 |
BladNa - mrt.2002 |
 |
Architect en regisseur
Eind januari mocht ik aanzitten bij een door Rijksbouwmeester JC georganiseerde discussie met een twintigtal NL-toparchitecten over nieuwe vormen van praktijkervaring na de architectenstudie. De bijeenkomst vond plaats in het Atelier Rijksbouwmeester aan het Haagse Noordeinde, ooit verbouwd als Postbus51-kantoor door mijn opvolger bij de Rijksgebouwendienst.
Het is prachtig om mee te maken hoe een gesprek tussen architecten verloopt: ze houden zich nooit aan vantevoren opgestelde programma's, ze stellen altijd weer de uitgangspunten ter discussie, maar komen na verloop van tijd toch tot de kern van de problematiek.
De oud-directeur van het Architectenregister, onderwijsman Fred van der Have, heeft ooit een middag besteed om me het verschil tussen praktijkervaring en beroepservaring uit te leggen. Zoals je vroeger tijdens de Delftse studie stage moest lopen om kennis te maken met de bouw- of architectenpraktijk spreken we van 'praktijkervaring opdoen'. Om na het architectendiploma in de praktijk het beroep van architect te leren uitoefenen, kunnen we volgens mij beter spreken over het opdoen van beroepservaring, namelijk ervaring opdoen in het volwaardig uitoefenen van het architectenberoep in al zijn facetten.
Dat was dan ook een van de punten die ik daar kon inbrengen en ik had de indruk dat die visie werd gedeeld. Naast de vele rollen die de architect in de uitoefening van het beroep speelt, kwam tevens de coordinerende architectentaak tijdens het complete ontwikkelingsproces aan de orde. Men maakte daarbij vaker de vergelijking met de [film]regisseur.
En zo was ik weer even terug bij mijn Rgd-architectenafscheid in 1989. Daar sprak ik mijn opvolger toe en vertelde trots dat hij alles beter kon dan ik het had gedaan en hij deed mij een prachtig regisseurs-T-shirt cadeau. In zijn afscheidspraatje vergeleek hij mij met de fameuse John Cassavetes, die behalve filmregisseur ook cameraman was, vaker zelf produceerde en altijd ook nog de hoofdrol speelde in zijn eigen films. Zelf had mijn opvolger meer affiniteit met Alfred Hitchcock; immer maar een paar seconden zelf in beeld, maar wel met een krachtig opgebouwde spanning tot aan het eind van de film.
Die suspense mocht ik lijfelijk ondergaan toen ik hoorde dat een van mijn eerste Rgd-projecten, een kubusvormig kantoorgebouwtje aan het Haagse Plein 1813, zonder overleg met mij als oorspronkelijke architect, door mijn opvolger was verbouwd. Nadat ik dat via via had vernomen durfde ik zelfs jarenlang niet te gaan kijken wat hij ervan had gemaakt... Kortgeleden heb ik het toch bezocht en het was inderdaad schokkend als in een Hitchcock-film. Het verstilde gebouwtje met rustige werkkamers voor WRR-wetenschappers - in een feestelijk proces gemaakt door een groep leerling bouwvakkers - was pastelkleurig en knullig 'gerestyled' voor de promotie-activiteiten van de Stichting NL-Wereldtentoonstellingen en ik kreeg met terugwerkende kracht het schaamrood op de kaken.
Als een werk geslaagd is afgerond, plaats ik altijd een klein rood vierkantje als ode aan mijn leermeester - ook daar. Dat was nu gelukkig lichtgrijs geschilderd...
|
 |