* Aanpak opdrachtgever oorzaak discussie over W-hal



Gisterenavond vond in Eindhoven het door de studenten van Whypod georganiseerde debat plaats over sloop of behoud van de W-hal [1959 - zie foto boven] van de hand van de architecten S. van Embden en J. Choisy. Het College van Bestuur heeft bij de gemeente Eindhoven een sloopvergunning aangevraagd om een nieuw gebouw te kunnen realiseren. Een monumentenstichting vraagt de gemeente het bijzondere gebouw te beschermen, net zoals het Dr Neherlaboratorium [1957] in Leidschendam van dezelfde architect inmiddels opgenomen is in de lijst van 100 aangewezen wederopbouw monumenten van cultuurminister Plasterk.
Diverse deskundige inleiders lieten hun licht schijnen over de problematiek. Het bestaande gebouw kende krachtige verdedigers in de persoon van Wouter Vanstiphout [die een waardevolle notitie over de betekenis van de W-hal schreef] en Wytze Patijn [die tot 2000 supervisor was van het Eindhovense campuscomplex] en geslaagde voorbeelden van hergebruik elders passeerden de revue. Architect Joost Ector en projectleider Herman Rikhof hadden de ondankbare taak om in het hol van de leeuw hun visie te verwoorden, die inhield dat het schier onmogelijk was gebleken om de bestaande bebouwing bouwfysisch, technisch [en financieel] op te waarderen voor toekomstig gebruik als centrale campusvoorziening met bibliotheek.



Gedurende de discussie bleek hoe het project door de opdrachtgever was aangepakt. Op een aanbestedingsoproep hadden enkele tientallen architectenbureaus zich aangemeld; uit die groep werden zeven architecten gevraagd aan de hand van nadere informatie en het programma van eisen een zogenaamde 'visiepresentatie' te geven. Vijf van die zeven brachten plannen met behoud van de bestaande W-hal, twee waaronder Ector Hoogstad [zie impressie hierboven] stelden nieuwbouw voor, hetgeen door het College werd omarmd; mede omdat de anderen "op nadere vragen over bouwfysische onderbouwing van de behoud-gedachte geen adequaat antwoord konden bieden", zoals Rikhof het verwoordde.Maar nu is het kenmerk van een visiepresentatie juist dat architecten - mind you: zonder enige vergoeding - slechts hun visie geven op de aanpak van het gevraagde programma. Die aanpak, inclusief nadere studie naar duurzame oplossingen voor het gestelde probleem, betekent uiteraard dat er pas later [met gebruikmaking van alle technische en vernuftige kennis, bijvoorbeeld aanwezig bij de eigen faculteiten] en betaald [!] aan feitelijke oplossingen kan worden gewerkt.
Nu werkt alleen Ector door aan een voorlopig ontwerp op basis van sloop. Wel probeert hij in zijn nieuwe gebouw "de geest van de W-hal te reincarneren" zoals het cryptisch werd omschreven. De overgrote meerderheid van de aanwezigen [zie foto van Cursor hieronder] kon zich echter vinden in de slotstelling dat 'de waarde van de W-hal ertoe moet leiden dat er een nieuw ontwerp komt waarin ook [delen van] de feitelijke W-hal wordt [worden] opgenomen'. Patijn zei het misschien nog het mooist: "Zelfs wanneer de hal geen monument zou worden, moet je hem - ook vanwege het duurzaamheidsaspect - natuurlijk gewoon bewaren"!



Kortom, de opdrachtgever kan zich beraden op een interessanter en hopelijk beter onderbouwd vervolg, want ook Ector meende met een meer toereikend budget weldegelijk nadere studie naar behoud te willen en kunnen doen.
Hulde dus aan de opponerende studenten, die op deze wijze misschien wel hebben bewerkstelligd dat de onvoldragen aanpak van een zo importante opdracht, wellicht in de toekomst professioneler en dus in een meer openbare samenspraak met eigen deskundigen, gebruikers en beschouwers wordt georganiseerd. En ook de aanwezige wethouder Mary Fiers, die straks met het College van B&W moet beslissen over de sloopvergunning, hoeft vooralsnog slechts te vragen om nadere studie.
[Zie ook het artikel in Cursor, het opinieblad van de universiteit. De richtlijn 'visiepresentatie' is hier te downloaden van de website van de BNA. In die tekst is te lezen dat alleen enkele ter plaatse gemaakte handschetsen gebruikelijk zijn. Maar opdrachtgevers die voor een dubbeltje - of in dit geval dus 0 euro - op de eerste rang willen zitten, worden door de deelnemende architecten tegenwoordig steeds vaker op hun wenken bediend. Er verschijnen dan zelfs complete 3d-presentaties op dit soort gratis sessies...] - 30 oktober 2007 - BOX 1.328/


* Vlaanderen: 13 architectenwoningen beschermd





Dertien eigen woningen van belangrijke Vlaamse architecten worden voorlopig beschermd. Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening en Erfgoed Dirk Van Mechelen [VLD] heeft daarvoor de procedure ingezet. Hij moet binnen het jaar beslissen of de bescherming definitief wordt.
Concreet gaat om woningen van architecten die iets betekenen of betekend hebben in de Vlaamse, Belgische of zelfs internationale architectuurwereld en hun stempel drukten op een bepaalde periode. De eigen woning is daarbij meestal typerend voor een bepaalde periode in de carrière van de architect of net een synthesemoment van een lange evolutie.





De 13 geselecteerden zijn de eigen woningen van de architecten Lode Wouters [Deurne - 1961], Paul Neefs [Oud-Turnhout - 1965], bOb Van Reeth [Mechelen - 1969], Antoon Blanckaet [Aalst - 1932], Juliaan Lampens [Eke - 1960], Jean Van Den Bogaerde [Sint-Martens-Latem - 1966], Pieter De Bruyne [Aalst -1970], Willy Van Der Meeren [Tervuren - 1956], Fernand Brunfaut [Meise], Peter Callebout [Nieuwpoort-Bad - 1956], Axel Ghyssaert [zie foto's; Brugge - 1960], Georges Vandenbussche [Tielt - 1960/1970] en Marc Dessauvage [Loppem - 1972/1980].



[De foto's - afkomstig van Office for Word and Image, OWI - tonen architect Axel Ghyssaert, zijn echtgenote en zijn huis. Zie voor het actuele debat over monumentenzorg in ons land ook de discussie bijdrage van Dirk Baalman vandaag op ArchiNed. Zie voor meer woningen van architecten onze pagina 'Architectenwoning' op k+NAP.] - 22 oktober 2007 - BOX 1.327/de Morgen


* Zwitserland - Nieuwe beelden uit Monte Carasso




Tijdens ons recente bezoek aan Ticino, het Italiaans sprekende deel van Zwitserland gingen we vanzelfsprekend ook op bezoek in Monte Carasso, een kleine stadsgemeenschap direct grenzend aan de grotere stad Bellinzona. De beroemde architect en docent Luigi Snozzi werkt daar als stadsarchitect - samen met bestuur en bevolking - al meer dan 25 jaar aan nieuwe antwoorden op herstel- en ontwikkelingsvragen binnen de alledaagse lokale bouwpraktijk. Het architectonische vakmanschap straalt af van elke ingreep, of die nu groot of klein is. Vooral de nieuwe maar eenvoudige overgangen tussen straat en huis, veelal opgebouwd uit simpele betonnen muren en daken, maken indruk (maar daarover later meer).



Snozzi geeft ook anderen een kans om nieuwe ingrepen te doen en zo kwamen we onder meer dit bijzondere en prachtig gemaakte betonnen huis tegen. Het is nog in aanbouw, maar toont reeds zijn krachtige expressie: Twee gestapelde dozen - elk in een andere richting - om zo de ontmoeting van twee straten te accentueren. Gecombineerd met een betonnen tuinmuur, die fungeert als grens tussen openbaar en prive en die tevens op subtiele wijze het opgetilde volume draagt.



Het huis is ontworpen door de voor ons nog onbekende architect Mauro Malisia. Deze blijkt bij navraag een van de bureaumedewerkers van Snozzi te zijn en hij geeft tevens les aan de Academia di Architettura, het onderdeel van de Universita della Svizzera Italiana in Mendrisio waaraan onder meer ook Mario Botta en Peter Zumthor als docent verbonden zijn.
Malisia toont op meesterlijke wijze dat grote uitkragingen ook kunnen worden gerealiseerd zonder dat de beschouwer de gedachte bekruipt dat de zaak ooit een keer in elkaar dondert... De hier zo vakkundig toegepaste evenwichtsconstructie geeft ons althans een veilig gevoel.



[Zie voor meer nieuws uit Zwitserland ook BOX-bericht 1.323 hieronder over architect Rolf Muehlethaler.] - 18 oktober 2007 - BOX 1.326


* Inhuizing Acropolis Museum Athene begonnen




Na enkele jaren vertraging in de start van de bouw - mede door strijd over de archeologische vondsten op het bouwterrein - is vorige week in Athene de meer dan 10 maanden durende inhuizing begonnen van het nieuwe Acropolis Museum naar ontwerp van de oorspronkelijk Franse, maar in New York gevestigde architect Bernard Tschumi. Hij kwam persoonlijk kijken naar het transport van de eerste gedemonteerde onderdelen van het fries van het Parthenon op de Acropolis [zie foto's boven]. Het museum is gebouwd aan de voet van de heuvel, maar wel zodanig dat vanuit verschillende plaatsen in het gebouw het oorspronkelijke tempelcomplex goed te zien is [zie tekening hieronder].



De beelden en friesgedeeltes worden zoveel mogelijk ondergebracht in het daartoe perfect geconditioneerde museum; ook om de Griekse claims in de richting van Engeland te ondersteunen om de 'the Elgin Marbles' weer in eigen land terug te krijgen. Nu bijna 200 jaar geleden, in het begin van de 19e eeuw, verscheepte de Britse diplomaat Lord Elgin een belangrijk deel van de bekleding en de beelden van de Acropolis naar Londen, alwaar ze sinds jaar en dag in een aparte zaal van het British Museum te zien zijn [zie foto onder]. Londen heeft de teruggave altijd geweigerd omdat er geen adequate bescherming kon worden geboden. Dat argument is met de komst van het ruim 20.000 m2 grote gebouw van architect Tschumi's nu dus komen te vervallen.



[Zie voor meer info ook de websites van het Griekse ministerie van Cultuur en die van Bernard Tschumi en zijn Griekse co-architect Michael Photiades.] - 15 oktober 2007 - BOX 1.325/AP


* Wachtende man van Antony Gormley in Lelystad




In een kort bericht meldt Dagblad de Stentor op internet: "Turend naar de einder verrijst er na de zomer van 2008 een reusachtige gehurkte man op een strekdam in het Markermeer bij Lelystad. Het 957.000 euro kostende landschapskunstwerk wordt met 25 meter zo hoog als een flat van acht verdiepingen. Kunstenaar Antony Gormley onthulde afgelopen dinsdag het definitieve ontwerp van zijn creatie Exposure. The Lelystad Sea/Land/Body/Space/Frame noemde hij de hurkende man. Die wordt als een reusachtige meccanoconstructie opgetrokken uit 1804 stalen balken en gaat 44.000 kilo wegen. Gormley baseerde het beeld op modellen van zichzelf.



Bij een bezoek aan Flevoland werd de Britse kunstenaar getroffen door de vele windmolens en de constructie van de hoogspanningsmasten. ,,De zenuwen van Flevoland'', zo noemde de kunstenaar de vele masten. Getroffen door de open constructie ['de taal van de stroompaal'] van de masten paste hij die ook toe in de turende man.
Past het gevaarte wel in Flevoland? Gormley zelf vindt van wel. "Dit is een stuk gecreëerd land zonder historie, een gekoloniseerd land en er is een cultuur van constructie en gemaaktheid.'' Dat Flevoland geen historie heeft, zal cultuurwethouder Job Fackeldey ongetwijfeld ontkennen. Maar dat het gevaarte aan de kust van Lelystad past, ontkent hij niet: "Waar zou het beter kunnen dan aan de kust?''
In april of mei volgend jaar wordt begonnen met het aanleggen van de fundering. Binnenkort wordt in Schotland begonnen met het produceren van de onderdelen van het kunstwerk. En, hoe kan het ook anders, de onderdelen worden geproduceerd bij een fabrikant van hoogspanningsmasten. " [einde Stentorbericht].



Gormley [in 1994 winnaar van de prestigieuze Turner Prize] werkt in bijna al zijn creaties met de menselijke figuur, zoals in het beeld hierboven voor een expositie in het BALTIC Centre for Contemprorary Art in het Engelse Gateshead in 2003.
Of in het project hieronder; het enorme beeld 'Wasteman', samengesteld uit grofvuil dat door hem werd gebouwd in Margate in de herfst van 2006. Aan het einde van de bouwperiode van vier weken werd het beeld op 30 september 2006 in aanwezigheid van een duizendkoppig publiek verbrand.






Tenslotte een foto van de kunstenaar zelf - curieus genoeg zittend in de houding van zijn project in Lelystad - temidden van zijn project 'Asian Field', bestaande uit 180.000 keramische mensfiguren die onder zijn leiding binnen vijf dagen door de 300 inwoners van een Chinees dorp werden vervaardigd voor een expositie in het kader van de Biennale 2006 in het Australische Sydney.
[De tekening van de structuur van het beeld in Lelystad is van de hand van Sean Hanna, architect, onderzoeker en docent aan het University College of Londen en aan de Bartlett Graduate School.] - 11 oktober 2007 - BOX 1.324/Stentor


* Messcherpe moderniteit van Rolf Mühlethaler in Bern

Zowel De BOX als Martin Groenesteijn reisden door Europa in de afgelopen maand. Bij toeval ontmoette Martin architect Rolf Mühlethaler in Zwitserland; hier zijn eerste verslag :
"Mühlethaler - een bescheiden, zachtsprekende man met opvallende ogen - ging gekleed als de archetypische architect. Designerschoenen, jeans en een zwart colbert. Later die dag zouden wij een aantal van Mühlethalers projecten bezoeken en die zijn indrukwekkend. Sinds 1985 werkt hij aan een weldoordacht en zeer stringent oeuvre, hoofdzakelijk in Bern en omgeving. Het werk van Mühlethaler blijkt in eigen land nog maar spaarzaam gepubliceerd te zijn. Ook op internet is nog weinig over hem te vinden. Waarom is het werk van deze architect zo onbekend terwijl het wat mij betreft van internationale kwaliteit is? Hier aandacht voor een drietal recente projecten.



Aan de Bruckenstrasse in Bern realiseerde Mühlethaler een blokje appartementen. In een historische context staat een bikkelhard, hermetisch gebouw met veertien woningen, gerealsiseerd in schone beton. Het project, gebouwd in 2005, is prachtig gedetailleerd en neemt de historische kenmerken uit de buurt over zoals de schaal, de ommuurde voortuintjes en trap en bordes bij de voordeur. In ons eigen land zou een dergelijk gebouw ondenkbaar zijn.






Afgelopen jaar kwam letterlijk op de overgang van stad en land een wonderschoon wooncomplex gereed. Ook hier schone beton en transparante aluminium schermen. Het complex bestaat uit drie blokjes die samen een ensemble vormen. Opvallend zijn de enorme, kolomloze overstekken. Er is een veelheid aan plattegrondtypen aanwezig maar dat is aan de buitenzijde niet afleesbaar. Door de schermen (die kunnen schuiven voor de ramen, loggia's en balkons) door te trekken ontstaat een steeds wisselend gevelbeeld in een groene omgeving.






Zijn laatste gebouw is net opgeleverd; een kantoorgebouw voor het bekende bedrijf Intersport op een perifeer bedrijfsterrein. Zwevend boven een parkeerplaats is een gebouw gerealiseerd van twee verdiepingen. Deze typologie is uiteraard vaker toegepast, maar door de messcherpe uitvoering krijgt het project hier een extra dimensie. De zonwering ligt verzonken in de betonnen luifels, maar hier in een zaagtandpatroon zodat er geen naden tussen de schermen ontstaan. In de kolommen van de parkeerlaag is de verlichting geïntegreerd. Werkelijk alles lijkt hier onder controle. Bij de entree maakt de gevel een knik waardoor een minimale maar logische ontvangst ontstaat. Mede door dit soort ideeën blijkt dit gebouw een innovatieve ontwikkeling van gebouwtypen met hun oorsprong in het modernisme te zijn."
[Architectuur kun je natuurlijk alleen fysiek werkelijk ervaren, maar voor wie meer over Mühlethalers werk wil weten - zonder naar Zwitserland te hoeven reizen - is er een alternatief. Zeer recent is er een monografisch magazine over deze architect verschenen in de Aedibus serie (#18) van uitgeverij Quart in Luzern. ISBN 978-3-907631-74-4. Mühlethaler heeft momenteel nog een aantal grote en veelbelovende, projecten in aanbouw, dus waarschijnlijk zullen we nog meer van deze intrigerende architect horen.] - 09 oktober 2007 - BOX 1.323/Martin Groenesteijn


* [Vogel] huis voor Rotterdamse burgemeester?





Vandaag een combinatieberichtje over twee zeer aardige architectuur prijsvragen. De eerste door de BNA Kring Rijnmond georganiseerd: ontwerp een representatieve ambtswoning voor burgemeester Opstelten op een zelf te kiezen locatie in Rotterdam. Inzenden tot 26 oktober, prijsvraagprogramma te downloaden via de website van BNA Regio Delta. Jury: wethouder Mark Harbers, stedebouwkundige John Westrik, Dura Vermeer directeur Hans Bouma, BAM vastgoedmanager Pieter Hameetman, BNA-bestuurslid en architect Caroline Bijvoet, Academiedirecteur Lucas Verweij en architect Wim Quist. Uitslag en prijsuitreiking op 30 november 2007.
En de tweede van het RAP Architectuurcentrum uit Leiden: Ontwerp een huisje voor de stadsvogel. Steeds meer echte stadsvogels hebben moeite om te overleven in de stad. Dit heeft verschillende oorzaken, waarvan er één het tekort aan mogelijke broedplaatsen is. RAP Architectuurcentrum wil daar een handje bij helpen en organiseert een ontwerpwedstrijd voor vogelhuisjes. De aftrap van de wedstrijd is op donderdag 11 oktober met een tweetal lezingen. Bioloog Bart van Konijnenburg gaat in op de verschillende soorten stadsvogels en welke specifieke eisen er worden gesteld aan een nestkast zodat ze ook echt gebruikt kunnen worden. Kunstenaar Fredy Beckmans vertelt vervolgens over de nestkasten die hij al 10 jaar maakt en die hij beschildert met de namen van alle vogels over de wereld.
Met deze informatie én inspiratie als bagage wordt iedereen van harte uitgenodigd om een ontwerp te maken voor een vogelhuis. Alle inzendingen zullen te zien zijn in de tentoonstelling die op 15 december wordt geopend. Na de tentoonstelling in het RAP gaan de huisjes eerst naar de Hortus Botanicus in Leiden en de winnende ontwerpen zullen daarna een jaar lang te zien zijn in Vogelpark Avifauna. Meer informatie over de wedstrijd is vanaf 11 oktober te vinden op www.rapsite.nl.
[Stadsvogel zoekt Huis - Lezingen en aftrap ontwerpwedstrijd: donderdag 11 oktober, 20.00 uur - Uiterste datum inzenden ontwerp: vrijdag 23 november - Prijsuitreiking en opening tentoonstelling: zaterdag 15 december, 17.00 uur - Tentoonstelling in RAP: 15 december 2007 t/m 26 januari 2008 - Openingstijden: wo, do, vr, 13.00-17.00 u; zat: 11.00-17.00 u] - 03 oktober 2007 - BOX 1.322/BNA/RAP

Berichten uit de voorgaande maanden in het

* Archief-overzicht.



*

© 1997-2007. Copyright ArchitectenWerk.