Anja van Dijk Spelen met kleur en variaties
in: Licht - april 2003 - uitgave Ten Hagen Stam, Den Haag

Licht, kleur en verandering. Die combinatie intrigeert architect Kees van der Hoeven. Als voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) maakt hij deel uit van de jury van de NSVV Award, die bijzondere lichtprojecten gaat beoordelen. Hij zal vooral op schoonheid en inventiviteit letten.

Een stelling van zijn leermeester was: 'Het meeste daglicht komt van boven'. Als de journalist van Licht door die mededeling in de lach schiet, kaatst Van der Hoeven de bal terug: "Het meeste daglicht komt van boven, maar meestal worden ramen in de gevel gezet. De mooiste gebouwen die ik ken, hebben echter dat bovenlicht, zoals de kerk van architect Aldo van Eyck, aan de Aaltje Noorderwierstraat in Den Haag. Dat vind ik het mooiste, moderne gebouw in Nederland."
Hij staat op en toont een boek met foto's van de kerk. Het inwendige van het godshuis is in een stralend licht gehuld. "Interessant is dat het gebouw rondom helemaal dicht is: het lijkt van buitenaf op een blok beton. Maar van binnen is het een kathedraal door de lichtcirkels in het dak. Het kunstlicht bestaat vooral uit simpele Japanse papieren bollen. Het resultaat van die lichtcirkels is het mooiste dat er is."
Zelf omringt Van der Hoeven zich in zijn kantoor in Wassenaar ook met daglicht. Er is weliswaar geen dakraam te bekennen, maar de ramen rondom laten veel licht toe en het uitzicht bestaat uit een klein bos waar door takken en bladeren gefilterd licht schijnt. Daardoor kregen de oorspronkelijk witte wanden in zijn kantoor een groenzweem. Door twee tegenover elkaar liggende wanden rood te schilderen, werd dat groeneffect opgeheven en ziet de enige wit gebleven muur er nu echt wit uit.
Dat spelen met kleur heeft Van der Hoeven deels afgekeken van (licht)kunstenaar Peter Struycken. Met hem werkte hij aan de uitbreiding van het ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de Plesmanweg in Den Haag. Struycken ontwierp daar voor de enorme, naar boven toe opengewerkte vide, een soort mikado van gekleurde TLbuizen die van kleur veranderen. Ook zorgde Struycken ervoor dat in een van de gangen de wand steeds van kleur verandert via weggewerkte TL-buizen. Die buizen worden aangestuurd door een computergestuurde dimmer. Ze veranderen razendsnel van tint waardoor een steeds andere sfeer ontstaat. Soms abrupt, soms zo subtiel dat de gebruiker het nauwelijks merkt. Dit gebeurt dertig keer per seconde. Het totale softwareprogramma, dat de lampen bedient, duurt langer dan een miljard jaar. Dat betekent dat er in een mensenleven geen enkel moment is dat ter plekke dezelfde situatie terugkeert.

Bezonningssimulator
Van der Hoeven praat nog steeds vol vuur over deze licht- en kleurtoepassing, ook al heeft hij de uitbreiding veertien jaar geleden ontworpen. Dat is echter niet zo gek. Struycken maakte indruk met zijn kennis op het gebied van licht en kleur. Tevens werd gebruik gemaakt van een bezonningssimulator, bij de Technische Universiteit Delft, die uitrekent wanneer vanuit welke hoek zonlicht zal komen, het hele jaar door. Sinds Van der Hoeven die tijdens zijn studie ontdekte, gaat hij er met elk ontwerp langs. Van der Hoeven vertelt dat hij dan een maquette van zijn ontwerp op een draaitafel plaatst waarboven een gebogen buis hangt. Daarin beweegt zich een spiegel die het licht van een lamp weerkaatst en als een soort zoeklicht over de maquette glijdt. Door de stand van de tafel en spiegel te veranderen, valt met de simulator de zon op elke plaats in de wereld na te bootsen. "Tijdens die simulatie pik je er dan cruciale momenten uit: dat zijn de lente en herfst (21 maart en 21 september), op die data is de zonnestand in Nederland hetzelfde. Op 21 december is de laagste zonnestand, en op 21 juni de hoogste. In stappen van twee uur doorloop ik dan de hele dag. Je ziet, door de computersturing, van alles bewegen en ineens verschijnt dan het zonlicht, vanaf de plek waar hij opkomt en weer ondergaat. En ook waar de schaduw valt en waar zich lichtplekken vormen. Heel belangrijk."
Voile
Om nog even bij de uitbreiding van het ministerie van V&W te blijven: die bezonningssimulator heeft veel invloed gehad op de zonwering die voor het gebouw hangt. "We hebben net zo lang met die vaste roosters geexperimenteerd totdat we precies wisten hoe we ze moesten richten om intern het juiste effect te krijgen. Dus zon weren als er zon schijnt, en daglicht binnenlaten als het een donkere dag is. Het aardige is dat die zonwering nu van binnenuit als een voile werkt: je kunt de buitenwereld nog goed zien, terwijl de schaduwvlakken toch precies goed terechtkomen. Ook het binnentredende daglichtniveau hebben we in Delft gemeten, maar dan in een speciale daglichtkamer. Daarin is in het plafond verlichting ingebouwd die de bewolkte hemel simuleert." Van der Hoeven is dus geinteresseerd in licht en de effecten ervan, en weet daarvoor de technische hulpmiddelen te vinden.
Tijdens de projectfase werkt hij vaak samen met elektrotechnische specialisten. Echter nooit met een lichtontwerper. Peinzend zegt hij: "Als ik iemand op dit gebied nodig zou hebben, zou mijn eerste gang naar Christa van Santen zijn." Van Santen gaf les in Delft en schreef een boek over daglicht en kunstlicht. En wat weet hij van de NSVV, die nu, in samenwerking met vakblad Licht, de licht-award uitreikt? Het initiatief zint hem, maar hij moet bekennen dat hem vroeger bij de naam NSVV geen belletje was gaan rinkelen. Pas toen juryvoorzitter Jack de Leeuw hem vorig jaar benaderde, omdat Van der Hoeven BNA-voorzitter is en gepassioneerd is van licht, raakte hij van het bestaan van de NSVV op de hoogte. Hij ligt er niet wakker van, elke organisatie die zich met licht bezighoudt, draagt hij een warm hart toe. Vergoelijkend zegt hij: "Ik heb mij enigszins teruggetrokken uit het vak en heb al sinds eind jaren negentig geen groot gebouw meer ontworpen. Er wordt veel geld aan gebouwen verdiend, vooral door projectontwikkelaars. Het feit dat gebouwen handel zijn geworden, stoort me daarbij. Daarom neem ik alleen nog opdrachten aan die ik echt leuk vind; een vrij elitair standpunt, dat besef ik. Dus wellicht dat het tegenwoordig veel gebruikelijker is om een lichtontwerper in te schakelen. Ik houd me echter op dit gebied op de hoogte met catalogi, door beurzen en bladen als de Architect."
Halveren
En zoals gezegd, bewondert hij het werk van Peter Struycken. "Struycken zegt: "Zodra we buiten zijn, vindt niemand het gek dat het licht verandert: schuift er een wolk voor de zon dan kan het licht ineens halveren. Maar als dat binnenshuis gebeurt, vinden we dat wel gek. Iedereen wil 500 lux op z'n tafelblad, wat een lariekoek." Van der Hoeven mijmert verder nog even over die gang bij het ministerie van V&W die telkens van kleur verandert. "Struycken stond bij een rood verlichte gang toen iemand opeens een deur open deed. Een plons daglicht stroomde die gang binnen. Door het contrast met het rode licht, werd die plons ineens groen. Struycken heeft dat onderwerp verder uitgediept en legt nu zijn ervaringen in een boek vast. Het wordt een standaardwerk over kleur."
Is er nog iets wat Van der Hoeven stoort op het gebied van licht? Onmiddellijk zegt hij: "Ik heb me van begin af aan gestoord aan TL-buis kleur 33. Dat was vroeger de meest economische lamp en er werd gezegd dat hij het meeste aansloot bij de kleurtemperatuur van het daglicht. Ik vond het altijd een onplezierig licht, waarbij ik het gevoel had alsof ik slecht had geslapen. Het rood werd uit de omgeving gehaald, dus ook uit de huidskleur van je gezicht. Ik eiste daarom in mijn bestekken altijd kleur 83 of later 84, daarover heb ik menig robbertje gevochten. Als ik nu 's avonds in de auto langs kantoren rijd, zie ik soms nog die harde, nare kleur. Ik houd van warmere tinten. Daarom houd ik ook niet van die kwiklampen die nu zo populair zijn. Bij Schiphol hangen ze in de groengetinte aankomsthal van het NS-station. Ik weet niet hoe snel ik daar moet wegkomen. Misschien is dat ook wel de bedoeling. Meestal ben ik niet onder de indruk van het toegepaste licht. Wel als er iets innovatiefs aan de hand is, zoals het bewegende lichtplafond in de Stopera, ook al van Peter Struycken."
Toekomst
Innovatieve zaken hebben dan ook zijn grootste interesse tijdens de jurering van de lichtprojecten bedoeld voor de NSVV Award. "Verder kijk ik naar technische foefjes, vormgeving en energetische aspecten, want niemand kan heen om bezuinigen op energie. Ook moet zijn nagedacht over de toekomst: je ontwerpt niet alleen voor het nu, maar tevens voor latere generaties. Zorg dat die er ook nog voor willen zorgen."
Verder is Van der Hoeven benieuwd of de bedoeling van een lichtproject in de praktijk ook werkelijk uit de verf komt. Relativerend zegt hij: "Maar naar hetzelfde kijkend, krijg je binnen zo'n jury toch veel verschillende meningen. Daarin zullen wij onze weg moeten gaan bepalen. Ik ben in ieder geval erg benieuwd naar wat ik onder ogen zal krijgen."