|
 |
Het Nederlandse architectuuronderwijs is in beweging. Zowel bij de Technische Universiteiten in Delft en Eindhoven als op de zes Academies van Bouwkunst worden de onderwijsprogramma's aangepast aan de nieuwe Bachelor/Master structuur. Aan de Faculteit Bouwkunde in Delft zullen die wijzigingen ingrijpend zijn. 'Na een 30-jarige, succesvolle focus op ontwerponderwijs gaan we ons meer richten op wetenschap...' zegt decaan Hans Beunderman in B-Nieuws. Als BNA hebben we onze zorg over die voorgenomen verschuiving verwoord in ons 'Standpunt Onderwijs' en samen met collega-bestuurslid Steef Luijten maak ik nu een ronde langs alle opleidingen om onze visie nader toe te lichten.
Op enige afstand worden we op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van de nieuwe afstudeerprogramma's architectuur. Die zijn natuurlijk nog niet afgerond, maar de eerste berichten daarover voorspellen weinig goeds. Woorden als 'beroepspraktijk' en 'architectenvak' blijken vooral in Delft besmette termen te zijn geworden. Terwijl juist daaromtrent zoveel wetenschappelijk te onderzoeken zou zijn; ik pleit al jaren voor een door de BNA gefinancierde leerstoel 'Architecten-beroepspraktijk' aan een van de Bouwkundefaculteiten.
Directe ondersteuning van die gedachte vond ik kortgeleden in een essay van de beroemde socioloog en hoogleraar Abram de Swaan in het door 010 uitgegeven boek 'Op het breukvlak van twee millennia, gedachten over architectuur' uit 1999. Bram observeert daar trefzeker: '[...] toegepast onderzoek naar actuele en praktische problemen van huisvesting en stedenbouw wordt eerder en ruimer bedeeld dan de niet onmiddellijk bruikbare studie van de beroepskring zelf. Vandaar dat er heel weinig bekend is over de recrutering en selectie van studenten voor de opleiding, over het carrierepatroon van architecten, over de netwerken waarin de opdrachten verdeeld worden, of de manieren waarop de grote reputaties en de machtsposities in het vak worden verworven en over de wijze waarop die voorlieden aanhangers en navolgers weten te verwerven.' Interessante onderzoeksvragen nietwaar?
Ook Eindhoven bedenkt een nieuw Masterprogramma architectuur. Gelukkig staat het woord 'ontwerpen' daar centraler, maar door recente leegloop in het corps van architectuurhoogleraren is onduidelijk wie de onderwijskar gaat trekken. Wim van den Bergh weg, Bert Dirrix weg, en nog onbekend wie hun vervangers zijn... In Delft is het wat hooggeleerden betreft niet veel beter: Herman Hertzberger en Wiek Roling weg, Carel Weeber en Max Risselada binnenkort weg en geen zicht op snelle instroom van aansprekende opvolgers. Zelfs de zogenaamde 'kleine' leerstoelen zijn daar in meerderheid onbezet.
Een wervende TUDelft-advertentie in alle opinieweekbladen besluit na een opsomming van prestigieuze onderzoeksprogramma's met de zinsnede: 'En dan kunnen zelfs nog niet bestaande problemen nu al worden opgelost.' Onderwijs en BNA hebben ieder natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het architectenvak. Daarom zou ik zeggen, verhelp eerst de huidige onderwijs-lacunes voordat je dergelijke ambitieuze prietpraat de wereld instuurt... Tot die tijd is het waarschijnlijk verstandiger om Bachelors die architect willen worden naar de Academies te verwijzen.
|
 |
 |
 |
Reactie van Prof. Hans Beunderman, decaan van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft
[op de foto links]
Verre vriend, goede buur - Open brief aan de BNA
Tussen de BNA en de TU Delft Faculteit Bouwkunde bestaat een al decennia durende relatie via ons domein (vormgeven aan de fysieke leefomgeving) en via onze missie (ontwikkelen van domeinkennis en de mensen die daarover beschikken). Maar ook via BNA-leden (soms hoogleraar Bouwkunde), voorzitters en de decanen (de laatsten soms BNA-lid).
We lezen ook elkaars BladNa en B-nieuws: Hans de column van Kees, en omgekeerd. De relatie is die van vrienden met enige distantie, soms met een licht haat-liefde gehalte; zeg maar verre vrienden met een lastige liefde.
Die uit zich aan BNA-zijde vaak kritisch; gelukkig maar want bezorgdheid staat meestal voor betrokkenheid.
Zo las de Faculteit Bouwkunde de BladNa column 'Zonder professoren' van juni jl. waaruit een meervoudig signaal klonk.
Eerst de kwestie van de curriculumvernieuwing in Bouwkunde die geënt is op het Europese Bachelor Master model, en een gewenste kwaliteitsimpuls. Daarover verscheen al eerder het BNA-Manifest 'Standpunt Onderwijs' dat ik toen - alleen naar mijn BNA vrienden om de schade te beperken - kwalificeerde als incompleet, onjuist en inconsistent.
De zorg van de BNA raakt kant noch wal en begint contraproductief te worden.
Staccato:
1. De 'BaMa' structuur is een Europees politiek gegeven, gericht op studentenmobiliteit, niet op markteffecten. Als die er komen moeten we die gezamenlijk beheersen.
2. Het is een boos gerucht dat Bouwkunde het ontwerpen zou verkwanselen. Er is sprake van een graduele verschuiving in lijn met signalen uit de markt die onder meer blijken uit het rapport Bartels, waaraan ook BNA leden meewerkten: meer techniek, meer proces met ontwerpen als kerncompetentie.
3. Wie is er bang voor woorden als wetenschap en onderzoek voor een universiteit die geen HBO instelling is. Een deel van de marktgroei voor BNA / BNS leden zit juist in de sfeer van de - ontwerpgerelateerde - onderzoeksopdrachten.
4. Bouwkunde leidt Bouwkundige ingenieurs op (wordt Masters of Science in Architecture sic!) Niet architecten; dat kunnen ze wel worden en ook nog hele goede zo blijkt. Velen komen in andere posities terecht: voorzitter, decaan, bijna wethouder.
Dan het signaal van de hooglerarenbezetting in Delft (en Eindhoven). Dat heb ik goed kunnen gebruiken in mijn identieke signalering naar het bestuur van de TU Delft. Een terecht punt van zorg zoals in de hele universitaire wereld, zeker als het gaat om de grotere hoogleraaraanstellingen.
De beroepsgemeenschap is overigens zelf betrokken in dit probleem. Waar vroeger 'de markt' het als een medeverantwoordelijkheid zag kennis en ervaring te delen met de volgende generaties is nu de focus gericht op de eigen korte termijn economie.
De kop van de BladNa column had ook kunnen luiden: 'de BNA zonder professoren', wat betreurenswaardig zou zijn. Ik droom van vruchtbare schakelingen van competenties: zowel in Bouwkunde als bij de BNA-leden wordt gedacht, onderzocht, ontworpen, gewerkt aan een hoogwaardige fysieke leefomgeving, gebouwd en ongebouwd, met besef van de hele functionele, economische en culturele levensduur. Dit vraagt om onorthodoxe combinaties waarvan sommige ook een 'hoogleraarschap' kunnen behelzen.
Ik droom van een verre vriend die echt dichterbij komt. Om te beginnen door - net als andere vrienden - ook te verhuizen van oud-Amsterdam naar een nieuwe uitdagende omgeving, waar het klimaat voor Architectuur en Stedebouw floreert: Rotterdam.
Slechts 1 metrostation van Delft Zuid, een goede buur!
|
 |