 |
BladNa - jul.2003 |
 |
De Aftrap
Het thema van de alweer 18e Dag van de Architectuur luidt 'De Grenzen Voorbij' en de aftrap vindt plaats in Groningen. Je kunt je bij het onderwerp grenzen gemakkelijk van alles voorstellen, ik dacht direct aan de korte reis naar Italie waarvan we zojuist terugkeerden. Onderweg naar Umbrie de landsgrenzen voorbij zonder het vroegere douanegezeur en ook wisselen is niet meer nodig want de Euro is nu overal. Behalve in Zwitserland, maar daar is en blijft het bestaan nu eenmaal op vreemde valuta gebaseerd.
Ook in ons architectenvak speelt het begrip grens een noodzakelijke rol. Architectonische ruimte is slechts te ervaren via de materiele grenzen en door de plaatskeuze van het materiaal geven we die ruimte maat en schaal. Als geinteresseerde in maatsystemen koos ik voor het traditionele vakantieleesgenot het boek De maat van alle dingen van de Amerikaanse historicus Kevin Alder. Hij beschrijft de zevenjarige zoektocht naar de universele meter in de beginjaren van de Franse Revolutie.
De toen gebruikte maten zoals duim en voet waren direct afgeleid van ons eigen lichaam en verschilden sterk per regio. De revolutionaire gedachten over vrijheid, gelijkheid en broederschap leidden tot de roep om gelijke gebruiksmaten voor ons allen. Ze moesten afgeleid worden van de aarde zelf. Vandaar de expeditie van de Franse wetenschappers Delambre en Méchain om de meridiaan van Parijs tussen de steden Duinkerken en Barcelona exact op te meten, een afstand van duizend kilometer. Deze zo geverifieerde maat werd door een miljoen gedeeld en leverde de beroemde, in platina vervaardigde standaardmeter op. Het boek verhaalt als een detectiveroman over de problemen die beide heren onderweg moesten overwinnen en onthult zelfs dat een van hen zijn meetfouten niet herstelde maar verdoezelde, waardoor die exacte meter nu 0,2 millimeter afwijkt van de juiste maat.
Voor hun driehoeksmetingen gebruikten ze goed zichtbare meetstations zoals hooggelegen kastelen of kerktorens. En dat brengt me weer terug bij de grenzen - maar dan tussen stad en land - in het golvende landschap van Umbrie. Historische steden als Assisi, Urbino of Spoleto zijn nog prachtig door muren begrensd of liggen hoog op een heuvel zodat ze blijvend als eenheid te zien zijn. Tegenwoordig vereist een stadsbezoek dat je de auto op een parkeerplaats buiten de muur laat staan en vervolgens de stad 'beklimt' via hellende straten of trappen. Vooral die trapstraten spraken me aan, met vaak prachtige details. In het stadje Spello zag ik er een die ik nog niet kende: een trap die omlaag leidde maar met treden alsof je omhoog liep. Zet drie cd-doosjes als een trapje op elkaar, kantel het geheel 45 graden naar voren en je ziet het bijzondere resultaat: op de steile weg naar beneden wordt je voet door het stootbord van de volgende trede tegen vallen beschermd. Een ware 'af-trap' dus!
Ik wens u allen een goede BNA Dag van de Architectuur 2003.
|
 |