28-06-2002 Toespraak bij de opening van de Dag van de Architectuur op de Floriade in Haarlemmermeer
Meneer de burgemeester, dames en heren,

Ons hoofd zit vol met beelden. Vooral als visuele registratie van de dingen die we collectief of individueel hebben meegemaakt. Beelden van alledaagse maar ook bijzondere of emotionele gebeurtenissen die in het geheugen zijn gegrift en die we op elk gewenst moment weer kunnen oproepen. De werkelijkheid van onze eigen ervaringen is echter maar een klein deel van wat we opslaan. Van het dagelijkse bombardement aan beelden dat via televisie en andere media op ons afkomt, wordt ook een groot deel weer in ons hoofd opgeborgen.
Die eigen ervaring is natuurlijk indringender dan het televisiebeeld. Zo zit bijvoorbeeld de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer via de tv in de hoofden van de meesten van ons. U heeft nu al het plaatje voor u; de groene bankjes, de groene gordijnen en de fractievoorzitters daar net voorƒ Zaten ze toen nog achterin de zaal, tegenwoordig vechten ze vanwege de camera's om de voorste stoelen.
Als architect ben ik eind zeventiger jaren afgestudeerd op een ontwerp voor de uitbreiding van die Tweede Kamergebouwen en ik zat daarom vaker op de publieke tribune om de sfeer te proeven. Zo maakte ik in werkelijkheid Joop den Uyl mee en de jongeheer Wiegel en niet te vergeten de onnavolgbare Marcus Bakker. In 1977 - nu precies 25 jaar geleden - zag ik in die zaal ook u meneer de burgemeester, als een van de kamerleden die zich toen niet onderwierpen aan de fractiediscipline en zo hun eigen stem lieten horen. Een moedige stap die u naderhand niet door een ieder in dank werd afgenomen. Weet dat het is gezien meneer van Houwelingen en dat het beeld van toen in ieder geval nog stevig in mijn hoofd zit - ondanks de vliegende tijd.

Ook onze jaarlijkse buitenlandse vakanties bieden goede voorbeelden. Denkt u maar eens aan de mooiste plek waar u ooit was en de beelden schieten u weer spontaan te binnen. Mijn eigen moeder, die er alleen voorstond, besteedde altijd veel aandacht aan de voorbereiding van de vakantie. Ze zat in het onderwijs dus wij trokken er telkens minimaal zes weken op uit. De keuze van het reisdoel had meestal te maken met een bijzonder beeld dat haar ergens in een tijdschrift was opgevallen of dat tijdens het lezen van een roman bij haar werd opgeroepen. Een dramatisch verhaal over de strijd van de Partizanen tegen de Duitsers bij de brug over de Tararivier in het zuiden van het toenmalige Joegoslavie leidde in de zestiger jaren tot een bijzondere zoektocht. Met die Tarabrug op het netvlies in de volgepakte tweedehands auto op ontdekkingsreis over onverharde grindwegen naar Montenegro. Afgevallen uitlaten, gebroken bagage-imperiaal, onleesbare cyrillische wegwijzers, onverstaanbare mensen, drie zeurende kinderen op de achterbank, kortom niets hield mijn moeder tegen om die brug te bereiken. Het werkelijke beeld van de brug zelf viel natuurlijk tegen, maar het was een ervaring om niet te vergeten.

En u begrijpt misschien wel dat ik niet echt meer een vakantieliefhebber ben. Na een dag of vijf reizen wil ik al weer terug naar het goede vaderland. Thuiskomen geeft mij namelijk het mooiste vakantiebeeld. Het beeld van dat gezonde groene gras in de Hollandse weilanden bij het passeren van de grens bij Arnhem. U kent dat vertrouwde gevoel misschien ook wel. Het 'he he, gelukkig weer veilig thuis'- gevoel. Vandaag de dag is dat gevoel voor mij niet meer verbonden met weilanden maar met de luchthaven Schiphol. De architecten Benthem en Crouwel zijn er daar in geslaagd om ons allen bij thuiskomst dat bijzondere gevoel te bieden. Een van 's-werelds best georganiseerde vliegvelden met een helder, overzichtelijk, rustig en toch ook lichtvoetig beeld, dat al snel bezit heeft genomen van ons collectieve geheugen. Dat Schiphol-beeld heeft een eigen plaats gekregen in een ieder van ons en dat is wat mij betreft een groot compliment voor de architecten. Een van de excursies van vandaag bracht ons daar en ik zat natuurlijk juist in die bus. En zo zijn we weer terug bij de Dag van de Architectuur 2002.

Een vaardig architect, dames en heren, kan vooral drie dingen heel erg goed. Hij is in staat om maatschappelijke vragen en programma's van eisen - ook de eisen die niet op papier staan - deskundig om te zetten in een of meerdere concepten voor gebouwde oplossingen. Vervolgens is de vaardige architect als geen ander in staat om die concepten voor ons om te zetten in beelden; niet alleen met beelden die we al kennen maar vooral in beelden die we nog niet kennen, zoals bijvoorbeeld in het prachtige paviljoen waar we nu bij elkaar zijn. Tenslotte heeft de vaardige architect veel verstand van bouwen en techniek en kan hij of zij u als vertrouwensman of -vrouw zeer goed bijstaan in de rompslomp die bouwen nu eenmaal altijd met zich meebrengt.
Op deze alweer zeventiende Dag van de Architectuur wordt u uitgenodigd om die nieuwe beelden zelf te gaan bezoeken, al die gebouwen zelf te ervaren zodat u uw eigen beeld kunt vormen van de Nederlandse architectonische prestaties. Rondom die dag zetten natuurlijk zeer velen zich in om u daarbij van dienst te zijn en ik wil er hier graag een speciaal vermelden, n.l. architect Andre Oosterhuis. Die voor de vierde keer de ontwerpworkshop in de Haarlemmermeer organiseerde en zo alweer voor het zesde achtereenvolgende jaar onvermoeibaar meewerkt om deze dag tot een succes te maken.

Beeld en werkelijkheid zijn dus belangrijke thema's in het architectenvak en omdat ze door een ieder dagelijks worden beleefd, staat ons beroep ook maatschappelijk gezien in redelijk hoog aanzien. Architectenbureau Arconiko en Gerd Streng hebben daarom het idee gelanceerd om eens te onderzoeken wat er nu eigenlijk precies voor beelden over die architecten zelf in de buitenwereld bestaan. Ze hebben een serie binnen- en buitenlandse voorbeelden daarvan samengebracht op een uiterst leerzame videoband waarin architecten en hun werk de hoofdrol spelen. Ik zal zodadelijk aan Hani Rashid, de Amerikaanse architect van dit prachtige paviljoen, vragen om die compilatie te starten als de officiele aftrap voor het landelijke architectuurweekend.

My esteemed Mr. Rashid,

We are delighted and honoured that you have come all the way from the United States to attend the opening of what we call our 'Day of Architecture' - actually a whole weekend. It is particularly pleasing since we are now in the splendid Hydra Pavilion which you designed. I have just been explaining to our Dutch audience about the different nature of the images we have in our heads and those we see in reality; and about the power of a skilled architect to surprise us, time and time again, with images that never existed before. You were already famous for your sumptuous virtual images, and for your special computer-rendered designs for architecture and furniture. This built product, the outstanding pavilion where we are now gathered, can only add to your worldwide reputation.
I was fortunate to be present at your lecture during last year's 'Mind the Gap' congress in Paradiso, in Amsterdam. Then, you gave us a visual foretaste of the pavilion, but the reality of it has exceeded our wildest expectations. I was personally particularly gratified to see you traversing the Internet using your Apple G4 together with Netscape Communicator 4.7. But today I am going to ask you to click a simple button which will set a specially-made architectural videotape in motion and thereby to perform the official opening act of this national Architecture Weekend.

I thank you all for your attention.
And now, Mr. Rashid, the microphone and the button are all yours!

28-06-2002