 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Cees Boekraad |
 |
De drie K's van Kees van der Hoeven in: BladNA - januari/februari 2002 - uitgave BNA, Amsterdam
Kees van der Hoeven is een vat vol tegenstrijdigheden. Hij is geen bekend architect, maar iedereen weet wie hij is. "Weer een voorzitter met een stropdas", zoals zijn voorganger droog opmerkte, maar dan wel een die uitstekend op de hoogte is van de modernste interactieve communicatietechnieken. Hij reageert vaak impulsief, maar steeds vanuit een weloverwogen standpunt. Handelend conform de snelheid van het internet als dat vereist is, maar geduldig bijvoorbeeld als het gaat om de plaats van het wonen. Het interview vindt plaats in zijn werkwoning, een bescheiden laagbouw gelegen op bebost militair terrein op een steenworp afstand van het strand van Wassenaar, een bijna idyllisch onderkomen waar Van der Hoeven al twintig jaar bivakkeert. Het gesprek, bijna een monoloog, gaat over zijn beroepservaring, zijn houding tegenover de BNA en tenslotte over zijn instelling als architect in de tegenwoordige maatschappij.
"Ik ben na mijn afstuderen aan de TU Delft bij de Rijksgebouwendienst gaan werken. Het kleinste gebouw dat ik gemaakt heb is het wachthuisje van de marechaussee op het Catshuisterrein. Het is een muur met daar achter een kleine verblijfsruimte en er voor een cirkel met kogelwerend glas met zichtlijnen naar de drie ingangen van het terrein. Het grootste gebouw dat ik gemaakt heb is de uitbreiding van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het laatste is een belastingkantoor in het centrum van Roermond. Het heeft een gevel met een kunstwerk van Peter Struycken: 165.000 bakstenen die zijn aangeleverd in drie kleuren en gemetseld volgens zijn codering."
|
 |
 |
 |
|
 |
"In die tijd bij de Rijksgebouwendienst heb ik tien talentvolle stagiairs gehad die ieder drie maanden als een schaduw met me mee hebben gelopen. Twee van hen hebben later, kort na hun afstuderen, een eind aan hun leven gemaakt. Ik heb me toen voorgenomen, zodra ik daarvoor de gelegenheid zou krijgen, talentvolle jonge mensen te helpen een zelfstandige praktijk te beginnen. De ruime managementfee die ik als tijdelijk leider van het centrale architectenbureau van de Rijksgebouwendienst heb verdiend heb ik gestoken in het jonge Architecten Atelier.
De vier jongens die daarin hebben gezeten zijn nu samen doorgegaan als M3H Architectuur. Ik heb toen de drie gelukkigste jaren van mijn werkzame leven gehad. Samen hebben we ook bedacht dat wij iets voor de hele doelgroep konden doen: de jonge Architecten Prijs met een heel eigen methodiek van inleveren en beoordelen. Dat had veel succes. En er was altijd een tentoonstelling aan gekoppeld. Een van de opgaven was het kantoor van New Deal voor de verkoop van nieuwbouwwoningen op Borneo-Sporenburg. New Deal beloofde een van de inzendingen ook echt te bouwen. Het drijvende gebouw, een ontwerp van Heren 5 Architecten, heeft er vijfjaar gelegen en goed gefunctioneerd. De JA-prijsvraag was tot wasdom gekomen. De competitie is voor het laatst gehouden in 1998 met als onderwerp het Wilde Wonen.
Er was een hoofdprijs van 50.000 gulden omdat Audi als sponsor via de BNA was binnengekomen. De prijsuitrelking in het NAi was een fantastische happening. Jan Brouwer was net voorzitter. Na de wat droge BNA-vergadering kwamen ineens 150 jongeren de zaal binnenstormen en Hanneke Groenteman interviewde de winnaars. We waren indertijd met niks begonnen en uiteindelijk een instituut geworden. Toen zijn we ook meteen gestopt. Ik heb de stichting aan de BNA aangeboden omdat aandacht voor jonge architecten een van de speerpunten is van het beleid."
De voorzitter komt naar u toe
"Ik heb me voorgenomen elke week op bezoek te gaan bij een groot en een klein architectenbureau: de voorzitter komt naar u toe. Dat wordt nu al zeer gewaardeerd. Van de ongeveer 7.500 geregistreerde architecten in Nederland zijn er nu 3.000 lid van de BNA, maar die hebben wel tachtig procent van de omzet. Eenderde werkt in bureaus kleiner dan vijf werknemers en een even groot deel in bureaus met meer dan vijf medewerkers. De resterende groep omvat leden die niet direct verantwoordelijk zijn voor de omzet. Daarvan zijn zo'n zeshonderd gepensioneerd. Wat me nu bezighoudt is hoe je de energie moet richten in zo'n vereniging? Slechts zes procent is jonger dan 35 jaar, dus is er een natuurlijk gegroeide scheve verhouding in de leeftijdsopbouw van de vereniging. je kunt aan de ene kant zeggen dat het ledenbestand vergrijsd is, maar ook dat de BNA een zorgplicht heeft voor iedereen. Dat betekent dat je ook iets speciaal gericht op ouderen zou moeten doen. Die mensen zijn vaak wijs en ervaren. Waarom zou je hen er niet bij betrekken als praatpaal voor de jonge architecten?"
|
 |
 |
 |
|
 |
"Er is nog een aantal thema's opgenomen in het plan BNA 2000+ dat ik van harte steun. Jan Brouwer heeft de afgelopen drie jaar gekeken hoe je van de BNA een brancheorganisatie kunt maken die de tijd weer tien jaar aankan. Ten eerste proberen we dichter bij de leden te komen. Naast het bestuur en het bureau zijn er nu eenentwintig kringen, die een vrij zelfstandig bestaan leiden. Daar komt een niveau tussen, waardoor er vijf regio's ontstaan die ieder professionele ondersteuning krijgen. In de noordelijke kringen heeft men daar al een paar jaar ervaring mee en het blijkt perfect te werken. Verder is er een ledenadviesraad ingesteld waarin bestuursleden van de kringen zitten samen met een aantal onafhankelijke leden, in totaal dertig tot veertig personen waar het bestuur regelmatig tegenaan kan praten. De landelijke algemene vergadering wordt dan nog eenmaal per jaar gehouden, gekoppeld aan een happening met prijzen en een symposium."
Kracht, kennis en kwaliteit
"Tijdens mijn presentatie als kandidaat-voorzitter die niet langer dan zes minuten mocht duren heb ik een paar pakkende kreten geroepen: kracht, kennis en kwaliteit. Die heten al de drie K's van Kees, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Kracht vind ik het belangrijkste. We moeten niet meer kijken naar bureaus die geen lid zijn, maar juist de BNA zo krachtig maken dat degenen die geen lid zijn zich vanzelfwillen aansluiten. Omdat ze zijn gaan inzien dat ze nu gewoon klaplopers zijn die stiekem onze faciliteiten gebruiken zonder zelf een bijdrage te leveren."
"Op het gebied van kennis spelen twee thema's. Samen met de studiestichtingen binnen de BNA, de STAWON, STAGG, STARO en Accis, wordt gepoogd een ontwikkelatelier te formeren met het doel een laagje dieper door te dringen in de materie en oplossingen aan te dragen die voor een breed publiek interessant kunnen zijn. Tegelijkertijd moet je er in een moderne organisatie voor zorgen dat je niet stil blijft staan en dat je eigen kennis op peil blijft. Dus is er permanente beroepsontwikkeling in het leven geroepen. Dat gebeurt nu door een overzicht te bieden van alles wat er op het gebied van techniek, vak en regelgeving te krijgen is in de markt. Er wordt van leden gevraagd daar dertig uur per jaar aan te besteden.
Er is mijns inziens zoveel kennis bij die stichtingen en bij de leden aanwezig dat je het ook met elkaar kunt organiseren. Het hoeft niet altijd van buiten te komen. Daar moet meer menskracht in gestoken worden. je zou bijvoorbeeld aan de STAWON, die zojuist een boek over woonomgevingen heeft gepubliceerd, kunnen vragen dat verhaal op tien avonden, verspreid door het land, te vertellen. Net zoals de BNA-cursus over het nieuwe Bouwbesluit. Dat is een enorm succes, daar gaan meer dan 500 leden naar toe. Gebruik dus de kracht van de eigen leden!"
"We willen ook die onhandige verhouding tussen oud en jong verbeteren door de BNA aantrekkelijker te maken voor instroom van nieuwe leden. Jonge leden komen vooral af op de inhoud. Er is geopperd om jonge architecten die hun energie willen steken in de studiestichtingen een paar jaar vrij te stellen van contributie. Dat is een interessante suggestie. Ook komt er een apart loket voor jonge architecten, "Start-support" waar men met vragen terecht kan, en een aparte website."
|
 |
 |
 |
 |
 |
Een trap ontwerpen
"Dat is straks trouwens hard nodig, want ook het bouwkunde-onderwijs aan de universiteiten krijgt zorgelijke kanten door de tweedeling in bachelor- en mastersdegree die centraal wordt opgelegd. Maar ook onder invloed van de TU zelf. De TU Delft wil tot de beste vijfwetenschappelijke instituten ter wereld gaan behoren. Dat heet bench-marking: je afzetten tegen de kwaliteiten van je collega's. In het kader van dat streven naar meer wetenschappelijkheid dreigen 'ontwerpen', 'vak' en 'beroep' vieze woorden te worden. Als BNA wil je een instroom van afgestudeerden die niet alleen concepten en onderzoeken ontwikkelen, maar ook kunnen ontwerpen op alle schaalniveaus. Wiek Röling moest in zijn afscheidsrede constateren dat de helft van zijn afstudeerders niet eens wist hoe ze een trap moesten ontwerpen."
"Ik heb in Delft college gegeven over de rol van de architect in de productie- en uitvoeringsfase. Naast zijn rol van ontwerper vervult hij wel twintig andere rollen, die maar zeer ten dele op school geleerd worden. Als je die in de praktijk eenmaal onder de knie hebt, maakt het niet zoveel meer uit wie het proces stuurt, want als je alle rollen beheerst kun je op het juiste moment toch zelf sturen. Het gaat om het subtiele krachtenspel tussen de partijen aan tafel. Maar het kost wel enorm veel energie om voor elkaar te krijgen wat je wil. En het lukt niet meer altijd. Daarom heb ik er zelf, na de voltooiing van het kantoor in Roermond, voor gekozen om niet meer voor de eerste de beste financiele doelen nastrevende onroerendgoed ontwikkelaar te werken."
|
 |
 |
 |
|
 |
"Dan heb je nog de BNA als Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst'. Daar is het, denk ik, ook minder goed mee gesteld. De Dag van de Architectuur loopt als een trein voor het grote publiek, maar in het culturele debat speelt de BNA nog slechts een beperkte rol. Het aandeel van BNAbureaus in de jaarboeken van de Nederlandse Architectuur is de laatste tien jaar zelfs gehalveerd. Idem in de erkende vakbladen. Daar moet iets aan gebeuren en daar heb ik wel ideeën over.
Er moeten bijvoorbeeld nieuwe kanalen gevonden worden om de toch ook onmiskenbare kwaliteit van het eigen werk naar buiten te brengen. De Amerikaanse AIA kent de medals, bijvoorbeeld voor de architectural practice of the year. In Engeland heeft men de RIBA Awards, waarvan de landelijke toekenning zelfs via de televisie wordt uitgezonden. De BNA deelt jaarlijks de BNA-Kubus uit aan een door een jury uitverkoren buitenstaander en kent de Tectotropen die worden toegekend aan leden die zich binnen de vereniging bijzonder hebben ingespannen voor de bevordering van de beroepsuitoefening. Daaraan zouden we de verkiezing van het mooiste schoolgebouw, villa of woongebouw per regio toe kunnen voegen.
De BNA in Brabant doet iets dergelijks al jaren. Ieder gebouw dat is opgeleverd zou bijvoorbeeld genomineerd kunnen worden en met een foto op internet geplaatst. De regionale leden zelf kiezen dan welke de beste is. En daarna uit die vijf regionale nominaties bijvoorbeeld de mooiste van het hele land. Iets dat past in die lijn is de tentoonstelling die nu wordt georganiseerd door de BNA-kring Amsterdam in samenwerking met het lokale architectuurcentrum ArCAm. Die expositie toont het werk van 58 architecten die in A'dam de afgelopen twee jaar BNA-lid zijn geworden, te beginnen bij Sjoerd Soeters."
|
 |
 |
 |
|
 |
"De toenemende invloed van adviseurs en procesmanagers in de bouw is vooral terug te voeren op angst. Men vertrouwt elkaar nog steeds niet helemaal. Toenmalig Rijksbouwmeester Dijkstra werd al in de jaren tachtig door organisatiemanagers uitgedaagd om de criteria te verwoorden waarmee hij projecten goed- of afkeurde. De eerste welstandsnota nieuwe stijl in Zaanstad is bijvoorbeeld nu weer gebaseerd op zijn teksten van toen. Het goede van dergelijke nota's is dat welstandstoezicht meer bespreekbaar en controleerbaar is geworden, maar het slechte dat heel Nederland op die manier beschreven moet worden.
Een beeldkwaliteitsplan voor het hele land heeft bijna per definitie een conserverende werking. En daar zit een vervelende kant aan, namelijk dat de toetsers in hun teksten oplossingen gaan beschrijven die er nog helemaal niet zijn. Bij prijsvragen is mijn devies altijd: houd je juist niet aan het voorgeschreven programma van eisen, want de goede oplossing overschrijdt bijna altijd de grenzen van dat programma. Kijk maar naar Pi de Bruijns uitbreiding van de Tweede Kamer, waarvoor het gebouw van de Hoge Raad moest wijken."
Met liefde gemaakt
"Ik zou het interessant vinden om te kijken naar nog veel meer aspecten dan Dijkstra noemt. Ik zou een kwaliteitssysteem willen bedenken, waarin alle mogelijke criteria een plaats zouden kunnen vinden. Aan zo'n Black Box zou je dan vragen kunnen stellen over de meest uiteenlopende aspecten van een gebouw in relatie tot elkaar, net als een cake walk op de kermis: als je hier drukt komt er daar een antwoord. Daarmee zou een nieuwe inhoudelijke discussie over kwaliteit in ons vak gevoerd kunnen worden.
Kwaliteit heeft te maken met vakkennis en liefde, hoewel je liefde natuurlijk niet in een scheina kunt stoppen. Zelf vind ik het mooiste dat je in een gebouw kunt ervaren - nadat het stedelijk/ruimtelijk, programmatisch, constructief en dergelijke goed verzorgd is - het gevoel dat je er niet meer weg wilt, dat je er wilt blijven.
Dat onderga ik bijvoorbeeld in de kerk van Aldo van Eyck in Den Haag en ook in een huis van Luigi Snozzi in Locarno, waar ik altijd weer terugkom. Dat is, wat Quist wel eens heeft gezegd, met liefde gemaakt, zowel voor het vak als voor de mensen die er wonen."
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |