wiwo-logo
achtergrond

overzicht . achtergrond . procedure . programma . locatie . inzendingen . juryleden . prijzen . winnaars


NRC Handelsblad - 22 mei 1997 - Adri Duivesteijn
Het 'wilde wonen' vereist collectieve planning - deel 2/1

Weeber

Montijn

Zaaijer

Mulder

Duivesteijn

Tot ver in die negentiende eeuw was het een vanzelfsprekende zaak om een huis naar eigen inzicht te (laten) bouwen. Daarna is het woningvraagstuk meer dan een eeuw een collectieve nood geweest, een collectieve taak waarvoor een complex van instituties werd opgebouwd. Terecht merkt Weeber op dat die werkwijze achterhaald is. En als woningbouw niet langer een collectief uitgevoerde taak hoeft te zijn, is een nieuwe verhouding tussen overheid en burger mogelijk.


De rijksoverheid kan zich sterker concentreren op die dringende opgaven in de ruimtelijke ordening die alleen met collectieve inspanningen kunnen worden bereikt. En die zijn er voldoende. Door de snelle onwikkelingen op het gebied van de economie en de infrastructuur dreigt het bestaande, als integraal bedoelde ruimtelijke ordeningsbeleid krachteloos en versnipperd te raken. Niet de realisering van afzonderlijke gebouwen of wijken, maar de gaafheid c.q. de samenhang van de ruimtelijke ordening als geheel, met oog voor belangrijke en kwetsbare sociale, culturele, cultuurhistorische en ecologische waarden, is nu een dringende kwestie van collectief belang.

Dat geldt voor het landschap en ook voor de steden. De stad is door de eeuwen heen niet alleen een ruimtelijke entiteit geweest maar ook de broedplaats van de ontwikkeling van de cultuur. Dat laatste dreigen we kwijt te raken. De stad wordt ruimtelijk steeds diffuser - ze is veranderd in een 'stedelijk veld' - en het is de opgave van stedelijk en ruimtelijke ordeningsbeleid om haar daarbij te behouden als cultuurpolitieke inspiratiebron en als publiek domein. De poging die daartoe met de 'compacte stad' - gedachte van het huidige VINEX-beleid is gedaan, is onvoldoende gebleken en dus is een andere benadering nodig. Op dergelijke opgaven zou de overheid zich moeten concentreren met alle kracht en luciditeit die zij heeft of die zij kan genereren.


Als de rijksoverheid zich, aldus overtuigd, beperkt tot de hoofdlijnen van het ruimtelijke ordeningsbeleid, kunnen de afzonderlijke opgaven binnen dit raamwerk, zoals de woningbouw, worden gede-institutionaliseerd en opnieuw worden toevertrouwd aan de energie van de burgers die er primair baat bij hebben. De overheid schept dan vooral een stedebouwkundig kader en garandeert collectieve waarden in de vorm van onder meer openbare ruimten en openbaar vervoer, en vertrouwt op de energie en creativiteit van zelfbewuste, geemancipeerde burgers om daarbinnen tot expressie van hun woonwensen te komen. Vooral de gemeentelijke overheid kan in de bevordering van het opdrachtgeverschap van de burger een krachtige rol spelen: zij is bij uitstek verantwoordelijk voor het maken van bestemmingsplannen en dus in staat kansen te scheppen voor de burger als opdrachtgever voor zijn eigen woning.

Collectieve planning op hoofdlijnen met individuele invulling: de traditie van geplande organische groei kan opnieuw actueel zijn. En dan is er, in plaats van het romantische voorbeeld van de Amsterdamse grachtengordel, een interessantere en recentere referentie voor een nieuwe plannings strategie te vinden in de Peruaanse hoofdstad Lima. Daar hebben uitbreidings gebieden Villa El Salvador en lluaycan, met samen zo'n half miljoen inwoners, een door de gemeente ontwikkeld verkavelingspatroon met brede stroken voor verkeer en openbare functies. pleinen en parken.


Volgens het zogenoemde sites and services - principe wordt elke kavel (site) leeg opgeleverd met aansluitingen op water, riool en elektriciteit (services). Iedere burger is vervolgens opdrachtgever en bouwt op zijn kavel zelf zijn woning, naar eigen behoefte en inzicht en in eigen tempo. Zo is in een paar decennia tijd een rijke zich nog altijd verder ontwikkelende verscheidenheid aan bebouwing ontstaan. De gemeentelijke overheid en de burgers zijn daarbij elkaars bondgenoot. 'Organische' stedelijke groei blijft nog altijd mogelijk en leidt tot stadsdelen die ook in de toekomst vermoedelijk zeer aantrekkelijk zullen blijven.

Naar het begin

Top pagina


Het lijkt ironisch dat een echt rijk land als Nederland lering kan trekken uit een stedebouwkundig model dat in een 'arm' land als Peru wordt uitgewerkt, maar onvoorstelbaar is het niet. In Lima wordt het model ingezet om de schaarste aan overheidsmiddelen te compenseren door de energie van de burgers aan te spreken voor de opbouw van gezonde steden. In Nederland kan het model juist worden gebruikt om de overheid effectief te laten terugtreden en opnieuw ruimte te bieden aan de energie, het scheppend verlangen en het kapitaal van de individuele burger. Uiteraard moet het Limase model aan de Nederlandse omstandigheden worden aangepast. Hier ligt een mooie taak voor stedebouwkundigen, architecten en bouwers en een wenkend perspectief voor een nieuwe verhouding tussen de burgers en de overheid.



overzicht . achtergrond . procedure . programma . locatie . inzendingen . juryleden . prijzen . winnaars

wiwo-logo
achtergrond