BladNa - sep.2002 Dannyboy

Bij mijn afscheid als hoofd van het centrale architectenbureau van de Rijksgebouwendienst kreeg ik van mijn collega's een gesigneerde zeefdruk van Daniel Libeskind cadeau. Ik moest er erg aan wennen. Het was een van de Micromega's, zijn serie tekeningen waarbij het lijkt alsof de toestand van een gebouw na een verschrikkelijke explosie is vastgelegd, letterlijk deconstructivisme... Na publicatie van zijn eerste gebouwen werd mijn interesse toch gewekt. Ik kocht via amazon.com een eerste boek The space of encounter met zijn teksten en architectonische werk. Gepassioneerde verhalen met een soms melodramatische ondertoon en die zo vreemde maar unieke ontwerpen.
En natuurlijk het verhaal van het Joods Museum in Berlijn. Hij had de prijsvraag gewonnen en zijn echtgenote zei tegen hem: "Libeskind, als je dat gebouw echt wilt maken, dan moeten we er naar toe". Dus reisde hij met vrouw, twee kleine kinderen en zijn bezit in twee koffers vanuit de Verenigde Staten naar de Duitse hoofdstad. Inmiddels staat er een magistraal museumgebouw en werkt hij aan meerdere grote ontwerpprojecten tegelijk. Zijn bureau is speciaal rond die opdrachten georganiseerd: elk project heeft een eigen kamer met de sfeer die bij dat project past en hijzelf verplaatst zich al naar gelang het plan waar hij aan werkt.
Eind juli was ik in Berlijn voor het UIA-congres en vriendin Josette vergezelde me de eerste week. Vanuit het hotel op weg naar het aan de Lindenstrasse gelegen museum kwamen we een lieflijk ouder woongebouw van Herman Hertzberger tegen. We zetten hem straks in november via het BNA-erelidmaatschap extra in het zonnetje.
Het museumgebouw bleek zeer indrukwekkend. Eerst via een trap naar beneden naar het laagstgelegen niveau, van waaruit een aantal separate monumentale gebouwdelen bereikbaar zijn. Daarna via de enorme doorlopende trap naar de expositieverdiepingen. De tentoonstelling zou er eigenlijk weer uit moeten want de ruimtes zelf doen hier het werk. In de Holocaust Turm werd de druk op mijn maag zo groot dat ik er direct weer weg wilde. Ik wist niet dat architectonische ruimte een dusdanige fysieke impact kon hebben. Eenmaal buiten zagen we een ouder echtpaar volkomen verdwaasd ieder in een andere richting de tuin inlopen, het was hen zichtbaar teveel geworden. We spraken nog lang na over de gevoelens van dreiging in onze eigen jeugd onder invloed van de oorlogservaringen van onze ouders.
Hoewel de ruimtes soms met een te nadrukkelijk dramatisch effect zijn samengesteld, behoort Libeskind na deze ervaring wat mij betreft tot de allergrootsten in ons vak. En ik begrijp nu waarom John Hejduk - toen nog decaan van de Cooper Union - in een prachtige lezing over zijn eigen leven en werk in een Amsterdamse synagoge, zijn leerling Libeskind zo ophemelde. De oude meester sprak niet over Libeskind of Daniel, maar liefdevol over zijn 'Dannyboy'. En mijn Micromega heeft nu een ereplaats.