* IJzersterk museum van Gigon Guyer in Kalkriese

Tien kilometer ten noorden van Osnabruck (D) ligt aan de B218 het gehucht Kalkriese. Hier wordt door het Zwitserse architectenduo Annette Gigon en Mike Guyer een archeologisch museum met park gerealiseerd. Hoewel het museum pas eind april 2002 geopend wordt is het park nu al te bezichtigen.
Op het 20 hectare grote terrein, gelegen op de grens van de heuvels van het Teutoburger Wald en het veen, heeft in het jaar 9 AD een grote veldslag (de Varus-slag) tussen de Teutonen (Germanen) en de Romeinen plaatsgevonden, die het begin van de terugval van het Romeinse rijk markeert. Sinds 1980 worden op dit terrein opgravingen gedaan, die overigens voorlopig nog doorgaan.

Van de weg af zijn de roestige (corten-) stalen paviljoens en het museum al zichtbaar. Bij de parkeerplaats start de tocht naar het museum, feitelijk een één verdieping hoge plaat, met daaraan gekoppeld een 40m hoge uitzichttoren.

Bij het museum start de staalplaten weg, de zgn. 'Weg van de Romeinen'. Een pad dat evenwijdig slingert aan de aarden verdedingswal die bij de opgravingen is blootgelegd. Hoewel minder indrukwekkend dan bijvoorbeeld Hadrians wall in Engeland, wordt dit hier toch ook een WALL genoemd. Op de aarden heuvel waren palissaden aangebracht. Deze lijn wordt nu gemarkeerd door een golvende rij stalen buizen. De wal is gebouwd door de Teutonen op de grens van bos en open land. Het bos was hun terrein en wordt doorsneden door talloze kleine padjes - dit in contrast met de grote Romeinse weg in het open terrein.

Dat tweeduizend jaar geleden 'intelligence' ook al belangrijk was, wordt gesymboliseerd door drie kleine paviljoens. Een voor het zien (met groothoekoog), een voor het (af)luisteren (met hoorn) en een voor contemplatie. In deze laatste worden actuele conflicten op beeldschermen getoond.

De laatste grote ingreep is de reconstructiezone. Een gebied afgebakend door roestige damwanden waarbij je langzaam onder het maaiveld daalt en waar een stuk oorspronkelijk landschap en wal zijn gereconstrueerd.

De keus om vrijwel alle ingrepen uit te voeren in roestig metaal is ijzersterk. De enige concrete zaken die bij de opgravingen bovenkomen zijn namelijk ijzeren voorwerpen, zoals een masker van een harnas en sandalen die goed herkenbaar zijn aan het gevonden spijkerpatroon. Het leer is uiteraard vergaan.
Alles is met spreekwoordelijke Zwitserse precisie vormgegeven. Zo lijken de parkbanken op een losse stapel houten balken; deze zijn echter op zeer subtiele wijze aan elkaar bevestigd, waardoor ze ook als bank herkenbaar worden. Hoewel het succes van het museum als instelling zal afhangen van het te exposeren materiaal zijn zowel park als museum in architectonisch opzicht nu al zeer geslaagd.

Zie ook www.kalkriese-varusschlacht.de en Bureau Gigon Guyer.
Eveneens in Osnabruck: het Felix Nussbaum Haus van Daniel Libeskind.

Martin Groenesteijn. [Groenesteijn Architecten]

Ga terug naar het nieuws.


© 1997 - 2001 Copyright ArchitectenWerk .