Josine Crone
Hans Mulder
Wat mij stoort, is gebrek aan passie
in: Bouw - november 2002 - uitgave Reed Business Information, Den Haag

Architect Kees van der Hoeven werd dit jaar op unieke wijze voorzitter van de BNA. Niet op voordracht van het bestuur, maar als tweede kandidaat door de kringen gesteund. De officiele kandidaat Bhalotra trok zich terug en prompt werd de relatief onbekende Van der Hoeven het boegbeeld van de architectenkoepel. Na enige wisselingen in het bestuur sloten de rijen zich achter Van der Hoeven. Ondanks de ongebruikelijke gang van zaken ondervindt hij geen weerstand uit de eigen gelederen.

Opgeleid en in de beroepspraktijk gecoacht door zijn leermeester Har Oudejans, heeft Van der Hoeven altijd een zwak gehouden voor het grote belang van ervaringsbegeleiding. Zijn leukste jaren als architect waren die van het Jonge Architecten (JA Atelier), waarbij hij steeds met tweetallen pas afgestudeerde bouwkundig ingenieurs de markt afstruinde naar opdrachtgevers voor werk met jong talent. Uit die tijd stamt ook het initiatief van de Jonge Architecten Prijs (JA Prijs) en van de gedachte eigen projectontwikkelingsmaatschappij: de JA Prom. Inmiddels is hij naast voorzitter van de BNA en architect in een eenmansbureau de drijvende kracht achter de internetsite ArchitectenWerk.

Je hebt je voor je verkiezing geprofileerd met de drie weinigzeggende steekwoorden Kennis, Kracht en Kwaliteit. Daar ontbreekt het blijkbaar in jouw visie aan bij de BNA?
Ik vind dat wij ons prominenter moeten presenteren. Jan Brouwer heeft het wel in gang gezet, maar het is vooral een kwestie van veel meer duidelijkheid scheppen over wat een bureau wel kan en wat niet. Daarbij vind ik dat we in alles beter moeten worden, onder andere door permanente beroepsontwikkeling en het opzetten van een ontwikkelatelier.

Hoe ga je daar binnen de BNA mee om?
De eerste honderd dagen heb ik besteed aan luisteren. We hebben nieuwe kandidaten voor het bestuur gezocht en zijn een dagje naar de hei gegaan. De aanscherpingen van het beleid krijgen nu vorm. Ik propageer de verschuiving van "macht en invloed" naar "informatie en inhoud". Je kunt het verkeerd opvatten, maar de BNA heeft zich altijd heel sterk gemaakt voor de belangenbehartiging, waardoor de inhoud niet altijd in beeld kwam. Ik wil ook openheid naar alle instituten. Het oude idee was dat het NAi, Architectuur Lokaal en het Stimuleringsfonds voor de Architectuur andere belangen hebben dan wij vanwege de overheidssturing. En ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat we allemaal hetzelfde belang hebben. Je moet energie in alles stoppen. We hebben natuurlijk allemaal hetzelfde doel: bevordering van architectuur, ondanks de natuurlijke spanning tussen het gesubsidieerde architectuurveld, de culturele kant van de architectuur en de dagelijkse en zakelijke praktijk.

Als ik aan Nederlands architectuurbeleid denk, denk ik niet aan de BNA maar wel aan Aaron Betsky?
Nou, dat is dan pas sinds kort, want Betsky is nog niet zo lang directeur van het NAi. Hij heeft in het interview in BOUW gezegd dat de uitbreiding van de Tweede Kamer moet worden opgeblazen, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik heb bewondering voor Pi de Bruijn, omdat hij in alle commissies zijn onderzoeken heeft gepresenteerd en natuurlijk toch precies heeft gedaan wat hijzelf wilde. Pi heeft ontdekt dat de Hoge Raad moest worden gesloopt om het geheel stedelijk en ruimtelijk tot aan het Plein met elkaar te verbinden. Dat men later heeft besloten deze doorgang niet voor publiek open te stellen is jammer, maar je ziet wat er gebeurt: bij ieder interview van een politicus gebeurt dat in die hal. Dat het al wat gedateerd oogt, vind ik niet erg.

Mag zo'n belangrijk openbaar gebouw al na twaalf jaar gedateerd zijn?
Ja, je mag aan een gebouw best zien in welke tijd het is gemaakt. Het functioneert uitstekend en ik vind dus niet dat het moet worden opgeblazen.

Jij hebt een andere voorkeur voor het dynamiet?
Als je kijkt in Den Haag, dan vind ik bijvoorbeeld de Hoftoren van Kohn Pedersen Fox drie keer niets. Het staat naast VROM, waarvan ik de kopgevels overigens ook niets vind. De koppen van VROM hebben die kleine raampjes met daarachter de gangen. Terwijl je daar dus een prachtig uitzicht zou kunnen hebben naar Scheveningen of Rotterdam, liggen de kantoorkamers steeds aan de serres en hebben slechts de gangen het panorama over de stad. Gelukkig zijn die koppen dicht, zul je nu zeggen, want daardoor kan er een gebouw naast komen. Maar als je die Hoftoren ziet, dan denk ik: heb je een Amerikaanse architect nodig om zo'n walgelijk gebouw te maken?

Wat vind je dan van de Resident, waar buitenlanders als Rob Krier en Michael Graves zijn binnengeloodst?
De Resident heeft een enorme oppepper gegeven aan Den Haag. Je kunt natuurlijk heel veel kritiek hebben, bijvoorbeeld op de woningen aan het ovale plein. Daar zou de alledaagse openbaarheid natuurlijk veel beter kunnen.

Maar moet het er zo uitzien ? Die nagemaakte grachtenhuisjes, dat is toch van een onbenulligheid die zijn weerga niet kent?
Met veel nadruk: "Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Er wordt veel gekankerd. Maar die groep architecten onder leiding van Krier heeft het stedelijk weefsel verrijkt, waarbij je natuurlijk kritiek kunt hebben op de afzonderlijke gebouwen en op het feit dat de MAB wel erg veel vierkante meters heeft kunnen bouwen. Het is een impuls in de stad die zijn uitstraling heeft en die doorgaat, je ziet het gewoon. Het is zelfs zo sterk dat we gebouwen die er pas vijftien jaar staan, nu willen slopen. Zoals de Zwarte Madonna van Weeber, het statement van de volkswoningbouw.

Dat wordt geslachtofferd om die ronde toppen daaromheen.
Dat zie ik niet zo. Het wordt aangekocht om op die plaats nieuwe gebouwen neer te zetten. Hoewel ik vind dat ook met het behoud van de Madonna een nieuwe toren op poten op de binnenplaats kan worden gebouwd. Daar is te weinig op gestudeerd.

Je hebt je verzet tegen de sloop van het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, maar de Zwarte Madonna mag blijkbaar weg? Waar is je visie op duurzaamheid?
In het najaar komen we een standpunt over duurzaam bouwen onder de titel Vitale Architectuur, wacht daar maar op. Het gaat daarbij om de strategiebepaling voor de gehele levensduur van een gebouw. En de alternatieve plannen van bijvoorbeeld Eric Vreedenburgh laten zien dat de Madonna wel degelijk hergebruikt kan worden, maar kennelijk wil de politiek in Den Haag anders.

Wat ik mis bijjullie is een stevige stellingname. Zo heeft een deel van jullie leden in een enquete in 1999 erkend dat ze wat ze voor Vinex hebben ontworpen de toets der kritiek niet kan doorstaan. Zij spraken nota bene een soort mea culpa uit. Ligt daar niet een taak voor de BNA, om te werken aan een soort beroepsethiek? Dus niet meewerken aan gebouwen waarvan men weet dat de uiterste houdbaarheidsdatum onbedoeld snel in zicht komt?
Van der Hoeven ontwijkend: Ik draai het om. Mijn visie is dat we moeten laten zien waar we goed in zijn. Natuurlijk zijn overal in elke groep mindere goden en toppers. Maar ik garandeer je dat wanneer je de BNA-architecten afzet tegen de niet-BNA architecten, ik liever kies voor een B NA-architect. Dat is in mijn ogen een architect die het complete vak beheerst en ik heb persoonlijk een voorkeur voor architecten die tot en met het maken van het gebouw hun energie geven.

Is dat nu niet een pijnlijk punt, dat veel architecten, ongeacht het lidmaatschap van de BNA, het vak helemaal niet van A tot Z beheersen? De Nederlandse architect heeft zich gespecialiseerd in het ontwerpen, terwijl het feitelijke maken op de achtergrond komt.
Natuurlijk zijn er zorgen over het vakmanschap, zeker als je het hebt over architecten die afstuderen aan de TU's. Ik vind dan ook dat bouwkundige ingenieurs, of zoals ze gaan heten "bachelors" en "masters", alleen in het architectenregister kunnen worden ingeschreven als ze alle beroepsvaardigheden hebben. Dus ook die dingen die ze niet leren op de TU. We zijn ermee bezig, maar de wet staat het nog niet toe. We hadden er een postdoctorale studie (PAS) voor ingericht, die inmiddels is opgeheven. De PAS was wat theoretisch. Ze moesten afstuderen op een scriptie, terwijl ze geen benul hadden van zoiets als het houden van toezicht op het werk. Het is zijn eigen dood gestorven. Maar nu werken we met het bureau Rijksbouwmeester aan een experiment om ze binnen de bureaus de aspecten van het vak, die ze nog niet kennen, bij te brengen: het omgaan met de opdrachtgever, het leiding geven aan een team dat de detaillering tot stand brengt, de directievoering en het toezicht op de bouw. Dat moeten ze spelenderwijs leren in de praktijk. We proberen de lacunes te vinden en die op te vullen.

Vind je dat er een hogere toetredingsnorm zou moeten zijn voor het lidmaatschap van de BNA? Zodat een opdrachtgever beter weet waar hij aan toe is?
We kennen bij de BNA maar weinig verplichtingen. Je moet je contributie betalen, je bent verplicht verzekerd voor beroepsaansprakelijkheid en je bent verplicht je te gedragen op een nette manier tegenover de maatschappij, de klant en elkaar. Ik vind dat we, naast die drie kleine verplichtingen, aan de klant meer duidelijkheid moeten geven. Dat we moeten laten zien wat we kunnen en ook wat we niet kunnen. Het gaat nu vooral in de vorm van certificering, waarmee als het ware het proces van je bureau een maatschappelijke toets doorstaat. Maar ik vind dat we daar veel verder in moeten gaan. Dus dat we duidelijk maken welk bureau een Stabu-licentie heeft en welk niet, wie wel bestekken en begrotingen kan maken en wie niet. Grotere bureaus willen dat ook graag, want die hebben al die disciplines in huis. Maar kleine bureaus dus niet. En wat wij nu in kleine stapjes proberen, is eerst de breed werkende bureaus naar buiten te profileren, degenen die naast de architectonische discipline al werken met installatieadvies, managementadvies, constructief advies, enzovoort.

Wat zijn je ambities op maatschappelijk gebied?
Ik vind dat we als architecten meer zouden moeten doen aan steun aan architecten in landen waar ze het moeilijk hebben. Ik vind dat belangrijk, maar mijn bestuur nog niet. Het is toch belachelijk om hier te praten over esthetiek of duurzaamheid als ze in Afrika soms niet eens een dak boven het hoofd hebben? Waarom zouden we ons niet bezighouden met kartonnen woningen voor vluchtelingen? Waarom moeten we ons beperken tot Nederland met zijn kleinsteedse probleempjes.

Waar heb jij moeite mee bij architecten?
Wat mij stoort, is gebrek aan passie. En gebrek aan nadenken op niveau. Mijn leermeester Har Oudejans ontwierp met passie een stoepje voor de deur om het feitelijke gebruik van die deur, namelijk dat je nooit door het midden loopt, te accentueren. Zo doen Hertzberger en Aldo van Eyck ook. De hedendaagse generatie kent een bepaalde gemakzucht. Dat zie je op een andere manier bij bureaus als MVRDV terugkomen. Zij kiezen ervoor om heel goed na te denken over een paar aspecten. Mijn stelling is dat het bij architectuur gaat om representatie van zoveel mogelijk aspecten van het leven. Van dat wijkje in Ypenburg dacht ik eerst: gewoon eengezinswoningen met een jasje eromheen. Maar de kracht van het plan blijkt de verkaveling te zijn, met de auto aan de rand. In het wijkje voel je je als bezoeker vervolgens een indringer. De andere aspecten, zoals het huis zelf, zijn zwak. Het is een teken van deze tijd. Ik noem het "de strategie van de anarch". Je accepteert de regels die je zijn opgelegd en binnen die regels speel je daarna je eigen spel. Zo is dat WoZoCo ook tot stand gekomen. Knap en leerzaam, maar een teken van de tijd is blijkbaar dat je je kunt beperken tot die zaken. Dat vind ik moeilijk te accepteren.

Zie je ook positieve ontwikkelingen?
Na de MVRDV-generatie is er weer een hele interessante architectengeneratie in opkomst, zoals bijvoorbeeld Atelier Kempe Thill, van oorspong een Duits bureau, dat een paar grote prijsvragen heeft gewonnen. Oliver Thill verzet zich tegen het gebruik dat hier allerlei instanties, zoals het GIW, bepalen hoe je moet bouwen en met welke details. Waarom heb ik als architect geen mogelijkheid om garant te staan voor ons complete product? Dat hele denken wil hij veranderen. Die garantiestelling kan overigens best geregeld worden en de BNA wil daarin ook een rol spelen. Maar van belang is dat Thill laat zien dat architecten hun eigen verantwoordelijkheid kunnen terugnemen en zich niet de wet laten voorschrijven door anderen.

Strekt zich dat nog verder uit dan de details?
Onze aansprakelijkheid beperkt zich tot de hoogte van ons honorarium of tot een half miljoen. Maar dat kan anders. Je kunt je verzekeren tegen veel grotere risico's en daarmee opdrachtgevers meer zekerheid bieden. Maar als je echt verandering wilt aanbrengen, moet je je rol uitbreiden. Zoals aannemers het traject van ontwikkeling erbij nemen. Waarom zouden architecten niet een stap verder gaan? Dan kan je als architect laten zien dat het beter kan.

Creëer je eigen opdrachtgever?
Ja, maar niet met dat als doel. Waar nu de architect zich nog afhankelijk opstelt tegenover de wensen van een opdrachtgever, zou je ook kunnen zeggen: we maken een voorbeeld of prototype. En dat doen we niet meer in plannen, maar dat doen we een op een. Maak het maar zichtbaar. Dit heb ik nog niet in mijn bestuur besproken, het is een gedachtegang. Maar het is een voorbeeld van een nieuwe manier waarop de architect zijn verantwoordelijkheid weer terug kan nemen.