 |
BladNa - jun.2002 |
 |
Zonder professoren
Het Nederlandse architectuuronderwijs is in beweging. Zowel bij de Technische Universiteiten in Delft en Eindhoven als op de zes Academies van Bouwkunst worden de onderwijsprogramma's aangepast aan de nieuwe Bachelor/Master structuur. Aan de Faculteit Bouwkunde in Delft zullen die wijzigingen ingrijpend zijn. "Na een 30-jarige, succesvolle focus op ontwerponderwijs gaan we ons meer richten op wetenschap...", zegt decaan Hans Beunderman in B-Nieuws. Als BNA hebben we onze zorg over die voorgenomen verschuiving verwoord in ons Standpunt Onderwijs en samen met collega-bestuurslid Steef Luijten maak ik nu een ronde langs alle opleidingen om onze visie nader toe te lichten.
Op enige afstand worden we op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van de nieuwe afstudeerprogramma's architectuur. Die zijn natuurlijk nog niet afgerond, maar de eerste berichten daarover voorspellen weinig goeds. Woorden als 'beroepspraktijk' en 'architectenvak' blijken vooral in Delft besmette termen te zijn geworden. Terwijl juist daaromtrent zoveel wetenschappelijk te onderzoeken zou zijn; ik pleit al jaren voor een door de BNA gefinancierde leerstoel Architectenberoepspraktijk aan een van de Bouwkundefaculteiten.
Directe ondersteuning van die gedachte vond ik kortgeleden in een essay van de beroemde socioloog en hoogleraar Abram de Swaan in het door 010 uitgegeven boek Op het breukvlak van twee millennia, gedachten over architectuur uit 1999. Bram observeert daar trefzeker: "[...] toegepast onderzoek naar actuele en praktische problemen van huisvesting en stedenbouw wordt eerder en ruimer bedeeld dan de niet onmiddellijk bruikbare studie van de beroepskring zelf. Vandaar dat er heel weinig bekend is over de recrutering en selectie van studenten voor de opleiding, over het carrierepatroon van architecten, over de netwerken waarin de opdrachten verdeeld worden, of de manieren waarop de grote reputaties en de machtsposities in het vak worden verworven en over de wijze waarop die voorlieden aanhangers en navolgers weten te verwerven." Interessante onderzoeksvragen nietwaar?
Ook Eindhoven bedenkt een nieuw Masterprogramma architectuur. Gelukkig staat het woord 'ontwerpen' daar centraler, maar door recente leegloop in het corps van architectuurhoogleraren is onduidelijk wie de onderwijskar gaat trekken. Wim van den Bergh weg, Bert Dirrix weg, en nog onbekend wie hun vervangers zijn... In Delft is het wat hooggeleerden betreft niet veel beter: Herman Hertzberger en Wiek Röling weg, Carel Weeber en Max Risselada binnenkort weg en geen zicht op snelle instroom van aansprekende opvolgers. Zelfs de zogenaamde 'kleine' leerstoelen zijn daar in meerderheid onbezet.
Een wervende TUDelft-advertentie in alle opinieweekbladen besluit na een opsomming van prestigieuze onderzoeksprogramma's met de zinsnede: "En dan kunnen zelfs nog niet bestaande problemen nu al worden opgelost." Onderwijs en BNA hebben ieder natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het architectenvak. Daarom zou ik zeggen, verhelp eerst de huidige onderwijslacunes voordat je dergelijke ambitieuze prietpraat de wereld instuurt... Tot die tijd is het waarschijnlijk verstandiger om Bachelors die architect willen worden naar de Academies te verwijzen.
|
 |