Ja mensen, het langverwachte advies van de Raad voor Cultuur is gisteren met veel bombarie gepresenteerd... We hebben vanzelfsprekend direct gekeken naar het oordeel over ons vaderlandse architectuurinstituut. Oeps, dat kan vandaag de dag niet meer, want tegenwoordig heet dat de 'creatieve industrie'. Het NIADEC - tijdelijke naam voor de beoogde samenwerking tussen NAi, Premsela en Virtueel Platform - krijgt bijna 8 miljoen euro, zelfs 10 mille meer dan gevraagd [misschien nog nodig voor extern organisatie-advies?]. Het oordeel over de aanvraag was vernietigend. Ze hebben geen goed beleidsplan, ze hebben zelfs nog geen goede definitie voor de creatieve industrie en ze moeten hun huiswerk dus overdoen. Maar wat wil je dan ook als je drie clubs gedwongen bij elkaar zet en vervolgens verrast bent dat ze nog niet goed samenwerken, of dat ze zouden staan te popelen om na de onderhandelingen afgeslankt verder te mogen. We hebben eventjes gekeken welke toetsers verantwoordelijk zijn voor het negatieve oordeel en hoeveel architectuurprofessionals daar nu eigenlijk bij betrokken zijn... De laatste jaren zit er al geen architect meer in de Raad zelve, maar in de betreffende commissie komen we eveneens weinig vakgenoten tegen. Of het moeten de meer op stadsontwikkeling gerichte Maarten Schmitt [foto midden] en Anna Vos [linksonder] zijn? De commissie wordt voorgezeten door Peter Schrurs, econoom en oud directeur van de VPRO-televisie [foto rechtsboven] en de andere twee leden zijn Kirsten Algera [linksboven], kunsthistorica en ook nog werkzaam voor de VPRO-radio en Taco Stolk, een meer kunstzinnige beeld/geluidman [rechtsonder]. U begrijpt het al, de drie actuele directeuren kunnen deze zomer weer doorwerken om er nog iets van te maken. Van links naar rechts Ole Bouman als leider van de grootste club, Gitta Luiten, die na het vertrek van Els van der Plas nog even is ingevlogen om namens Premsela als gepokt en gemazelde cultuurdirecteur [jarenlang baas van het Mondriaanfonds] in de onderhandelingen te springen en tenslotte Floor van Spaendonck als directeur van het Virtueel Platform. Ze zouden ieder kunnen solliciteren naar de baan van overkoepelend directeur van het nieuwe instituut, want de werving daarvoor schijnt inmiddels gestart te zijn, hoewel wij nog geen advertentietekst zagen... Wel lazen we dat Patrick van Mil, ooit succesvol zakelijk directeur van het NAi, in de herfst vertrekt als 2e man bij het Stedelijk Museum, maar ook wij weten niet of het een en het ander met elkaar in verband staan. Op onze vraag of het nog zou lukken om ook architecten te betrekken bij de toetsing op de besteding van onze belastingcenten twitterde voorzitter Joop Daalmeijer direct terug: "Beste Kees, in onze commissies zit een architect. Maar als het te weinig is, maak ik het bespreekbaar." Die laatste vier woorden geven precies weer wat er nu aan de hand is. Architectuur en architecten gaan - nu ook als culturele discipline - stapsgewijs teloor, maar we gaan het bespreekbaar maken... Toch?
[De vraag stellen, is hem natuurlijk ook beantwoorden... Wat ons betreft is er straks geen architect van enige statuur meer te vinden die met droge ogen aan een dergelijke afbraak van de discipline zou willen meewerken... Tenslotte zijn we benieuwd of Rijksbouwmeester Van Dongen nog in enige vorm betrokken is bij deze adviezen? Het advies van de Raad voor Cultuur is te downloaden via hun website.] - 22 mei 2012 - BOX 1.611
De relatief jonge opdrachtgever van het winnende Gebouw van het Jaar project - voornaam Boris - verkocht zijn bedrijf en plande aansluitend met echtgenote en twee kinderen een wereldreis per zeilboot. Na krap een jaar onderweg besloten ze niet verder te reizen, en in het Gooi te gaan wonen. Boris vloog alleen terug naar Nederland en kocht al binnen een paar dagen - mede met behulp van Google Earth - een bestaande jaren '60 villa op een prachtig bosrijk perceel in Naarden [oorspronkelijk ontwerp van architect Gé van der Pol]. Omdat hij eerder naar grote tevredenheid op de kop van Borneo Sporenburg woonde in een project van Mastenbroek en Van Gameren was de keuze voor de architect van de verbouwing, c.q. uitbreiding snel gemaakt. De rest is inmiddels geschiedenis; vanuit de uiterst persoonlijke visie van de opdrachtgever onstond een uniek ensemble van woon- werk- en slaapruimtes, dat via een landschapsplan van Michael van Gessel magnifiek werd ingebed in de prachtige omgeving. Tot slot een klein stukje uit een Engelse tekst van architect Van Gameren over die opdracht: "When the client set off with his family on a round-the-world sailing trip in 2007, he had no idea that this would lead him to the villa in which he lives today. Daily life on board ship was quite different from that on land: you had to generate your own electricity, make potable water with a watermaker, separate waste products down to the smallest scale and of course exploit the wind for travel purposes. All at once, things he and his family had scarcely considered on land became crucial matters. Back in the Netherlands, this fact of automatically considering aspects of sustainability became the springboard for their new house: Villa 4.0."
Daarom hier alleen nog het dankwoord na de prijsuitreiking van de architect en zijn opdrachtgever op een handgeschoten video; Dick van Gameren droeg de prijs op aan zijn vorig jaar overleden medewerker Maarten Peters en bedankte tevens de oorspronkelijke architect.
Overigens waren we voor het eerst bijeen in het Eye Filminstituut in Amsterdam. Een spectaculair gebouw met adembenemend uitzicht. Van binnen leek het echter meer op een Parijs' metrostation met die vele houten trappen naar alle richtingen... En in de filmzaal struikelden we - net als een ieder! - ook al direct over de eerste treden; functioneel knoeiwerk dus.
[De Villa 4.0 werd tevens integraal gedocumenteerd in het recent gepresenteerde 25e Jaarboek 'Architectuur in Nederland 2011>12' van NAi Publishers.] - 17 mei 2012 - BOX 1.610
Ja mensen, aanstaande woensdag wordt in het Eye Filmmuseum bekendgemaakt wie de BNA Gebouw van het Jaar Prijs krijgt uit handen van BNA-voorzitter Willem Hein Schenk... We denken even mee met de jury: wordt het een mooi kantoorgebouw, zoals Europol [beeld hierboven] van Quist Wintermans of de Kromhoutkazerne van Meyer en Van Schooten [zie hieronder]? We denken het niet, hoewel de keuzes van de jury bij de regionale winnaars tot nu een zekere modernistische voorkeur lieten zien... Of wordt het een mooi laboratorium [boven] zoals van de ZwarteHond in Groningen of een mooi doosvormig bedrijfsgebouw [beneden links], zoals van cepezed? We denken het niet... de Groningse gevelopbouw hebben we ook in Nederland al in andere vormen voorbij zien komen en de mooie dozen van cepezed kennen we ook al wel; geen schokkend nieuws dus. En ook het sympathieke wooncomplex [rechtsboven] in Amsterdam van Geurst en Schulze dichten we geen grote kansen toe. Tja, dan die nieuwe school hieronder van Grosfeld Van der Velde waarvan de houten doos op betonnen letters staat? Waar zagen we dat reeds eerder? Of dan die andere school van Marlies Rohmer? Met mooie - in elkaar geschoven -cirkelvormige plattegronden [beeld onder] en dat aardige gevouwen gevelpaneeltje? Of dat tweede! project van Rohmer, die gymnastiekzaal die ook nog energieneutraal is en dazzlepainted? We denken het niet... Of dat aardige houten doopsgezinde kerkje van Faro in Elspeet? Waren alle actuele kerken maar zo [milieu]vriendelijk vormgegeven, maar wat voegt het gebouw werkelijk toe aan onze vaderlandse architectuur? Nee, wij denken dat het een van de herbestemmingsprojecten gaat worden; en welke daarvan is dan de beste, de meest unieke, degene die - of in beeld, of in opzet, of in aanpak - iets toevoegt aan dat wat wat we al kennen, die een draai geeft aan ons denken, of die uitblinkt in werkelijke schoonheid? Is dat het kantoor van IMD in die Rotterdamse loods, naar ontwerp van Ector Hoogstad [onder links]? Of het hergebruik van een gevangenis volgens het plan van Engelman [onder rechts]? Of het magistrale stedelijk blok in Leeuwarden waarin het Friese provinciehuis werd uitgebreid door Sjoerd Soeters? Wat ons betreft mag hij dit jaar de prijs wel winnen. Zelden zagen we een mooier plan waarin bestaande en nieuwe bebouwing in het hartje van de stad zo vakkundig en verstandig werden samengebracht! En ook dat interieur van de bestaande St. Josephkapel door BO2 architecten [hieronder links] straalt een vakmanschap en vernieuwende eenvoud uit welke een prijs waard zou zijn... Maar u begrijpt het al waarde lezers, er is maar een project dat de architectonische tand des tijds werkelijk gebruikt en kan doorstaan, de Villa 4.0! Oorspronkelijk ontwerp van de inmiddels reeds lang gepensioneerde architect Gé van der Pol, en nu voor de vierde keer verbouwd en uitgebreid door Dick van Gameren [hierboven rechts de hal van de villa]. Vreemde, nieuwe dakvormen, prachtig bovenlicht in bijna alle ruimten en een hoogwaardige detaillering die zijn weerga niet kent! Er rust maar één klein smetje op het proces: Van der Pol vertelt het haast onbewogen, maar snijdend: 'Mijn medelid van BNA en AetA vond het niet nodig om met mij contact op te nemen over zijn plan...' De BNA gedragsregels spreken voor zich; Van Gameren had het beter kunnen en moeten doen, maar dat kan natuurlijk nog steeds. Als hij overmorgen zijn terechte prijs krijgt, kan hij Van der Pol alsnog in de feestelijkheden betrekken; want zonder de structuralistische basis van dat zeshoekenplan was dit verrassende resultaat er immers niet geweest...
[Naschrift 16.05.12: Mede naar aanleiding van bovenstaande tekst worden inmiddels de contacten tussen genoemde architecten alsnog gelegd... De BNA Gebouw van het Jaar Prijs 2012 wordt op woensdag 16 mei uitgereikt in het Eye Filminstituut aan het IJ in Amsterdam - verslag van die uitslag volgt.] - 14/16 mei 2012 - BOX 1.609/GvhJ
We kennen hem van zijn vele publicaties over architectuur en van zijn monografieen over vaderlandse architecten, we kennen hem als jurylid van de Architect van het Jaar Prijs 2010 [zie video hierboven, met een glashelder verhaal over de veranderingen in de architectenopdracht] en we kennen hem vooral van het door hem - samen met Arjan Groot - opgerichte tijdschrift A10-New European Architecture en zijn recente prachtboek over de ontwikkelingen in de Europese architectuur. We hebben het natuurlijk over Hans Ibelings, de architectuurcriticus die met zijn bovengenoemde werk een vaste plaats heeft verworven in het Europese architectuurdebat. Kortgeleden stapte hij op als hoofdredacteur van A10; na meer dan 40 nummers en na het overlijden van zijn mede-oprichter vond hij het genoeg. Maar ook nu zit hij niet stil; recent startte hij met zijn nieuwe blogachtige, internationale website genaamd 'The Architecture Observer' [zie openingspagina hierboven]. In een prachtig eenvoudige vormgeving [ontwerpers Haller Brun] en geheel zonder gebruik van beeld deelt hij nu met ons op eigenzinnige wijze zijn gedachten over allerlei zaken die het vak betreffen, maar bespreekt hij ook minder vakmatige zaken in de vorm van korte Engelse teksten van ruim 400 woorden. Ze worden in volgorde genummerd [wij moesten denken aan de Ideeën van Multatuli] en er is telkens een zestal stukken tegelijk op de site te lezen. De eerdere nummers verdwijnen zo helaas weer, maar worden in de toekomst per 50 stuks ondergebracht in een bescheiden publicatie in print; en zo blijven de boeken dus komen... De stukjes zijn uiterst lezenswaardig en informatief en zetten de lezer vaker aan het denken. Onderwerpen als architectuurfestivals, stedelijke dichtheid in relatie tot inkomen, de mogelijkheden van de iPad, de verschillen en overeenkomsten tussen antropologen en architecten passeerden reeds de revue en in het laatst gepubliceerde nummer 12 spreekt Ibelings over de 'grote' meer gebonden en de 'kleine' meer onafhankelijke media [wij beschouwen De BOX natuurlijk ook als klein en onafhankelijk...]. En daarin spaart hij die kleintjes niet, want zijn ze niet meestal bezig om juist door die 'groten' opgemerkt te worden? Zijn laatste zinnen daar beschrijven hoe hij er zelf in staat: 'If you are not in it for the money, you can capitalize your freedom to the maximum by taking the liberty of articulating divergent ideas. If this thought does not immediately give rise to a programme for The Architecture Observer, it does suggest a worthy motto.' We zijn vanzelfsprekend benieuwd hoe The Architecture Observer zich zal ontwikkelen; of Ibelings ook andere meningen en auteurs gaat opnemen [al is het maar via een mogelijkheid om te reageren?], of beelden toch ook een rol kunnen gaan spelen; of de oorspronkelijk Nederlandse tekst nog ergens te lezen zal zijn [nu alleen gepubliceerd in de Engelse vertaling van Robyn Dalziel]; kortom, wij blijven Ibelings en zijn overpeinzingen gaarne volgen; een aanrader dus.