overzicht . achtergrond . procedure . programma . locatie . inzendingen . juryleden . prijzen . winnaars |
|||||
NRC Handelsblad - 22 mei 1997 - Adri Duivesteijn |
|||||
| Weeber |
Architect Carel Weeber bepleit liberalisering van ruimtelijke ordening en woningbouw. Volgens Adri Duivesteijn mogen beide niet op een hoop worden geveegd. Wie grotere vrijheid voor de burger wil, moet niet de overheid aanpakken, maar de instituties die zich tussen overheid en burger hebben genesteld.
Weeber schept hiermee een interessante opening voor een debat over de woningbouw, maar zijn analyse is te beperkt. De liberalisering die hij hier predikt is nog iets te veel de persoonlijke vrijmaking van Carel Weeber zelf. Hij was, naar eigen zeggen, "de ergste staatsarchitect" die de Nederlandse volkshuisvesting de afgelopen decennia kende, met weinig consideratie voor de wensen van individuele bewoners. Nu is hij, als een ware bekeerling, even ongenuanceerd in de afwijzing van zijn vroegere zelf. Het is een interessante ommekeer in zijn persoonlijke ontwikkeling en veel van zijn kritiek op de huidige werkwijze deel ik. Maar zijn oplossing gaat voorbij aan de noodzaak van een echt nieuwe relatie tussen overheid en burgers. Weeber heeft om te beginnen ongelijk als hij ruimtelijke ordening en woningbouw op een hoop gooit. Het is juister om ze, meer zelfs dan tot nu toe gebruikelijk is helder te onderscheiden. De overheid is er om de hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening uit te zetten, en daarbinnen kan de woningbouw inderdaad verregaand door individuele burgers geschieden. Weeber noemt hiervan zelf een beroemd historisch voorbeeld: het Amsterdamse uitbreidingsplan uit 1614, de grachtengordel. Volgens Weeber ,"beperkte het stadsbestuur zich tot de uitgifte van de kavels", maar dat was behalve een beperkte ook een cruciale taak. Door een (nog altijd herkenbaar en markant) stedebouwkundig stramien vast te stellen, schiep het stadsbestuur de voorwaarden waaronder de 'organische' stadsgroei mogelijk was. Het resultaat was dus een mooie synthese van collectieve planning op hoofdlijnen en individuele invulling. Ofwel: ruimtelijke ordening als overheidstaak en daarbuiten een aan de burgers toevertrouwde woningbouw. Ook Weebers aanval op de 'staats architectuur' zit er naast. Nederland kent geen staats architectuur. We kunnen beter spreken van 'institutionele woningbouw'. De woningbouw komt tot stand in een uitgebreid institutioneel veld waarin tegenwoordig woningcorporaties en projectontwikkelaars het primaat hebben. Niet alleen de individuele burger heeft, zoals Weeber opmerkt, weinig zeggenschap over het eigen wonen, ook de invloed van de democratische overheid - of het bewustzijn van haar mogelijke invloed - is drastisch afgenomen. Wie een grotere vrijheid voor de burger voorstaat, dient zich dus vooral te richten op de dikke institutionele laag die tussen overheid en burger is komen te staan, het zogenoemde 'middenveld'. Ooit was dit middenveld een effectief instrument voor de overheid om noden van de burgers op te lossen. Het is echter meer en meer een eigen leven gaan leiden. Nu het niet meer noodzakelijk is, staat het juist de vrijheid van de burger in de weg terwijl het ook een helder zicht belemmert op wat de taken van de overheid zijn. Doordat Weeber gefixeerd lijkt op 'staat' en 'overheid' ziet hij over het hoofd dat zijn idee geen 'staats architectuur' ter discussie stelt, mnar het intermediaire kader van woningcorporaties en projectontwikkelaars. Er moet een andere verhouding komen tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheden, en dus ook tussen de overheid en het particuliere initiatief van woningcorporaties en projectontwikkelaars. Nederland verandert daarbij niet van een totaal geleide economie in een totaal ongeleide, zoals het bij Weeber lijkt; wat verandert is de schakering binnen een gemengde economie. Ik zou veel eerder willen pleiten voor een helder onderscheid tussen ruimtelijke ordening en woningbouw, en voor de-institutionalisering als de twee ingredienten van een visie waarin de burger zijn traditionele rol van opdrachtgever kan terugkrijgen. Dat biedt zicht op een avontuurlijke toekomst en laat tegelijkertijd een historische lijn herleven, terwijl ook de voorstellen van Weeber erin hun plaats kunnen krijgen. |
||||
| Lees
verder
|
Vormgeven aan het eigen wonen is in mijn opvatting een wezenlijke cultuurdaad. De architect Le Corbusier zei op latere leeftijd - ook een bekeerling - dat architectuur "een fundamenteel menselijke expressie" is en hij verzuchtte: "Helaas is in de negentiende eeuw zelfs al iets eerder, de architectuur als specialisme voor de elite geintroduceerd." [Lees verder] |
||||
overzicht . achtergrond . procedure . programma . locatie . inzendingen . juryleden . prijzen . winnaars |
|||||