Het Juryrapport
De 11 voor deze prijs genomineerde architectenbureaus zijn door een vijfkoppige jury nader bevraagd op een aantal thema's, te weten bedrijfsvoering, duurzaamheid, innovatie, kennisontwikkeling en klantvriendelijkheid. Hier het verslag van de bevindingen van de respectievelijke juryleden. Per thema is er één winnaar en na telling van de rangordes volgt de totaalwinnaar die zich een jaar lang (de eerste Nederlandse) 'Architect van het Jaar 2007' mag noemen.

Thema Bedrijfsvoering - Jurylid Ir Dolf Dobbelaar, architect en adviseur.
De vragen: Beschrijf uw visie op de bedrijfsmatige ontwikkeling van uw architectenbureau. Hoe kwam die visie tot stand en op welke wijze toetst u de behaalde resultaten? Beschrijf aan de hand van drie trefwoorden de mogelijke invloed van de gekozen bedrijfsvoering op de inhoudelijke c.q. artistieke ontwikkeling van uw architectenbureau.
Het oordeel: De meeste bureaus zijn georganiseerd rond handzame ontwerp-teams. De bedrijfsstrategie wordt over het algemeen vastgelegd in een, twee, vijf- en soms zelfs tienjarenplannen. Allen hebben passende vormen gevonden voor bewaking van inhoud, planning en budget van de projecten. Iedereen spreekt over doelen en missie, maar het valt Dobbelaar op dat slechts weinigen spreken over zakelijke doelstellingen als continuïteit, groei en winst.
Een korte opmerking per bureau (in omgekeerde volgorde, met de winnaar dus aan het eind):
9 - 11. Group A: Plezier in het werk en het 'bedrijf als familie' als basis. Zelfs bereid om hun zakelijke winst nog in architectonische kwaliteit om te zetten...
Jaco D. de Visser Architecten: Met passie gevoede, blijvend kleine en wendbare organisatie; laverend naar een eigenzinnige plaats, ook in de markt.
De Twee Snoeken: Goed geoliede machine in voortdurende ontwikkeling, die zich tevens regelmatig via kwaliteitssysteem laat toetsen.
4 - 8. Onix Architecten: Zoals gewoonlijk eigenzinnig en dwars en als een van de weinigen met een gemaximeerde groeidoelstelling.
Venhoeven CS: Goede strategische basis voor de bedrijfsvoering in de opzet van een uitgebreid vijfjarenplan.
DP 6 Architectuurstudio: Vanuit vrij traditionele opzet toch veel aandacht voor terugkoppeling en de eigen identiteit.
diederendirrix: Gelaagde, vrij diepgaande bedrijfsmatige aanpak die telkens is gericht op het bereiken van integraliteit.
Rudy Uytenhaak Architectenbureau: Met motivatie en flair binnen vrij traditio-neel organisatiemodel voortdurend zoekend naar de verrassend passende oplossing.
3. Heren 5 Architecten: De basis van een gedurig getoetst tienjarenplan van deze heren biedt hen de ontwikkeling tot een authentiek handelend bedrijf.
2. De Zwarte Hond: Volstrekt heldere en vooral begrijpelijk geformuleerde bedrijfsvoering, die zowel intern als extern het ontwerp- en bouwproces duidelijk ondersteunt.
1. en volgens Dobbelaar met kop en schouders boven iedereen uitstekend:
Un Studio: Bedrijfsvoering is diep geworteld in het ambitieuze ontwerpproces en wordt zo een waardevol en strategisch onderdeel van het - ook nog kwalitatief en systematisch getoetste - ondernemingsbeleid.


10 jaar AW TOP40
> 2006
> 2005
> 2004
> 2003
> 2002
> 2001
> 2000
> 1999
> 1998
> 1997

Volg hier de jury
> de vragen (maart)
> de antwoorden (juni)
> het juryoordeel (juli)
> de einduitslag (07-07-07)

Info over de sponsors
> Alcoa
> ArchitectenWerk

In de pers
> de Architect 2007/06
> Landelijke dagbladen
> de Vakpers
> foto's Rene van den Burg

> terug naar index


2. Thema duurzaamheid - Jurylid Dr Ir Anke van Hal, adviseur en onderzoeker.
De vragen: Wat is de betekenis die u hecht aan duurzaamheid bij de ontwikkeling van uw ontwerpen? Illustreer uw visie op het thema duurzaamheid aan de hand van twee gebouwde projecten. Geef aan hoe deze visie in de publiciteit rond de projecten een plek heeft gekregen.
Het oordeel: Anke van Hal stelde voor haar beoordeling een aantal criteria op (meer dan energie alleen) en heeft naast een integrale benadering (algemeen voor wat betreft kwaliteit en qua milieuthema's specifiek) ook mee laten wegen hoe men naar buiten treedt met het onderwerp, met naast de gegeven antwoorden ook bezoeken aan de eigen websites. Ze vindt het vrij gemakkelijk om te zeggen dat duurzaamheid zo vanzelfsprekend zou moeten zijn, dat je het er niet over hoeft te hebben, maar het is nog vanzelfsprekender dat je een gebouw maakt waar de gebruikers en opdrachtgevers tevreden en gelukkig in zijn en dat vermeldt gelukkig vrijwel wel iedereen expliciet.
De opmerkingen per bureau, weer in oplopende volgorde:
5 - 11. Un Studio, DP6 Architectuurstudio, Group A, Heren 5 Architecten, diederen-dirrix, Jaco D. de Visser Architecten, Onix Architecten: Deze bureaus hebben elk op eigen wijze enkele prachtige voorbeelden van duurzaam bouwen gerealiseerd. Onduidelijk is in veel van deze gevallen echter of het initiatief voor de duurzaamheidsambitie uit het architectenbureau zelf voortkomt of een direct gevolg is van wensen van de opdrachtgever. Het is mede om die reden moeilijk om een helder oordeel te vellen over de precieze mate waarin duurzaamheid verankerd is binnen de werkwijze van deze architectenbureaus.
4. De Zwarte Hond: Zij combineren duurzaamheid in de zin van milieutechnische kwaliteit nadrukkelijk en op consequente wijze met duurzaamheid als sociale kwaliteit. Behalve in nieuwbouwprojecten richt het bureau vanuit deze visie ook zijn pijlen op de stedelijke vernieuwing, waarmee ze deze complexe opgave een grote kwaliteitspuls toedienen.
2 - 3. Venhoeven CS en De Twee Snoeken: Voor deze architectenbureaus vormt het streven naar duurzaamheid een rode draad in het werk, die tevens bijdraagt aan de architectonische eigenheid van de bureaus. Ze kenmerken zich beiden door een brede kijk op het onderwerp en slagen er steeds weer in het soms wat zware thema duurzaamheid op verfrissende en innovatieve wijze in hun ontwerpen te integreren. Het feit dat zij publiekelijk verklaren duurzaamheid als bron van inspiratie te beschouwen, draagt bij aan een toenemende waardering voor het onderwerp bij de vakgenoten.
1. Rudy Uytenhaak Architectenbureau: Het streven naar duurzaamheid is een vanzelfsprekendheid voor dit bureau. Op doordachte en innovatieve wijze integreert het bureau milieukwaliteit met algemene kwaliteit, waarbij ze zich niet beperken tot het thema energie alleen, maar aan meerdere milieuthema's aandacht besteden. Door de koppeling met 'dierbaarheid' brengt Uytenhaak tevens emotie in een discussie die te vaak door technische argumenten wordt bepaald. Ook door nadrukkelijk waarde toe te kennen aan het bestaande (duurzaamheid in de zin van het verlengen van de levensduur) onderscheidt het bureau zich op een positieve manier. Uytenhaak slaagt er bovendien in de eigen visie op duurzaamheid uit te dragen op een wijze die een enthousiasmerende en stimulerende uitwerking heeft op andere architecten. Hij draagt daarmee bij aan het uit de wereld helpen van het helaas nog vaak bestaande vooroordeel dat streven naar duurzaamheid een negatieve impact heeft op architectonische kwaliteit.

3. Thema innovatie - Jurylid Prof. Dr Ir Mick Eekhout, hoogleraar en producent.
De vragen: Heeft uw architectenbureau een filosofie op het gebied van technische innovatie in de bouwkundige, constructieve of installatie componenten van gebouwontwerpen? Kunt U dat illustreren aan de hand van twee recente projecten?
Het oordeel: De antwoorden op bovenstaande vragen leiden bij Eekhout tot de constatering dat er tussen de elf architectenbureaus geen 'pur sang' innovator zit. Steeds blijken innovaties voort te komen uit het ontwikkelingsproces van de projectontwerpen. Vaak omdat men nieuwe dingen wil doen en zich wil onderscheiden, soms voortvloeiend uit overleg met adviseurs en producenten, maar nooit omdat architecten zichzelf uitvinders vinden. De architectonische opgave is als complexe puzzel kennelijk al ingewikkeld genoeg.
Onderstaand per bureau zijn opmerkingen (in oplopende volgorde van innovatiegraad):
11. Onix Architecten koppelt bestaande technieken aan nieuwe inzichten en zoekt daarmee naar revivals of renaissances van de materiële inzet, die hun gebouwen een sterke karakteristiek geven.
10. De Zwarte Hond ziet materiële innovaties op een lagere schaal in het ontwerp als beeldondersteunend teneinde visuele effecten te bewerkstelligen (en jammer dat Jurjen zijn snor afschoor).
9. De Twee Snoeken schuwen de materiële innovaties die hun ontwerpen moeten ondersteunen in het totaalbeeld niet en zijn in de procesmatige begeleiding van het ontwerp- en engineeringsproces geavanceerd bezig.
8. Jaco D. de Visser Architecten ziet innovaties op een bescheiden wijze de kwaliteit van het ontwerp ondersteunen, maar doet dat wel met enthousiasme.
7. Heren 5 Architecten zoekt in teamverband naar innovatieve oplossingen binnen hun projecten, die met incrementele stappen - mits pittig volgehouden - ook tot een aanzienlijk innovatief portfolio kunnen leiden.
6. diederendirrix verstaat de kunst om in bouwprojecten van bescheiden omvang mede door analytisch denken spaarzame middelen in te zetten met een sterk ruimtelijke werking, die zowel de economie van het gebouw als haar uitstraling op een goede wijze ondersteunen.
5. Group A ziet het ruimtelijk ontwerp als leidend en zoekt bij elk project de meest geschikte middelen om het gebouwontwerp te realiseren, waarbij de selectie van de materialiserende teamleden en hun inbreng maatgevend is voor het succes van de innovatie.
4. Venhoeven CS ziet voor zichzelf als teamspeler in de innovatie, die verder geen prominente rol speelt in het ontwerproces; zo het uitkomt leidt dit proces en het gebouwontwerp tot inventiviteit van bescheiden omvang.
3. DP6 Architectuurstudio maakt rationele, functionele architectuur met soms innovatieve componenten, die in samenwerking met uitvoerders - ondanks een ongewoon proces - tot realisatie worden gebracht.
2.Rudy Uytenhaak is in zijn oeuvre continu bezig om de materialen waarmee hij gebruikelijk zijn ontwerpen wenst te realiseren, op een innovatieve wijze te laten produceren en te assembleren. De invloed van de aldus ontstane innovatieve, materiële verbeteringen geven zijn gebouwen een eigen karakteristiek.
1. UN Studio ziet voor zichzelf een procesleidende en initiatiefnemende rol als ontwerper en uitvinder van ruimtelijke concepten, die moeten worden gesteund door onconventionele, vaak experimentele materialiseringen. Gewoonlijk weten ze die tot een goed einde te brengen, om daarmee hun architectuur met een grote mate van ruimtelijke en materiële nieuwheid te laten realiseren.

4. Thema kennisontwikkeling - Jurylid Ir Hans Beunderman, oud-decaan TU.
De vragen: Hoe gaat uw bureau om met de aanwezige kennis binnen en buiten uw organisatie? Beschrijf de actuele en de streefsituatie van de kennisontwikkeling van uw medewerkers.
Het oordeel: Bij de antwoorden van de architecten keek Beunderman vooral of er enig tastbaar en/of meetbaar blijk van inzet op kennisontwikkeling te vinden was, met name ook voor de individuele medewerkers. Verder bekeek hij of binnen de bureaus ook systematische kennisontwikkeling op enigerlei wijze gestalte krijgt.
Hier zijn opmerkingen per bureau, weer in omgekeerde volgorde:
11. Onix Architecten: het bureau oogt een stimulerende werkomgeving te koesteren; een intern of extern 'kennissysteem' blijkt echter niet duidelijk.
10. DP6 Architectuurstudio: het bureau lijkt over de gebruikelijke, informele kennisstructuur en -relaties te beschikken, maar geeft in de tekst geen blijk van externe oriëntatie.
9. Jaco D. de Visser: er worden wel activiteiten genoemd die zouden kunnen bijdragen aan kennisontwikkeling, maar het totaal van de geëxpliciteerde in- en externe maatregelen in de tekst overtuigt niet.
8. Venhoeven CS: de interne kennisuitwisseling is aanwezig; dit lijkt minder te gelden voor geformaliseerde methoden en netwerken.
6. UN Studio: positief ogen de interne kennisorganisatie en het individugerichte afsprakenstelsel; de externe kennisdimensie wordt echter niet expliciet gemaakt.
6. Heren 5 Architecten: de positieve kennisstatements lijken niet helder geconcretiseerd, het genoemde 'kennissysteem' kan interessant zijn, maar is in de tekst nog niet valideerbaar.
5. De Zwarte Hond: interne cross-learning en de expliciete doelstelling m.b.t. de persoonlijke (kennis)ontwikkeling van medewerkers oogt stimulerend; er worden geen externe of geformaliseerde kennisverbanden genoemd.
4. Rudy Uytenhaak Architectenbureau: een (informeel) mentorensysteem wordt genoemd, maar lijkt niet geïnstitutionaliseerd; positief is de interne structuur voor kennisborging.
3. diederendirrix: er is een kwaliteitsbenadering geformuleerd, vormgegeven en consciëntieus gedocumenteerd op een wijze die overdraagbaar is; cross-learning op basis van het eigen portfolio is benoemd; de verbinding met hoger (wetenschappelijk) onderwijs en onderzoek oogt vruchtbaar.
2. Group A: de interne kennisontwikkeling oogt goed en is 'tastbaar' verankerd. De ambitie m.b.t. kennisontwikkeling is expliciet georganiseerd en in concrete streefcijfers uitgedrukt.
1. De Twee Snoeken: biedt de meest overtuigende combinatie van gerichte opleidingen voor medewerkers, praktijkleren, onderzoeksgerichte attitude en externe kennisnetwerken; de eigen kennisontwikkeling is actief en tevens geïnstitutionaliseerd.

5. Thema klantvriendelijkheid - Jurylid Ir Fer Felder, opdrachtgever.
De vragen: Hoe ziet u de verhouding met uw opdrachtgever, mede in relatie tot andere actoren in het veld, zoals gemeentes of andere overheden, supervisoren, bouwers en/of eindgebruikers? Zou u zichzelf in de bouwketen kunnen voorstellen als ontwerper, direct verbonden aan de eigenaar/producent van grond of opstallen? Of heeft u wellicht nog andere ideeën of ervaringen die de traditionele verhouding opdrachtgever-architect ter discussie stellen?
Het oordeel: Felder's conclusie was dat een aantal architecten hun opdrachtgevers niet vertrouwen, maar er wel voor willen (moeten) werken en dan dus - om aan zichzelf en de eigen idealen trouw te blijven - kiest voor een bemiddelende rol tot de stad of de eindgebruiker. Daarmee zit men dus feitelijk op de stoel van de opdrachtgever, zonder daarmee een open discussie aan te gaan. Een enkeling is voldoende overtuigd van eigen kracht om de confrontatie aan te gaan en op basis daarvan zich ook verdergaand te verbinden. Het spreekt voor zich dat hij een voorkeur voor het laatste heeft.
Enkele opmerkingen bij de klantvriendelijkheid van de architectenbureaus, weer in omgekeerde volgorde:
11. Onix Architecten: Wil zeker niet in dienst staan van opdrachtgever, maar wel op zoek naar eigen opdrachten waar een opdrachtgever bij gezocht kan worden.
10. De Zwarte Hond: Regisseur en geweten van opdrachtgever en eindgebruiker.
9. De Twee Snoeken: Te allen tijde onafhankelijk, wel evaluaties met opdrachtgever en derden.
8. diederendirrix :Eigen maatschappelijke idealen en aandacht voor de gebruikers.
7. Group A: Mediator tussen opdrachtgever en de anderen.
6. Rudy Uytenhaak Architectenbureau: 'Potlood' van de opdrachtgever maar als het erop aankomt toch bemiddelaar met zorg voor redelijke onafhankelijkheid.
5. Jaco D. de Visser Architectenbureau: Bezield opdrachtgever is noodzakelijk waarvoor je sparringpartner wilt zijn; in kader van 'branding' is een nadere binding voorstelbaar.
4. Heren 5 Architecten: Aandacht voor huisbezoek en thuisgevoel; sympathiek, maar zo wel op de stoel van de opdrachtgever.
3. DP6 Architectuurstudio: Kunnen zich voorstellen gebonden te zijn, vooral omdat de relatie opdrachtgever-architect tegenwoordig uitgehold wordt.
2. Venhoeven CS: Assistent en adviseur van opdrachtgever; ervaring met DBFMO.
1. UN Studio: Overtuigend met de uitspraak: '2007 year of the client' en 'a butleresque pleasure in servicing the client'; architect als 'a simple mason'. Speelt eveneens in op DFBMO contracten (design, build, finance, maintenance, operate).

Optelling van de vijf thematische rangordes en de nominatievolgorde leidt tot de overall-winnaar en eerste Nederlandse 'Architect van het Jaar 2007': Un Studio te Amsterdam, met op de tweede plaats Rudy Uytenhaak Architectenbureau en als derde Venhoeven CS, beide eveneens gevestigd te Amsterdam.

Organisatie en Secretariaat
ArchitectenWerk, Wassenaar - Kees van der Hoeven (mail direct > kavander@xs4all.nl).
Vormgeving beeldmerk > Marloes de Laat en Roel Vaessen, Nijmegen.

1996-2007 © > ArchitectenWerk - P.O. Box 2129 - NL 2240 CC Wassenaar - Fax 070-5177983