* Londenreis als prijs voor stalen top 200




Wat is het mooiste stalen bouwproject in Nederland? Voor dit antwoord roept het vakblad Bouwen met Staal - ter viering van de 200ste editie - alle opdrachtgevers, constructeurs, architecten en bouwkundigen op hun favorieten te geven, bij voorkeur in een top 10. Of het nu gaat om een woongebouw, een kantoor, een stationoverkapping, een brug, een kunstwerk of een hal, zolang maar aangegeven wordt waarom specifiek dat project moet worden uitgeroepen tot hét stalen bouwwerk. De reden kan verschillend zijn, bijvoorbeeld een efficiënt uitgewerkt detail of de betekenis van het bouwwerk voor de omgeving of misschien juist de snelheid van bouwen met minimaal overlast voor de buren. Uit alle inzendingen stelt de redactie een top 200 samen die wordt gepubliceerd in de 200e editie van Bouwen met Staal in februari 2008.
[Op de foto het project Kraanspoor van Ontwerpgroep Trude Hooijkaas. Bouwen met Staal verloot onder de inzenders tweemaal een geheel verzorgde tweedaagse Londentrip voor twee personen. Stuur uw top 10, tot 15 januari 2008, naar top200@bouwenmetstaal.nl.]
- 29 november 2007 - BOX 1.335/BmS


* Het ultieme sinterklaascadeau voor architecten

We kwamen hem bij toeval tegen in onze eigen boekhandel en konden hem - na enige aarzeling over de prijs - toch niet laten liggen: de nieuwe tweedelige architectuur encyclopedie onder de titel 'Modern Architecture', in cassette uitgegeven door het Duitse Taschen. Er is zeven jaar jang aan gewerkt door een internationale redactie onder leiding van Peter Gossel en het resultaat mag er zijn: twee delen met samen 1.080 pagina's, waarin 600 lemma's met architecten, stijlen, stromingen, tekeningen, citaten, korte biografieen en meer dan 5.000 foto's. Voor ons interessant zijn vooral de minder bekende architecten uit de vroege modernistische traditie.



Ons eigen land is goed vertegenwoordigd [van Wiel Arets tot en met Rene van Zuuk]; de onbegrijpelijk afwezige vaderlander is Jo Coenen, daarentegen zijn Bart Mispelblom Beyer en Charlotte ten Dijke met Tangram weer wel opgenomen... Kortom, een must voor de boekenkast of - in dit geval vanwege het enorme formaat - de salontafel van elke architect!
[De nieuwe encyclopedie is in het Nederlands verkrijgbaar bij de betere boekhandel voor € 199,- en in het Engels bijvoorbeeld via Amazon voor $ 250,- exclusief vervoerskosten.]
- 24 november 2007 - BOX 1.334


* Interessant eerste seminar over traditie



Op initiatief van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst werd afgelopen donderdag in de aula van museum Boymans - onder de titel Tradition Today - een dag lang aandacht besteed aan de oprukkende invloed van de traditionalistische architectuur [zie ook de introductie in Box-bericht 1.329 hieronder]. Moderator Hans Ibelings hoopte in zijn inleiding dat de traditie niet meer zo 'evasive' [=contact met de vijand vermijden] zou worden behandeld; wat hem betreft was 'Tradition Okay', want vandaag de dag toch ook een modern fenomeen... De voertaal was Engels en dat leidde bij de Duitse architect Paul Kahlfeldt tot de opmerking dat hij eigenlijk eerst twee gin-tonics nodig had om die taal verstaanbaar te kunnen uitspreken. Zijn benadering en gebouwde werk bleken uiterst streng en klassiek van opzet en daarmee volstrekt humorloos van karakter. Alleen als hij er met die regels niet uitkwam - zie de loggia op de foto in het eerder genoemde Box-bericht - wilde er in een halve travee nog wel een grappige cariatide verschijnen. Op een vraag uit de zaal waarom hij twee corinthische zuilen in een kamer had geplaatst, antwoordde hij doodgemoedereerd dat die 'de inleiding vormden op de bomen in de achtertuin'... Ook met bladeren nietwaar?



In de lezing direct na de lunch kwam de Duitse historicus Wolfgang Sonne aan het woord [zie foto hierboven]. Op glasheldere wijze onderbouwde hij de vier mogelijke manieren van omgaan met de historie in architectuur: - de 'eternal laws', architecten die menen dat de architectuur onveranderbare oer-wetten kent en die dus steeds opnieuw gebruiken, - de 'continuous evolution', waarin architectuur zich gedurende de geschiedenis ontwikkelt en waarin historische elementen worden aangepast aan de nieuwe tijd, - de 'historic repetition' of 'critical reuse', waarin zorgvuldig gekozen elementen uit de geschiedenis in nieuwe architectuur terechtkomen, en tenslotte de 'modernistische aanpak' waarin een relatie met de historie meestal ontbreekt; Sonne noemde zelfs het woord 'luiheid' in relatie tot de aanpak van de modernen.
Daar konden de 'modernere' inleiders de Brit Tony Fretton en Zwitser Marco Bakker het vervolgens mee doen... Hoewel zij lieten zien dat ook in hun werk de geschiedenis, al was het op abstract gesublimeerde wijze, herkenbaar aanwezig was.



Nederlanders Sjoerd Soeters ['het gaat in eerste instantie om het ontwerp van de goede stedelijke of openbare ruimte'], Peter Drijver [we moeten streven naar een 'desirable place to be'] en Joris Molenaar [wij kiezen voor een 'radicaal eclecticisme'], kwamen niet met nieuwe of verrassende standpunten en het was in het afsluitende debat weer Wolfgang Sonne die wat ons betreft de beste duit in het zakje deed. Hij memoreerde zonder de respectievelijke inleiders met name te noemen dat hij twee soorten ontwerpbeslissingen had gezien: diegene die gebaseerd waren op de 'larger rules' en andere die vooral op basis van 'individual rules' waren genomen. In die laatste was hij minder geinteresseerd; wat hem betreft zou de discussie zich in de toekomst dan ook op het vinden van meer gemeenschappelijke opvattingen kunnen richten. Het bleek een nuttige en leerzame eerste dag over een actueel fenomeen dat in het Nederlandse architectuurdebat tot nu niet systematisch of diepgaand aan de orde kwam. Voor herhaling vatbaar dus.
- 19 november 2007 - BOX 1.333


* Koolhaas' geest waart rond bij BNA Kubus voor OMA



De feestelijke uitreiking van de BNA Kubus 2007 aan het Office for Metropolitan Architecture vond afgelopen zaterdag plaats in de Rotterdamse Kunsthal in aanwezigheid van tout architectonisch Nederland en zelfs de minister van VROM [zie foto boven bij de overhandiging aan OMA partners Van der Chijs, Alkemade en Van Loon], maar OMA's oprichter Rem Koolhaas liet verstek gaan. Werd het door zijn wegblijven een 'tweedehands'-feestje of was er toch nog wat te genieten? Om de feestvreugde niet te verstoren kwam de waaromvraag helaas op geen enkele wijze aan de orde, maar Rem's geest was er uiteraard wel: behalve in OMA's eigen dankwoord, bleken de sprekers niet om hem heen te kunnen...

Na een welkomstwoord door BNA-voorzitter Van Schooten - hij toonde onder meer zijn dochter met een Amerikaans OMA-detail als achtergrond - was het de beurt aan de Eindhovense hoogleraar Bernard Colenbrander die zoals bleek een bijzondere laudatio had voorbereid. Zijn 4.500 woorden onder de titel 'De expansie van een ego zonder ik' worden hopenlijk nog wel eens in druk uitgegeven, daarom hier slechts enkele flarden uit zijn indrukwekkende tekst.
Hij begon met Rem's weigering om deel te nemen aan de bekende serie 'Monografien van Nederlandse Architecten' [hij voelde zich namelijk geen NL architect]. Na een beschrijving van de groeiende roem in de afgelopen 20 jaar stelde hij nu dat "de dag niet ver meer is, dat zijne excellentie minister-president Jan Peter Balkenende onze held aan het volk ten voorbeeld stelt als degene die meer dan wie ook gestalte geeft aan het verlangen de VOC-mentaliteit van de natie te doen herleven"...
Een interessante passage was vervolgens gewijd aan de vergelijking met de carriere van Carel Weeber. Carel probeerde de gevestigde orde van binnenuit - in de opleiding en vanuit een gevestigd bureau - te veranderen, terwijl Koolhaas vanuit een andere achtergrond - journalistiek en filmwereld - als buitenstaander binnenstormde in de vaderlandse architectuur. Pikant was de constatering aan de hand van de beruchte R'damse bibliotheekprijsvraag dat voor Weeber "deze ramp de inleiding vormde van een loopbaan met slechts spaarzame successen en steeds meer zijsporen zonder vervulling"; dit in tegenstelling tot de bliksemcarriere van Rem na zijn verliezende plan voor de Haagse Tweede Kamerprijsvraag.



Vanzelfsprekend kwam ook het geschreven werk van Koolhaas uitgebreid aan bod en met name het vuistdikke boek 'S,M,L,XL', het boek "dat alle boeken overbodig maakt, uitgezonderd de Bijbel en het telefoonboek" aldus Gerard Reve parafraserend. Dat telefoonboek hebben we in het mobiele beltijdperk niet meer nodig en dus bleef de Bijbel over. En die vergelijking met de heilige schrift was niet eens zo gek vond Colenbrander, want waar de Bijbel besluit met de openbaringen van het einde, sluit Koolhaas' dikke pil af met het volgens hem magistrale "Generic City", met in het laatste gedeelte de gefilmde apocaliptische verdwijning van de stad.
Bernard ging daarna nog een stap verder door Rem te vergelijken met Jezus bij het Laatste Avondmaal en sprak over het aanwezige talent rond de meester in de vorm van zijn discipelen, met name Petrus en Judas. De goede verstaander dacht direct aan Winy Maas en Willem-Jan Neutelings of anderen, maar was het niet Colenbrander zelf die in zijn prachtboek "Referentie OMA" alle leerlingen al trefzeker had beschreven?
In een poging de betekenis van Koolhaas binnen het OMA-collectief te duiden kwam ook Rembrandt van Rijn nog op de proppen. Waar Rem zegt: "Het is een merkwaardig gevoel, maar ik ben geen ik" om vooral het collectief te benadrukken, haalde Colenbrander Rembrandtkenner Jonathan Bell aan die dat oceanische of atmosferische gevoel prachtig omschrijft: "Geen eenzaam genie op een voetstuk, maar 'de zone van grootste dichtheid in een melkweg van convergerende referenties' "...
Voordat Bernard zijn lezing besloot met een komische passage uit een aflevering van de Donald Duck - wat ons betreft was die stand-up comedy-act niet nodig geweest - wijdde hij nog enkele passages aan het klaarblijkelijk gebrek aan tegenspraak in Koolhaas' richting: hoe zit het nu eigenlijk met zijn meest private ethiek en moraliteit? Die vraag bleef vooralsnog onbeantwoord, het ging deze dag immers niet om de mens maar om het werk.



Na een korte film over de werkwijze van OMA aan de hand van gesprekken met een drietal medewerkers, besprak voorzitter Freerk Hoekstra het jury-rapport. Een afgewogen jury-oordeel dat nog wel de vraag bevatte waarom de Kubus niet al veel eerder aan het bureau was toegekend. In het licht van eerdere prestigieuzere prijzen als de Pritzker en de Royal Gold Medal een terechte vraag.
Het aansluitende praatje van minister Jacqueline Cramer duurde helaas veel te lang en was bij vlagen tenenkrommend van kwaliteit; iemand had haar toch vooraf moeten beschermen, want je laat toch ook geen verpleegster inhoudelijk verslag doen van een open hart operatie... Ze maakte nog wel een interessante verspreking; waar ze Koolhaas als geestelijk vader van OMA wilde kenschetsen, zei ze 'geestelijk leider' en dat was misschien onbedoeld weer een kleine waarheid. Maar goed, uiteindelijk reikte ze het kristallen kleinood uit aan drie partners van OMA, waarna Floris Alkemade als wel aanwezige nestor een kort dankwoord uitsprak.
Hij vroeg zich af wie er nu veranderd was - OMA of Nederland - zodat de prijs aan hen kon worden toegekend. OMA was natuurlijk gegroeid [van welp naar volwassen tijger] maar had wat hem betreft zijn onvoorspelbare natuur behouden. Daarom hield hij het maar op het laatste en hij besloot met de zinsnede dat "OMA deze prijs - zonder enige reserve - graag in ontvangst nam."

Die drie woorden - zonder enige reserve - kregen door de afwezigheid van Koolhaas wellicht onbedoeld toch een zekere lading; we hadden hem de dag ervoor nog uitgebreid horen spreken en nu was hij bij navraag kennelijk onderweg in het Midden Oosten. In een enkel verslag van het interessante symposium Architectuur 2.0 kwam ik verwijzingen tegen als 'Koolhaas=God' en Colenbrander vergeleek hem met Jezus. De Bijbelse drie-eenheid [God - de Vader, de Zoon en de Heilige Geest] biedt de mogelijkheid om - enigszins bedroefd - dan maar voor deze laatste te kiezen. Rem was er niet, maar toch ook weer wel; Zijn Geest waarde rond en slechts Zijn vlam ontbrak.
- 14 november 2007 - BOX 1.332


* Doelen: 1.000 man voor 'Power' in Architectuur 2.0

Voor een debat onder leiding van Ole Bouman bereid ik altijd een vraag voor. Dit keer zou ik refereren aan een interview met Charles Jencks in het recente nummer van het tijdschrift Volume. Hij bespreekt daar de 'power' [kracht of macht] die architecten als Frank Gehry en Rem Koolhaas via hun positie hebben ontwikkeld en hoe ze die nu nauwelijks gebruiken om leiding te geven aan de architectuurdiscipline. Frank voelt zichzelf daarvoor te oud en Rem is wat Jencks betreft teveel met zijn eigen werk bezig: "He's always off trying to get more work, but after you're a certain age and you occupy a certain position, you have to change your discourse rather than chase Dubai. What do you gain by that?"
"Hoe gebruiken NL-toparchitecten nu eigenlijk hun inmiddels bereikte 'power'-positie?" zou mijn vraag hebben kunnen zijn aan de bijzondere groep 5-sterren architecten [zie daar] die gisteren in de Rotterdamse Doelen optrad voor een duizendkoppig publiek.



Tijdens een plaspauze liep ik in de foyer Elco Brinkman tegen het lijf, want ook hij was - als een van de meest invloedrijke [power-] bestuurders - gevraagd op te treden. Hij was al een uurtje binnen en vroeg me: "Kees, wat is hier aan de hand, het zindert echt in de zaal...?" Ik kon hem uitleggen dat het in jaren niet was voorgekomen dat een dergelijke concentratie van denkkracht uit ons vak bij elkaar was en dat je daar als architect dus bij moest zijn, zoals in vroeger jaren in Bouman's afgeladen avondsessies in Zaal A van de Delftse Bouwkunde faculteit. Omdat het ondoenlijk is om de indrukwekkende dag nu al te duiden, volstaan we hier met een paar korte impressies van de waardevolle bijdragen.

Na de opening van burgemeester Opstelten begon de ochtend met een lezing van Francine Houben van Mecanoo Architecten. Ze zag er prachtig uit want moest die middag ook nog met prinses Maxima een nieuwe school in Dordrecht openen. Als een zeemeermin met gouden schubben bleek ze [aan de hand van eigen werk] de ondertitel 'Destiny of Architecture' te hebben opgevat als de zoektocht naar haar eigen lot in het vak. Vooral de laatste buitenlandse opdrachten maakten indruk; waar Kraaijvanger met de Doelen maar één theater in zijn leven maakte, ontwerpt Houben er nu in Taiwan wel vier tegelijk in een enorm gebouw van 100.000 m2.



Wiel Arets bleek ook nog niet veel van de toekomst te kunnen duiden, hoewel hij met zijn eigen projecten liet zien dat luxe en comfort in deze tijd geen lege begrippen meer zijn. Zo worden zijn recente sanitairontwerpen in wit en chroom zelfs prominent gepresenteerd tegen de zwarte achtergrond van zijn onnavolgbare Utrechtse universiteitsbibliotheek.
Ben van Berkel van UN Studio was de eerste die probeerde meer algemene tendensen te ontdekken. Volgens hem zijn de mogelijkheden die nieuwe technieken bieden de essentie voor toekomstige architectuur. Met uitdrukkingen als "Van vorm naar organisatie", "Van beelden naar na-beelden", "Van activiteit naar inter-activiteit", "Van horizontaal en vertikaal naar diagonaal" deed hij althans een poging om juist het thema 'communicatie' in resultaat en proces als belangrijkste aan te wijzen voor het komende werk. We moeten volgens hem vooral leren "meebewegen met het orkest, want we staan er niet meer voor..."
Willem Jan Neutelings kweet zich in de ochtendsessie verreweg het beste en verrassend kundig van de gevraagde taak. In een uiterst strakke en bij vlagen zeer humoristische tekst [en geheel zonder plaatjes van eigen werk], veegde hij de vloer aan met de huidige hypes in het vak en de onevenwichtige aandacht voor de 5% 'top'-architectuur. Hij legde de vinger op meerdere zere plekken: "Er bestaat kennelijk geen taal meer waarin we over het vak kunnen spreken - het is als sex in de jaren '50 geworden: Iedereen doet het, maar niemand praat erover..." en: "Betekent de term 'Architectuur 2.0' wellicht dat ons vak gezien wordt als slechte software?" of: "We leven in een tijd waarin kennis vertaald wordt met 'Google', waarin kunde gelijk staat aan 'AutoCad' en waarin evocatie tot stand komt via 'Photoshop'."



Voor Neutelings is de toekomstige taak duidelijk: terug naar de basis van het vak, zoals al verwoord door Vitruvius. Het accent zou weer moeten liggen op het alledaagse, het maken van goede stedebouwkundige plannen en het verzorgen van degelijkheid, comfort en schoonheid. Een daverend applaus van zijn gehoor was het gevolg, maar in de zaal zaten dan ook de architecten die verantwoordelijk zijn [of worden] voor die 'andere' 95% van gebouwd Nederland.

Na de lunch was het tijd voor de wat langere inleidingen van Winy Maas en Rem Koolhaas en het debat. In tegenstelling tot Houben's haute couture had Winy zijn zomerschoenen nog aan, maar hij deed wat je van hem mag verwachten. Zorgvuldig opgebouwd aan de hand van de hoofdstukken uit het dikke boek 'KM3' besprak hij de verschillende onderzoekende stappen die hij met MVRDV in de laatste jaren heeft gezet. Hier raakte architectuur voor het eerst de harde politiek: dat het kabinet helaas het Ruimtelijk Planbureau gaat opheffen en hoe de varkensfokkerij in ons land anders kan worden aangepakt. Maar ook hoe de Madrileense woonexperimenten tot stand zijn gekomen en hoe datascaping en stapeling van programma's tot verrassende resultaten kunnen leiden.



Ons valt op dat zelfs in het werk van dit pas 15 jaar bestaande bureau al simpele vormen van recycling voorkomen. Getuige het prachtig en vooral subtiel opgetilde woonblok uit het project 'Wiener Veite' dat onlangs letterlijk terugkwam in de uitbreidingsplannen voor het Cleveland Institute of Art. Neutelings meende zelfs Bakema te herkennen in het recent door MVRDV opgeleverde winkelproject in Omotesando, Tokio [wat ons betreft zweefde Bakema's Delftse aula trouwens ook nog postuum rond aan de buitenzijde van Mecanoo's gerechtsgebouw in Cordoba...]. En Winy gaat gelukkig door met zijn innovatieve designresearch, nu als Delfts hoogleraar in zijn nieuwe onderzoeksschool getiteld 'WHY'-factory.
Omdat Koolhaas nog op zich liet wachten, gaf eerst Rijksbouwmeester Mels Crouwel zijn terugblik op de dag tot nu toe. In een uiterst puntig betoog besprak hij de diverse bijdragen en hij wist tevens de belangrijkste thema's aan te scherpen met de eerste gedachten uit de nieuwe Nota Architectuur die hij nu aan het schrijven is. Omdat na zijn betoog Koolhaas nog steeds op zich liet wachten begon Ole Bouman maar aan het debat, dat toen het net een beetje op gang begon te komen weer werd onderbroken omdat Rem inmiddels was gearriveerd. De voelbare spanning maakte duidelijk dat iedereen was gekomen om juist hem te horen spreken.



Hoewel hij maar langzaam op dreef kwam - vooral het begin klonk enigszins vermoeid - stelde zijn verhaal zeker niet teleur. Zijn lezing was opgebouwd aan de hand van een aantal voor hem en OMA belangrijke personen, kortweg aangeduid als 'bondgenoten' en de keuze van die term maakte de politieke lading van zijn betoog gaandeweg duidelijk. Mijn aan het begin van dit verslag geformuleerde vraag werd zo al direct overbodig, omdat Koolhaas zich letterlijk als 'publiek intellectueel' introduceerde en probeerde zijn bijbehorende verantwoordelijkheid via die bondgenootschappen te beschrijven.
Met nine-eleven als beginpunt besprak hij die sleutelfiguren, zoals de projectleider van de CCTV-prijsvraag, Arup-constructeur Cecil Balmond [helaas was hun samenwerking op een lager pitje gezet omdat Balmond tegenwoordig zelf architect wil zijn], Serpentine conservator Hans Ulrich Obrist en Hermitage directeur Michael Petrovsky. Omdat deze laatste van oorsprong Islamkenner is zag hij hem zelfs als een mogelijk cultureel 'mediator' binnen de actuele gespannen relatie tussen islam en christendom.
Vervolgens zijn tienjarig onderzoek in Lagos met als ontknoping dat twee films van VPRO-regisseur Bregtje van der Haak politiek meer invloed hadden gehad dan zijn eigen bijdragen... daarmee en passant zijn tegenstanders replicerend, die hem juist hadden verweten dat hij in Nigeria simpelweg 'zat te genieten van de esthetiek van de chaos'.
Verder via het bijzondere (onder meer prefabricage-) bedrijf 'Energoproject' waarvan hij de kennis via een 'nieuwe cel' had weten te implanteren in zijn eigen bureau, en door langs de Arabische wereld in Dubai die heeft geleid tot de recente publicatie 'Almanakh' en die maakte dat ze hem daar nu gevraagd hebben om ook de oude stad Dubai onder de loep te nemen. En via Chris Dercon naar Murcia Prada uit de wereld van de mode die toch zo veel sneller resultaat oplevert dan de wereld van de architectuur. Om via zijn betrokkenheid bij een digitaal filmdecor van een stad weer terug te komen bij Ole Bouman als hoofdredacteur van Volume, waarin ook OMA samen met anderen een hoofdrol vervult.



Koolhaas sloot de hem toebedeelde 40 minuten af met zijn werk voor de Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi en meldde zelfs dat hij de door OMA ontworpen barcode voor de Europese Unie, nu geplaatst op de lessenaar waarachter de Amerikaanse president Bush tijdens zijn Weense persconferentie stond, als een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre beschouwt. En ook daar wil hij nog dieper induiken via zijn betrokkenheid bij de EU Council on Foreign Relations.
Kortom, het was een zeer intensieve en inspirerende dag met een unieke cast, bijeen gebracht door de Rotterdamse architect Victor Veldhuijzen van Zanten, die aan het slot aankondigde dat de bijeenkomst over drie jaar herhaald zal worden. We prijzen hem tot slot met dit fantastische initiatief, alvorens weer af te reizen naar de BNA Kubusuitreiking aan OMA en Rem Koolhaas, vandaag ook in Rotterdam. We hopen werkelijk dat Koolhaas - na de toekenning van de Pritzker Prize en de RIBA Royal Gold Medal - zich niet zal storen aan deze 'omgekeerde volgorde' in waardering...
[Tussen de lezingen van de prominente architecten door waren er trouwens nog vier korte intermezzo's - met 3-minuten presentaties van jonge talentvolle collega's - te beluisteren, te weten van: Ronald Rietveld, Jochem Heijmans, Marten de Jong en Sander Lap.
Zie ook de lezenswaardige recensies van de bijeenkomst op panzerfaust.org en ArchiNed.]
- 10 november 2007 - BOX 1.331


* Plannen Bhalotra en Geuze eindelijk politiek gesteund



Hoe het mogelijk is weten we ook niet, maar na jaren van lobbyen en debatteren is het notabene de Tweede Kamer zelf die deze week in meerderheid een onderzoek steunt naar de haalbaarheid van nieuwe polders voor de Noordzeekust van ons land. Op initiatief van Joop Atsma van het CDA wordt nu nader onderzoek gedaan naar de kosten van het aanleggen van een eiland van 50.000 tot 100.000 hectare voor de kust van Zuid-Holland. Het kabinet zal wellicht deze week nog bekend maken hoe een en ander in het vat wordt gegoten.



Het brengt ons weer de eerder gemaakte plannen voor een dergelijke kustuitbreiding in herinnering. Uiteraard begon het allemaal met de innovatieve gedachten van civiel ingenieur Waterman, die decennia lang tegen de stroom van tegenstand moest opzwemmen. Later maakte stedebouwkundige Ashok Bhalotra samen met DHV zijn plannen voor een interessant buitengaats woon-werkklimaat openbaar [zie geheel boven]. Maar ook Kees Christiaanse en Adriaan Geuze werkten voorstellen voor een dergelijke uitbreiding uit onder de titel 'Waterscape' [zie hier linksboven]. En Geuze liet als curator van de Biennale Architectuur - met als thema 'de Zondvloed' - niet na te betogen dat het nu toch echt tijd werd om dit soort plannen serieus te nemen, zeker in het licht van de toekomstige stijging van de zeespiegel.



Het is nog niet bekend welke organisatie het onderzoek precies gaat doen. Het kan zijn via het Innovatieplatform, dat tevens achter de tulpachtige beelden steekt die de laatste dagen in de pers verschenen [zie midden-rechts en hier direct boven], maar het meest waarschijnlijk lijkt een onderzoeksopdracht aan de nieuwe Deltacommissie van Verkeer en Waterstaat, onder voorzitterschap van oud-minister Veerman en met als commissielid trouwens ook de bekende publiciste Tracy Metz. We feliciteren de onvermoeibare pleitbezorgers Geuze en Bhalotra uiteraard van harte met dit nieuwe politieke resultaat!
- 08 november 2007 - BOX 1.330/ CoBouw


* Seminar over traditionalisme in de architectuur



In Rotterdam organiseert de Academie van Bouwkunst een interessant programma over traditionele architectuur. Onder de titel "Tradition Today" wordt ingegaan op de populariteit en betekenis van de huidige traditionele tendensen in architectuur en stedenbouw: "Juist in een land als Nederland en bij uitstek in een stad als Rotterdam, waar het modernisme sterk geworteld is in het denken over architectuur en stedenbouw, verdient dit fenomeen serieuze aandacht", aldus de organisatoren. Op 15 november aanstaande is er een seminar voor professionals in de aula van museum Boymans van Beuningen, op vrijdag en zaterdag 16 en 17 november een flitsende excursie door Nederland en Engeland en op maandag 03 december volgt nog een publiekslezing.



[Het programma van het seminar: vanaf 11u00 Registratie deelnemers, koffie - 11u30 Welkom door moderator Lucas Verweij, Directeur Academie van Bouwkunst - 11h40 Inleiding door Hans Ibelings, waarna een drietal thema's worden behandeld: Thema 1: FORM & CONSTRUCTION 12u00 Paul Kahlfeldt, zie foto's boven van zijn werk - 12u25 Joris Molenaar - Thema 2: THE CITY 13u00 Wolfgang Sonne - 13u25 Marco Bakker - na de lunch volgt Thema 3: CONVENTIONS 15u00 Tony Fretton - 15u25 Peter Drijver - en het seminar sluit om 16.00 uur af met een aantal REFLECTIONS van Sjoerd Soeters en Hans Ibelings met om 16u30 een afsluitend debat en tenslotte een borrel in NAi met een toelichting op de tentoonstelling over architect Cuypers. Kosten 40 euro en aanmelden via Tradition Today.] - 05 november 2007 - BOX 1.329

Berichten uit de voorgaande maanden in het

* Archief-overzicht.



*

© 1997-2008. Copyright ArchitectenWerk.