|
|
 |
| Ter verkrijging van extra expositieruimte
kreeg de bestaande binnenplaats van het Rijksmuseum voor Oudheden
nieuwe tussenvloeren en een stalen overkapping. De constructie
van de kap bestaat uit vijf slanke buiskolommen die in een rij
haaks op de voorgevel staan. De kolommen zijn over de volle
hoogte zichtbaar, omdat de tussenvloeren aan de kolomranden
zijn opgelegd. In de nok zorgt een stalen gording voor de horizontale
verbinding tussen de kolommen. Hierdoor ontstaan vier dakvlakken
die aansluiten op de lagere nokken van de omringende daken.
De twee grootste vlakken zijn door een extra diagonaal opgedeeld
in kleinere driehoeken. Drie driehoeken aan de voorgevel zijn
beglaasd om daglicht te krijgen op de centrale glazen liftkoker
en de stalen wenteltrap. De andere driehoeken zijn voor de vereiste
geluidsabsorptie bekleed met geperforeerde staalplaat. Het oorspronkelijke
karakter van de binnenplaats is bewaard gebleven door de nieuwe
stalen kap via een glasstrook los te houden van de bestaande
aangrenzende pannendaken. Om extra belastingafdracht op de pannendaken
tegen te gaan, ontwierp Hulst-D3BN zelfstandige hijskraanachtige
constructies van spantbenen en schoren die vanaf de kolommen
onder verschillende hoeken hellend naar de daklijnen lopen.
De trap is in constructief opzicht simpel en doeltreffend vormgegeven.
De hoofddraagconstructie wordt geleverd door de stalen kokerkolommen
rondom de glazen liftschacht. Aan deze kolommen zijn onopvallend
stalen consoles gelast die de buitenboom van de rondgaande trap
dragen. Tussen deze buitenboom en de direct langs de kolommen
gelegen binnenboom zijn de afzonderlijke stalen treden aangebracht. |
|
 |
 |
 |
 |
Rijksgebouwendienst
Directie Zuidwest |
|
 |
 |
ca 800 m2 nieuw |
|
 |
 |
€ 4.300.000,-
|
|
 |
 |
1999 - eind 2000 |
|
 |
 |
Greiner en Van Goor
Architecten |
|
 |
|
|
|
|