamer; Eireen Schreurs en de hooggeleerde emeritus Ed Taverne bleven. Onze vaste BOX-lezers weten wel dat we van de kwaliteiten van juryvoorzitter Guus (alias 'Gilbert') Beumer geen hoge pet op hebben. We hebben de hoofdredactie van ArchiNed zelfs nog gewaarschuwd dat ze hem niet als voorzitter zouden moeten benoemen...
Maar goed, zij waren letterlijk zelfs 'trots dat de bestuursvoorzitter van Het Nieuwe Instituut zijn kostbare (sic!) tijd hiervoor vrij wilde maken'... Dus hebben we ditmaal zelf geen kritische artikelen ingezonden, hoewel ons verslag van de meest recente Jaarboek-presentatie denkelijk best in competite had gekund. Ons inziens had het prachtige essay van de hand van Tom Avermaete ook meer aandacht verdiend.



Maar, beste lezers, wat gebeurt er dan? Op ArchiNed verschijnt op 22 december ineens een opiniebijdrage van oud-jurylid Arjen Oosterman, waarin hij omstandig beweert dat Mark Minkjan de Geert Bekaert Prijs 2016 niet had mogen winnen...
Onder de titel 'Het volk wil (vast) ook wat' betoogt hij dat deze keuze van de jury (waar hij dus zelf de vorige keer deel vanuit maakte) niet overtuigend is. Hij bestrijdt allereerst het door Minkjan gekozen project Ravel Plaza: 'Laten we het op de toevallige samenkomst van een volle emmer en een druppel houden.' Hij verhaalt over de winnende tekst van Mark en concludeert: 'De ingebrachte mitsen en maren zijn hoogstens impressies, onderbouwd wordt er niets.'
Nee, Minkjan had volgens Oosterman kennelijk een eerdere rendering moeten nemen, eentje waarvan we inmiddels het gebouwde resultaat kennen? Dan pas zou je kunnen aanwijzen wat wel, maar vooral wat niet in de realiteit gelukt zou zijn?



Zelf denk ik aan een ander plaatje van MVRDV, die nieuwe glimmende bloempot als kunstdepot voor museum Boijmans in het Museumpark in Rotterdam. Je hoeft toch maar weinig fantasie te hebben om te begrijpen dat dat beeld nooit werkelijkheid zal worden? Alleen al door de uitkomsten van de verschillende rechtszaken is duidelijk dat de volledige spiegeling - in ieder geval aan de zijde van het Kinderziekenhuis - er zelfs wettelijk niet eens zal mogen komen. En welk materiaal kennen we, dat in gebogen toestand die sfeer kan representeren, die de glimmende bloempot oproept? Moeten we volgens Oosterman eerst wachten tot dat steeds duurder wordende project klaar is, voordat we er een inhoudelijke architectonische kritiek op mogen geven?



De meest vileine zinsnede in Oostermans betoog zit echter in de voorlaatste alinea, waar hij ingaat op Minkjans gebruik van het woordje 'we': "Het gebruik van het Wilderiaanse 'we' (we, the people) op het eind van zijn verhaal had de jury de ogen moeten openen voor de populistische kaart die in het stuk gespeeld wordt."
Het is een schandelijk en ongefundeerd oordeel over de hier slechts plaatselijk gebruikte meervoudsvorm in een persoonlijk betoog. Oosterman weet kennelijk niet wat Minkjan met 'we' bedoelt: "Maar wie is 'we'? Het openbaar bestuur, de Nederlandse samenleving, de bewoners van de Zuidas, de vakgemeenschap?"

In de Nederlandse taal kennen we twee vormen van een geconstrueerd meervoud in teksten die in de eerste persoon enkelvoud (namens een 'ik') zijn bedoeld, te weten de Pluralis Majestatis (de Koning spreekt in de eerste persoon meervoud) of de Pluralis Modestiae (het zogenaamde bescheidenheidsmeervoud), soms ook wel de Pluralis Paupertatis genoemd. Vanzelfsprekend bedoelt Minkjan met het gebruik van het woordje 'we' niet de Wilderiaanse versie, die betekenis is er door Oosterman welbewust en dus valselijk ingelegd (je begrijpt overigens niet dat een oud-jurylid van deze toch prestigieuze prijs zich een dergelijke uitspraak laat ontvallen...).



In het blamerende commentaar van Arjen Oosterman doen zich trouwens twee momenten voor van het exacte woordgebruik dat hij bij Mark Minkjan juist bestrijdt. In regel negen van zijn stuk kwamen we het woordje 'we' al tegen: "Laten we het op de toevallige samenkomst van een volle emmer en een druppel houden."
Wie is 'we' in deze zin? Oosterman zelf, wij allen of hier toch ook Geert Wilders? Maar nog banaler, in een van zijn laatste zinsnedes, waar hij de gedachte kritiek tegen Minkjan nog een keer krachtig samenbalt, komt eveneens het woordje 'we' voor. Hoewel... het is erger; het woord 'we' is daar nota bene uit de tekst weggevallen: "Het waarschuwen voor de waan van de dag en het doorprikken van ballonnen lijkt me een uitstekende taakopvatting van de criticus, maar serveer dan geen oude wijn in nieuwe zakken: dat de media aan de leiband van het grootkapitaal lopen (afhankelijkheid reclameinkomsten) en, als het op architectuur aankomt, voornamelijk als reclamefolder voor architectuurfirma's en bouwbedrijven fungeren weten al langer."
U begrijpt, daar had moeten staan: 'weten we al langer'.
Zowel het gebruik (als het wegvallen) van het woord waarmee Oosterman de aanval op Minkjan poogde in te zetten, is hier nog slechts te zien als een Testimonium Paupertatis. Precies, een brevet van onvermogen.

Reacties? mail Kees van der Hoeven.
[ Zie hier voor de complete winnende tekst van Minkjan. En lees hier de aansluitende reactie van Oosterman. Tenslotte vermelden we nog ons eerdere uitgebreide BOX-bericht 1.662 over de eerste Geert Bekaert Prijs 2014.] - 03 januari 2017 - BOX 1.722



Berichten uit de voorgaande maanden in het

* Archief-overzicht.



*

© 1997-2016. Copyright ArchitectenWerk.