* Geen Rotterdam dan Amsterdam - #GvhJ 2015



De BOX was vorige week donderdag aanwezig bij de prijsuitreiking van de Beste Gebouw van het Jaar Prijs 2015 in Amsterdam. Voorafgaand aan de bekendmaking van de winnaars was er in de vroege middag onder leiding van BNA-directeur Fred Schoorl een compact sympsium met vijf sprekers. Drie pitches van jonge architecten en twee langere bijdragen van meer volwassen sprekers. Waar het aan lag weten we niet, maar bij de opening door vertrekkend BNA-voorzitter Willem Hein Schenk bleek slechts een handjevol toehoorders aanwezig... Was het de locatie in het hart van het Amsterdamse Westerpark? Kwam het door de stikdonkere zaal, normaal in gebruik als dance-podium? Of was de ditmaal gevraagde toegangsprijs een belemmering voor deelname? We weten het niet.
Wij waren in ieder geval gekomen om kennis te kunnen maken met eerste spreker Donna van Milligen Bielke [zie foto boven en spreek uit: 'Bjelke' - ze is de laatste winnaar van de prestigieuze Prix de Rome Architectuur] die voor een bliksembezoek en een lezing van 5 minuten haar verblijf in Rome [onderdeel van haar prijs] had onderbroken.





In die beperkte tijd besprak ze in alle rust haar twee belangrijkste projecten, allereerst haar wonderschone afstudeerplan voor een alternatief Amsterdams stadhuis op de plek van de huidige Stopera en getiteld: 'Reversed Boogie Woogie' [zie hier het betreffende plan bij ArchiPrix]. Een zeer bijzondere ingreep met klassieke architectonische elementen, een gebouw als stad in de stad, minutieus uitgewerkt en met prachtige beelden van een wereld die zowel vertrouwd als vernieuwend binnenkomt. Kortom, een indrukwekkend ontwerp van een van de meest talentvolle jonge architecten van deze tijd.
Dat haar afstudeerplan geen eendagsvlieg is, bleek toen ze op overtuigende wijze de eindkamp van de laatste Prix de Rome winnend afsloot. Met haar ontwerp slaagde ze erin om de schier eindeloze leegte rondom de Blaak in het centrum van Rotterdam nieuw leven in te blazen, juist door aan aanwezige gebouwen en plekken nieuwe gebouwde grenzen toe te voegen. Ook die ingrepen doen weer vreemd vertrouwd aan; vreemd omdat ze on-Nederlands van aard zijn, vertrouwd omdat ze met klassieke middelen als de galerij en de kloostertuin een nieuw houvast bieden in de bijna 'onneembare' open ruimte van dit deel van Rotterdam.





Gelukkig konden we later in de marge van de bijeenkomst ook nog persoonlijk met haar kennismaken om onze bewondering voor het werk over te brengen. En het was verrassend om te horen dat ze niet alleen lof voor haar werk had ontvangen. Met name Rotterdammers bleken soms laaiend en zelfs vijandig over haar brute ingrepen in de leegte, onbegrijpelijk wat ons betreft. Ze is nu haar eigen architectenpraktijk gestart [zie hier haar website], maar ze zou natuurlijk direct door grote bureaus of professionele opdrachtgevers moeten worden ingezet bij substantiele stedelijke of architectonische projecten.

Na Donna volgde een lezing van de als econoom opgeleide Kaj van Hasselt, die ons vanuit zijn bureau Shinsekai Analysis met een grote serie OMA/AMO gelijkende schema's en overzichten 'strategien voor een veranderende en verstedelijkende wereld' bood. En hij bleek inderdaad bij OMA/AMO werkzaam te zijn geweest. Vervolgens een pitch van de jonge architect Tom Bergevoet die ons meenam in zijn visie over de mogelijke bijdragen van architecten in hergebruik en transformatie van de bestaande gebouwenvoorraad. Aansluitend een presentatie van het inmiddels - na het winnen van de competitie voor de bibliotheek van Alexandrie - bekende Noorse bureau Snohetta. Managing partner Tonje Vaerdal Frydenlund had zich denkelijk vergist in haar gehoor, want wat volgde was een professioneel gepresenteerd reclameverhaal waarom wij nu juist met Snohetta in zee zouden moeten gaan en overigens sloot Snohetta's werkwijze wederom heel aardig aan op die van OMA/AMO. Ze liet nog wel een paar interessante projecten zien, waarbij wij weer aan het recente werk van Mecanoo moesten denken. Kortom, een vlotte bureaupresentatie, maar ze had ons verder weinig verrassends te melden.



Gelukkig besloot het kleine symposium met een korte bijdrage van Tom Bosschaert, industrieel ontwerper [TU Delft] en architect [Yale USA]. Hij ging moeiteloos door in vloeiend Engels om de filosofie van zijn bedrijf Except, dat hij als negentienjarige in 1999 oprichtte, aan ons toe te lichten: '[...] To find more effective solutions for pressing societal challenges using systems understanding, innovative design, and multi-disciplinary cooperation'. Hij bedacht de SiD-methodologie [Symbiosis in Development] die hij toepast met een interdisciplinaire groep wetenschappers en innovatieve ontwerpers en die hij inzet voor overheden en grote corporate klanten, zoals bijvoorbeeld IKEA wereldwijd: 'SiD combines inter-disciplinary innovation strategies with complex systems-thinking to find game changing solutions for organizations, cities, and industries. These include solutions for the circular economy, natural capital, bio-based economy, and resilience development'. Kort maar krachtig en toen we hem later nog persoonlijk spraken, raakten we eveneens onder de indruk van zijn persoon en zijn bedrijfsfilosofie: 'Iedereen deelt mee in de opbrengsten, mede naar rato van de projecten die ieder zelf binnenbrengt'. Zijn betoog vormde een mooie afsluiting van een enigszins tegenvallend symposium - op die eerste en laatste bijdrage na dus.





Na een korte pauze stroomden vooral de genomineerde architecten en hun respectievelijke opdrachtgevers de zaal binnen voor de bekendmaking van de categorieprijzen, de publieksprijs en de belangrijke overall-prijs Beste Gebouw van het Jaar 2015. Toch viel ook dan de opkomst nog een beetje tegen. De aangekondigde film van het juryproces bleek - ook na een tweede keer starten - helaas technisch niet in orde te zijn, dus dan maar direct naar de uitreiking van de prijzen. De jury begon vervolgens in duo-presentatie eerst alle negen genomineerden uitgebreid te bespreken, op het podium te noden en hun nominatieprijzen uit te reiken. Als je dat een paar keer hebt gezien en gehoord, wordt een en ander wel een beetje langdradig, maar goed ze hadden allen natuurlijk recht op onze aandacht. In de categorie Stimulerende Omgevingen won de Montessorischool van dezwartehond, bij Particuliere Woonbeleving kreeg het Brouwhuis van Bedaux de Brouwer de categorieprijs en bij Identiteit en Icoonwaarde versloeg Bastiaan Jongerius met zijn Kaasmakerij zijn belangrijke concurrenten de Markthal en Rotterdam Centraal. In de rubriek Sociale Cohesie vond de jury geen prijswinnende gebouwen.



Tenslotte besteeg juryvoorzitter Wim Pijbes het podium voor de belangrijkste prijzen, niet nadat hij toch ook nog een drietal verrassende eervolle vermeldingen uitdeelde aan societeit Vindicat in Groningen van dezwartehond ['Het enige pand in ons land waar in alle 54 ruimtes automatisch bier kan worden getapt...'], woonproject Volta Galvani van Geurst en Schulze en Kulturhus de Trefkoele van Spring architecten en Moederscheim-Moonen. Als voorlaatste volgde de uitreiking van de publieksprijs aan het High Tech Systems Park Hengelo van Leijh Kappelhoff Seckel van den Dobbelsteen architecten, Reitsema & partners architecten en MTD landschapsarchitecten. Een hele mond vol, maar in dat gebouw werken dan ook meer dan 2.000 mensen en die hadden natuurlijk alle op hun eigen gebouw gestemd.
Daarna volgde de bekendmaking van de winnaar van de Beste Gebouw Prijs van het Jaar 2015... Zoals wij al verwachtten werd die gelukkig toegekend aan het prachtige nieuwe Centraal Station van Rotterdam, ontworpen door Team CS [het samenwerkingsverband van Benthem Crouwel, MVSA en West8]. Het gebouw ontving inmiddels vele prijzen en de bijzondere gelegenheidscombinatie ontving eind 2014 al de Architect van het Jaar Prijs. Op de foto hieronder van links naar rechts de opdrachtgevers van ProRail en de gemeente Rotterdam en de architecten Jan Benthem, Jeroen van Schooten en Joost Koningen.





Na een laatste beeld van alle winnaars op het podium konden we aan de borrel op het zonovergoten terras, maar niet nadat Fred Schoorl vertelde dat Matthijs van Nieuwkerk diezelfde avond in zijn talkshow DWDD aandacht aan de prijs zou besteden.

En toen viel ineens alles op zijn plaats... de locatie van de uitreiking lag immers op loopafstand van de Vara-Studio's in het Westerpark en juryvoorzitter Wim Pijbes was daar toch al een vertrouwde gast? We konden de prijswinnaars zelf niet eens meer persoonlijk de hand drukken, want ze hadden nog maar net tijd genoeg om bij de schmink langs te gaan voordat DWDD om 19.00 uur van start ging. Kortom, de aansluiting met de directe tv-publiciteit van de prijs bleek perfect voorbereid en de 8 minuten die het programma aan de architectuur besteedde, waren nog zelden vertoond! Tussen 1,2 en 1,5 miljoen kijkers voor de architecten en hun prijswinnende gebouw. Het optreden ging Jan Benthem trouwens prima af, met korte en vrolijke quotes zoals over 'dat Rotterdamse gebouw van Amsterdamse architecten'. Bekijk hier het fragment.

'Geen Rotter dam dan Amsterdam' zei onze leermeester altijd over die oer-Hollandse rivaliteit en in retrospectief waren beide steden op deze dag dan ook goed vertegenwoordigd. Zelfs in het werk van de allereerste spreker met dat Amsterdamse afstudeerplan en haar Rotterdamse ontwerp voor de Prix de Rome: Donna van Milligen Bielke - onthou die naam.





[Zie hier de eigen website van de prijs en bekijk ook onze eerdere selectie uit de inzendingen voor de Beste Gebouw van het Jaar Prijs 2015.] - 30 mei 2015 - BOX 1.686/BNA


* Jaarboek 2014/15 - Gewoon goed is goed genoeg?

Helaas konden we ditmaal zelf de presentatie in Rotterdam van het nieuwe Jaarboek Architectuur in Nederland 2014/15 niet bijwonen, daarom bespreken we hier de selectie en de teksten van de redacteuren Tom Avermaete, Hans van der Heijden, Edwin Oostmeijer en Linda Vlassenrood uit het boek zelf . Hieronder een beeld met de 30 geselecteerde projecten van dit seizoen, gerangschikt op alfabetische volgorde van de architecten.



We beginnen met de eerste zin van het voorwoord: 'Het Jaarboek Architectuur in Nederland bevat dit jaar voor het eerst meer verbouwingen dan nieuwbouwprojecten.' En die zin is dan ook via het persbericht keurig overgepend in alle besprekingen die er tot nu in de couranten en op internet zijn verschenen. Om duidelijk te maken dat die opening niet correct is, laten we in onderstaand plaatje zien hoe de projecten werkelijk zijn verdeeld over nieuw- en verbouw. We hanteren daarbij een van de drie criteria die de redactie bij de selectie vaker noemt: 'typologie, compositie en materialiteit', in dit geval de laatste van de drie. Van boven naar beneden ziet u achtereenvolgens de nieuwbouwprojecten in staal, glas en beton, de nieuwbouw in hout, de nieuwe gebouwen in voornamelijk baksteen en tenslotte de reeks renovatie en hergebruik, de verbouwingen dus. Dat zijn in ons schema precies 13 stuks, dus ruim minder dan de helft... [click op het plaatje voor een grotere, leesbare versie].



Om aan 'meer dan de helft' te komen, moet er kennelijk nog ergens nieuwbouw als verbouwing worden benoemd... De redactie zou dan het grote nieuwe winkelproject in Nieuwegein van Dok Architecten en/of de grote hoeveelheid nieuwe gebouwen rond het Plein 1944 in Nijmegen van Soeters Van Eldonk wellicht typeren als verbouwing? Maar dan zitten we nog steeds maar op de helft van de projecten - immers 15 van de 30. Of ontstaat die meerderheid door tenslotte het nieuwe Centraal Station van Rotterdam ook nog als verbouwing te bestempelen? Het lijkt ons in ieder geval een onzinnige gedachte om een compleet nieuw project van meer dan 600 miljoen euro als verbouwing te zien, vindt u ook niet? Wat is er daar nu hergebruikt, op de speculaasjes en de oude letters van Sybold na?

Maar goed, terug naar het betreffende voorwoord met als titel: 'Naar een kritiek van een veranderend systeem'. De redactie bespreekt deskundig de actuele veranderingen in ons vaderlandse architectuurklimaat; het stoppen van de grote bouwstromen, de opkomst van (collectief) particulier opdrachtgeverschap, de minisering van grootschalige gebieds- en projectontwikkeling en het einde van het zo geroemde kwaliteitsdenken in de architectuur. En ook de architectuurkritiek en theorievorming blijkt helemaal ingekakt te zijn... inclusief een sneer naar de vorige redactie die in het jubileumjaarboek slechts terugkeek aan de hand van die zogenaamde 'lijstjes' van architecten en projecten.



Tegenover die teloorgang ziet de redactie de opkomst van de vele nieuwe initiatieven die vooralsnog worden gekenmerkt 'door een grote verscheidenheid aan insteken en benaderingen'. En vervolgens komt de aap uit de redactionele mouw: 'Er is echter een probleem: het ontbreekt ons op dit ogenblik aan de gepaste woorden om het karakter en de eigenheid van die nieuwe initiatieven goed te duiden. De architectuurkritiek beschikt nog niet over de termen om de recente benaderingen uit de architectuurcultuur te benoemen.' U hoort, deze redactie wil van het Jaarboek - dat toch in eerste instantie probeert de jaarlijkse architectuurproductie aan een breder publiek te presenteren - een heus theoretisch vertoog maken, kennelijk een uitgebreidere versie van het tijdschrift Oase... niet geheel onbegrijpelijk overigens, want de helft van deze redactie werkt(e) daar al langjarig aan mee.
Maar vandaag is deze redactie nog even op zoek naar woorden... We hopen dat de uitgever van beide periodiek verschijnende publicaties daar althans een stokje voor steekt, en dat het Jaarboek straks niet nog slechts toegankelijk is voor architectuurtheoretici en andere deskundologen. Tenslotte wagen de vier redactieleden in de acht essays in het boek wel ('op divergerende wijze') nog ieder een persoonlijke aanzet om, mede aan de hand van de geselecteerde - en enkele niet geselecteerde - projecten, verschillende actuele aspecten van de architectuur in ons land te duiden, waarover straks meer.



Helaas geen enkel commentaar op het klimaat waarin de opdrachten voor architecten tot stand komen, geen opmerkingen over de actuele situatie rond inzakkende woningcorporaties, rond Europese aanbestedingen of rond de destructieve DBFMO-methodieken van het Rijk, die door provincies en gemeenten inmiddels likkebaardend worden overgenomen. Ook de deplorabele situatie in het onderwijs komt in het geheel niet aan de orde. Waar de branche meer dan halveerde, zijn de opleidingen kennelijk nog niet doordrongen van de noodzaak hun instroom en studieprogramma's aan te passen. En de Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten BNA? Heeft de redactie wel in de gaten dat ook daar de architectuur en de 'beroeps'-vereniging hebben plaatsgemaakt voor opleiding en coaching van (jonge) ondernemers binnen een heuse 'branche'-organisatie? Hier schiet de redactie wat ons betreft tekort, architectuur is vanzelfsprekend niet slechts theorie, het is ook een economische activiteit, waarover juist nu iets beschouwends te zeggen zou zijn.



Ook de selectie van de projecten roept in dat kader vragen op. Uit de exploderende markt van (collectief) particulier opdrachtgeverschap zijn in de drie laatste Jaarboeken tot nu juist steeds minder voorbeelden te vinden... zijn de gerealiseerde voorbeelden niet interessant genoeg? En we misten eveneens een aantal prominente grote projecten, zoals het Grotiusgebouw in Nijmegen of uit Utrecht het muziekcentrum Tivoli en het nieuwe Stadskantoor. Of bijvoorbeeld de renovaties van schouwburg Kunstmin in Dordrecht door Greiner Van Goor, de Cacao-fabriek van Cepezed en gebouw De Zeeland van Mies Architectuur; zijn die minder goed dan de hotelaanpassing van het Volkskrantgebouw? En is die betreffende herbestemming dan weer beter dan de vele andere hotelverbouwingen?

Enfin, elke redactie maakt nu eenmaal zijn eigen selectie, vandaar dat we vanuit ons eigen helicoptertje wederom een paar (beeld)-lijstjes hebben gemaakt ter adstructie van de uiteindelijke keuzes in dit nieuwe Jaarboek.
Wat we hebben gedaan is anders dan anders; we hebben uit de selectie van 30 die projecten weggehaald, die waarschijnlijk ook door een anders samengestelde redactie zouden zijn gekozen. Uzelf zou die Markthal, Rotterdam CS en de vernieuwing van het Mauritshuis immers ook hebben opgenomen, nietwaar? En zo stapsgewijs verder zoals te zien in de langzaam leger wordende bovenstaande plaatjes. Tenslotte blijft ongeveer de helft van de projecten over, die dan ook als keuze nog directer aan deze redactie gekoppeld zijn. We hebben de zo overgebleven projecten opnieuw weer even opgenomen in dat schema langs de meetlat van de 'materialiteit', zie hieronder [click op het plaatje voor een grotere, leesbare versie].





En dan zien we van boven naar beneden en van links naar rechts een serie keurig gemaakte projecten. Twee houten gebouwtjes, een zevental projecten in baksteen en vijf renovaties. In baksteen de nieuwe societeit Vindicat in hartje Groningen van dezwartehond en een terrasvormig woongebouw van diederendirrix op de Zuidas... zijn dat nu de betere eigentijdse voorbeelden? Of het Kindcentrum van Geurst en Schulze en de woningbouw van Hilberinkbosch, beide met een compositie die sterk refereert aan de architectuur uit het Interbellum? Met name de laatste in deze baksteenserie roept vragen op. Het popcentrum Grenswerk in Venlo van de hand van Van Dongen Koschuh heeft zo lijkt het een bijzonder uiterlijk: alsof de vroegere raamopeningen zijn dichtgemetseld, waarna er in een later stadium nieuwe raamgaten in geponst zijn, met van buiten aangebrachte nieuwe kozijnen...





Maar kenden we dat grapje al niet van het Hotel Fouquet uit Parijs naar ontwerp van architect Edouard Francois? Ook daar een historiserende basisgevel met schijnbaar lukraak geponste nieuwe raamopeningen. De bijzondere beelden van het project uit 2007 gingen de hele wereld over, kennelijk eindigend op de tekentafels van Van Dongen Koschuh?
Tenslotte de vijf overgebleven renovaties, ook weer keurig gemaakte projecten met één vreemde eend in de bijt, het popcentrum De Nobel van Ector Hoogstad Architecten. De voormalige Leidse lompenhandel van binnen mooi gerenoveerd en heringericht, maar de nieuwe en nogal brute cortenstalen gevel komt wel heel hard aan in het pittoreske steegje dat vanaf de Lammermarkt toegang geeft tot het nieuwe culturele hart van Leiden...



Genoeg over de projecten in het boek, we gaan over naar de teksten, want ondanks dat eerder genoemde gebrek aan vocabulaire voor de nieuwe ontwikkelingen zijn er ditmaal acht essays van de redactie opgenomen. Hoogleraar Avermaete schrijft altijd mooie, klassiek opgebouwde en goed leesbare stukken, een over 'Sleutelen aan de laat-moderne architectuur' waarin hij achtereenvolgens schrijft over stedelijk decor, bekleding en compositie, collectiviteit en individualiteit van de woontypologie, rationaliteit als tableau en sleutelend innoveren. Het lukt hem in die laatste alinea's dan toch om een nieuw woord te introduceren: 'acculturatie', ofwel het proces 'waarbij twee culturen karakteristieken van elkaar overnemen zonder daarbij volledig hun eigenheid te verliezen', en dat hebben we dan toch maar weer geleerd. In zijn tweede tekst stelt hij de nieuwe praktijken aan de orde en constateert terecht dat de eerste resultaten van een nieuwe aanpak niet automatisch leiden tot architectonische kwaliteit, bij deze redactie steevast verwoord met de drie trefwoorden typologie, compositie en materialiteit.
Architect Hans van der Heijden schrijft allereerst uitgebreider over de twee grote projecten in Rotterdam, de Markthal en het nieuwe Centraal Station. Vooral het station moet het in zijn visie ontgelden en binnen dat station weer de verbindende passage tussen het centrum en de Provenierswijk. Met teksten als: 'De spectaculaire kolomloze stationshal leidt naar de reizigerspassage, waar dikke kolommen juist pontificaal midden in de ruimte staan en ernstig afbreuk doen aan de waarneming van de doorgang.' Of even verderop: 'Een passage op zo'n plek verdient het om meer te worden dan een verbrede winkelstrip die vol staat met constructieve obstakels.' Tja, wij weten dat de architecten alles tot op het bot hebben verwijderd om de passage zo open mogelijk te maken, dus we zijn benieuwd hoe architect Van der Heijden dit zou hebben opgelost. Zwevende sporen bestaan nu eenmaal niet, zeker niet als de treinen tijdens de bouw ook nog blijven rijden... Hij eindigt het artikel met een lofzang op het nieuwe Hauptbahnhof in Berlijn, waar alles kennelijk beter is ontworpen. Blijkbaar vergat hij in Rotterdam nog even stil te staan bij die goddelijk mooie, getwiste kolom van Jan Benthem, daar waar de draagconstructie van de stationsoverkapping de roltrappen ontmoet.



Van der Heijdens tweede tekst beschrijft de omgang van architecten met oude gebouwen en hij steekt de loftrompet over de aanpak van Van Egeraat bij de renovatie van de oude gemeentebibliotheek en de subtiele ingrepen van Jan van Grunsven in het voormalige postsorteercentrum ten behoeve van een dependance van de Rietveldacademie. Maar ook hier krijgt een architect de wind van voren, nota bene over de tienjarige inspanning [van Andre van Stigt] bij het succesvolle hergebruik van de Hallen in Amsterdam: 'Karakteristieke draagconstructies verdwijnen zomaar halverwege in nieuwe gipswanden. Gegalvaniseerde luchtbehandelingskanalen schieten schijnbaar lukraak heen en weer in de symmetrische hallen en lijken zonder noemenswaardige tussenkomst van een ontwerper bedacht te zijn. De gehandhaafde constructies, historische relicten en eigentijdse interventies worden herleid tot een geruststellende ambiance van vertrouwd geworden geinmproviseerde bouwkundige fragmenten.' En even verder: 'Iederéén kan het, zo lijkt het.' Niets over de inventieve combinatie van parkeergarage en funderingsherstel, niets over de strategie van de renovatie, waar de architect zelf overigens met twee miljoen euro persoonlijk aan bijdroeg... nee, met een dergelijk commentaar begrijp je niet meer waarom het project nog in het boek is opgenomen.

Redactielid Linda Vlassenrood schrijft uitgebreid over de bijzondere relatie tussen gebouw en landschap aan de hand van twee grote solitaire gebouwen, het Nationaal Militair Museum in Soesterberg en de kaasfabriek van Bastiaan Jongerius in de Beemsterpolder. Haar tweede stuk gaat over de enscenering van de ruimte binnen een aantal projecten en ook zij is lyrisch over de losse wandoplossingen van Jan van Grunsven voor de Rietveld-dependance. In dat kader noemt ze ook de beroemde tijdelijke wandinstallaties van kunstenaar Krijn de Koning in binnen- en buitenland. Je zou bijna wensen dat ze een volgende keer Krijn zelf vragen voor de blijvende inrichting van een gebouw.



Projectontwikkelaar Edwin Oostmeijer schrijft stukken die veel persoonlijker van aard zijn, waarin hij zijn eigen ervaringen combineert met zijn redactionele taak. Zijn eerste stuk beschrijft zijn belevenissen als aanwezige bij muzikale concerten in combinatie met het popppodium in Venlo en dan toch stiekem uitgebreid over het nieuwe Tivoli dat dus niet in de projectenreeks werd opgenomen. In zijn tweede stuk beschrijft hij de wandeling van de redactie langs een aantal projecten in Utrecht en bespreekt hij een paar Amsterdamse projecten langs de A10, waaronder OMA's hoofdkantoor van G-Star en het voormalige GAK-gebouw [dat trouwens niet buiten maar net binnen de Ring ligt Edwin!].
Oostmeijer was eerder werkzaam als journalist en daarom was het extra pijnlijk - want een journalistieke doodzonde - dat auteur Kirsten Hannema bij lezing grote delen van haar eigen tekst over Marlies Rohmers Lombok-project [eerder gepubliceerd in Architectuur.nl] letterlijk tegenkwam in dat laatste essay. Tegenwoordig worden dagbladjournalisten wel ontslagen vanwege dergelijke omissies, maar wellicht dat in dit specifieke geval een inlegvelletje met erratum en correcte bronvermelding in het Jaarboek voldoet?





We besluiten met een totaaloverzicht van alle 90 projecten die deze jaarboekredactie tot nu selecteerde en omdat we de smaak van de 'lijstjes' weer te pakken hadden, hebben we ook die hierboven weer in twee vergelijkbare overzichten geplaatst. Op het onderste plaatje [click hier voor een leesbare versie] alle projecten, op het bovenste plaatje [click hier voor een leesbare versie] schrapten we de gebouwen waarvan we menen dat elke willekeurige redactie ze zou hebben opgenomen, zodat de nadere keuze van de actuele redactie resteert.
En dan is inderdaad hun voorliefde voor baksteengebouwen te zien die al in het Jaarboek 2012/13 naar voren trad, met name in het interview met Hans Kollhoff [zie onze eerdere recensie onder de titel 'Tussen gebaar en (gesinterde) baksteen']. De keuze sluit ook aan bij de inleiding die Hans van der Heijden hield bij de presentatie van het vorige Jaarboek, waarin hij herhaald meende dat de jaarproductie zich in ieder geval moest verhouden tot 'de oude gewoonten van grote groepen mensen.' Het is de vraag of die specifieke keuze nu ook voldoet aan dat andere criterium dat deze redactie zichzelf stelde, zoals te lezen in de laatste alinea van het meest recente voorwoord: 'Dat alles geldt bij uitstek voor een publicatie als het Jaarboek, dat beoogt een overzicht van best practice te zijn en dat geen reductie is van die praktijk tot een wensbeeld.'

U begrijpt dat wij althans niet altijd overtuigd zijn van al deze projecten als voorbeelden van 'best practice' - gewoon goed is meestal goed genoeg... Hoewel we in het vorige jaarboek dan wel een voor ons nog onbekend pareltje tegenkwamen, dat wij u hier niet willen onthouden. Ook om positief te eindigen met een wonderschoon project, de inbouw van nieuwe gebruiksmogelijkheden voor de Leegkerk in de provincie Groningen naar ontwerp van architect Jan Verrelst van AWG uit Antwerpen.
> Kees van der Hoeven.



[Zie ook onze eerdere recensie van het Jaarboek 2012/13 in BOX-bericht 1.642 uit 2013. Van der Hoeven was een van de vier redacteuren van de vorige serie Jaarboeken 2008-2011. Het nieuwe Jaarboek 'Architectuur in Nederland 2014/15' is voor € 39,50 verkrijgbaar bij NAi Booksellers.
Naschrift red. - 08 juni 2015: Vandaag verscheen een op onderdelen vergelijkbare Jaarboekrecensie door J.J.Berg et al op ArchiNed.] - 09 mei 2015 - BOX 1.685


* Nathalie de Vries eerste vrouwelijke voorzitter BNA



Het bestuur van de BNA maakte vandaag bekend dat Nathalie de Vries als enige kandidaat vanuit het bestuur wordt voorgedragen voor het BNA voorzitterschap. De Vries is architect en partner bij het internationaal gerenommeerde bureau MVRDV uit Rotterdam. De voordracht zal op de ledenraad van de branchevereniging van 13 mei aanstaande tot een besluit moeten leiden. Wij van De BOX hopen en verwachten dat de geplande benoeming doorgang zal vinden en we wensen Nathalie een mooie en vruchtbare tijd als BNA-voorzitter toe. Onderstaand nadere informatie over de voorgedragen voorzitter [bron: website MVRDV]:
Prof. Ir Nathalie de Vries, FRIBA [1965, Appingedam] is architect en stedebouwkundige. Ze is directeur en mede-oprichter van het wereldwijd opererende architectenbureau MVRDV, dat ze samen met Winy Maas en Jacob van Rijs in 1993 startte. Ze studeerde van 1984 tot 1990 aan de facultiet Bouwkunde van de TU Delft. Sinds 2013 is ze hoogleraar architectuur aan de Kunstacademie in Dusseldorf.
Nathalie de Vries is daarnaast lid van de Raad van Toezicht van het Groninger Museum en Kunstcentrum Witte de With en was dat eerder ook bij het Nieuwe Instituut, het Stimuleringsfonds voor de Architectuur, het NAi, het Moti Museum en de stichting Oase. Ze gaf les aan verschillende architectuur opleidingen, zoals onder meer Harvard GSD, IIT Chicago, het Berlage Instituut, de TU Delft en de AvB Arnhem.
Tenslotte was De Vries van 2002 tot 2004 hoogleraar architectuur aan de TU Berlin en Spoorbouwmeester voor NS-ProRail van 2005 tot 2008. Binnen de BNA was ze eerder actief als voorzitter van de Stuurgroep Onderzoek.



Bij een positief besluit van de ledenraad komt daarmee op 1 juli aanstaande een einde aan het vierjarig voorzitterschap van Willem Hein Schenk, die vanaf september 2011 de scepter zwaaide. Willem Hein Schenk, architect en partner van De Zwarte Hond, heeft met bestuur en bureau de BNA door moeilijke tijden geloodst. Wij danken hem zeer voor zijn niet aflatende inzet in de afgelopen vier jaar en heten hem natuurlijk van harte welkom als jongste lid van de VNILZOV [Vereniging van Nog In Leven Zijnde Oud-Voorzitters van de BNA ;-].
Naschrift 13 mei 2015:
Nathalie de Vries is door de Ledenraad van de BNA bij acclamatie benoemd tot de nieuwe voorzitter; ze begint op 01 juli aanstaande in haar nieuwe rol.

[Zie ook het eerdere BOX-bericht 1.577 uit 2011 over de toenmalige benoeming van Willem-Hein Schenk als BNA-voorzitter.] - 29 april 2015 - BOX 1.684/BNA


* Stevige stappen in het Cultuurkwartier van Leiden

Het Rijnlands Architectuur Platform [RAP] is de laatste jaren steeds actiever doende met de ontwikkelingen rond de architectuur in hun thuisstad Leiden. Een enthousiaste club die nieuwe vormen vond voor het werven van aandacht voor vak en inhoud, zoals met de regelmatige talkshow 'Stand van de stad', met een mix van inhoudelijke onderwerpen, debat, muziek en literatuur. Gisterenavond trok de talkshow ook weer veel publiek naar Scheltema, waar we helaas niet zelf konden aanschuiven [zie hier het razendsnelle verslag].
Wij kijken hier nog wel even terug op de voorlaatste bijeenkomst die het RAP mede met Museum de Lakenhal in Scheltema organiseerde op donderdag 02 april jongstleden. We zaten niet in de goedgevulde zaal van de tot cultuurcentrum omgebouwde voormalige dekenfabriek, maar bevonden ons op de omloop rond de centrale vide. Vandaar dat de onderstaande beelden 'neerkijken' op de sprekers en het publiek.





De avond werd geleid door de altijd charmante journaliste Tracy Metz, die als native speaker uiteraard geen enkele moeite had met de Engelse taal waarin de lezingen en het debat plaatsvonden. Dat Engels mede vanwege de eregast van de avond, de beroemde Britse restauratie-architect Julian Harrap. We waren bij elkaar voor een toelichting en een nader gesprek over het definitieve ontwerp van renovatie en nieuwbouw voor de Lakenhal, die samen met Scheltema [architect Reinier Verbeek] en het recent geopende pop-podium Gebr. de Nobel [architect Ector Hoogstad] het nieuwe culturele hart van Leiden vormen binnen de bouwblokken tussen Lammermarkt, Marksteeg en Oude Singel.
Het plan werd eind vorig jaar al in het museum zelf door Happel Cornelisse Verhoeven Architecten [HCVA] voor het eerst gepresenteerd, maar hun co-architect Harrap was nog niet eerder aan het woord geweest. Na een inleiding van directeur Meta Knol over het museum zelf, stak Harrap van wal met een overzicht van eerder gerealiseerd werk.





Het is altijd weer een groot genoegen om iemand met een mooie, rustige basstem en met prachtig klassiek taalgebruik uit het hoofd een verhaal te horen houden over een indrukwekkend oeuvre. Harrap liep een grote serie renovaties en restauraties langs, waarbij hij telkens en zeer precies toonde dat elk project zijn eigen randvoorwaarden stelt voor de te kiezen ontwerpoplossing. Hij besloot met wellicht zijn beroemdste werk, het Neues Museum in Berlijn, dat hij samen met architect David Chipperfield realiseerde. Harrap: 'Degenen die het gebouw al bezochten, zullen het speciale gevoel nog wel herkennen dat je krijgt als je met je hand langs het gepolijste beton van de trapleuning strijkt...'. Dat werk dus, onnavolgbaar. En dan komt Chipperfield zelf straks ook nog naar Leiden voor een ontwerpopdracht aan de Meelfabriek.





Op de twee beelden hierboven is de bestaande en de nieuwe situatie van de voorzijde van de Lakenhal te zien, met aan de rechterzijde de zogenaamde Papevleugel als eerdere uitbreiding. Door het verwijderen van de overkapping wordt het voorplein weer in oude luister hersteld en achter de subtiele, gesloten nieuwe gevel links komt het museumcafe met aansluitend een terras op het plein.
Tijdens die eerste presentatie in november maakten we nog een snelle ronde door de museumzalen op zoek naar enkele topstukken, zoals hieronder het beroemde triptiek van Lucas van Leijden en tenslotte een van de laatste schilderijen van beeldend kunstenaar en schrijver Jan Wolkers.





Op de maquette hieronder is in blauw de gehele nieuwbouw goed herkenbaar, met het museumcafe rechtsboven, de nieuwe glazen overkapping van de binnenplaats en de kantoren in een hoger bouwdeel aan de Lammermarkt. Wat ons betreft een heldere en zorgvuldige opzet, waar inmiddels ook bouwvergunning voor is en die door de architecten nu verder wordt uitgewerkt.





Alleen de glaskap had misschien nog een niveauverschil mogen hebben tussen het langwerpige deel en het gedeelte tussen de bestaande gebouwen. Dat dan vertikale glasvlak zou de hoofddrager van de glaskap kunnnen zijn, waarmee de gesuggereerde minimale hoogte van de nu zichtbare draagbalkjes van het glas misschien in werkelijkheid zo subtiel als getekend ook gemaakt kunnen worden...
Nadat Nienke Happel na de lezing van Harrap nog een uitgebreide toelichting op de uitgansgpunten en gemaakte keuzes in de plannen had gegeven, kon het aangekondigde debat onder leiding van Tracy Metz beginnen. Onze vaste lezertjes weten wel hoe wij denken over Nederlanders die in het Engels debatteren, dus dat herhalen we hier niet.



We hadden zelf thuis nog en vraag voorbereid en met gebruikmaking van onze woordenboeken E/N en N/E zelfs uitgeschreven om geen fouten te maken. Vooral over de begane grond van die vreemd verrassende gevel aan de Lammermarkt. We wilden vragen: 'Er wringt toch iets aan de verhoudingen op de begane grond, met name bij dat grote raam van een van de museumzalen [aan de rechterzijde]. Dat raam lijkt op de toegangsdeur voor de aan- en afvoer van goederen [aan de linkerzijde], zou dat rechtse raam dan niet juist anders van vorm moeten of kunnen zijn?' Voorbereid werd dat in het Engels: 'Something wriggles in the proportions of that facade, don't you think?'
En dan zie je weer eens hoe slecht we via de Engelse taal onze precieze bedoelingen kunnen overbrengen... Tracy vertelde me later dat to wriggle wel wringen of 'er tussendoor slippen' betekent, maar dus niet het figuurlijke 'wringen' dat werd bedoeld. Navraag bij onze oud-leraar Engels leerde dat het beter was geweest om te vragen: 'There is something awry in the proportions of that facade, don't you think?' maar ook dan weten we bijna zeker dat de Nederlandse architect weer niet precies begrepen had wat wij bedoelden. Engels voor een debat met Nederlanders blijft gewoon een ramp, hoe je ook je best doet - quod erat demonstrandum. In Delft gaat op de faculteit Architecture na de master, straks ook de bachelor geheel in het Engels... dat wordt nog wat.





Vreemd verrassend, dat blijft het beeld van die nieuwe gevel, ook na nadere beschouwing. Maar wel een vondst, die schuine aansluitingen aan de bestaande bebouwing in het benedendeel. Naast onze eigen vraag bleek het publiek niet heel erg kritisch op de nieuwe plannen voor het complex. Of het moesten bezwaren zijn tegen het verplaatsen van een historische trap en een enkele kritische noot over het handhaven, c.q. niet aanpakken van de grote Papevleugel. Julian Harrap plaatste uiteindelijk een mooie slotopmerking: 'U zult zien dat het nieuwe gebouw in de tijd de toon zal gaan zetten voor latere aanpassingen aan of vervanging van de reeks belendingen.'





We denken dat de nieuwbouw uiteindelijk met veel zorg en aandacht zal worden gemaakt. Inmiddels is de baksteengevel verder uitgedetailleerd en Nienke Happel liet zien dat de gehele onderbouw in zogenaamde 'muizentanden' zal worden uitgevoerd. Een bijzonder baksteenverband waarbij de stenen in een hoek van 45 graden naast en boven elkaar worden geplaatst. En die bakstenen zelf worden speciaal in Duitsland gemaakt, met een serie ovenbehandelingen waarmee een gemeleerde sortering van grijzen en gelen ontstaat.
We baseren ons vertrouwen mede op onze dagelijkse reis van huis naar de snelweg, want dan passeren we een ander recent opgeleverd project van dit architectenbureau. Het betreft een mooi in het landschap ingepast recreatief paardenbedrijf van de familie van Paridon in Valkenburg. Een blankhouten gebouwencomplex met mooie niveauverschillen in de kappen en met een prachtige klassiek gevormde binnenplaats met kolommengalerij, te zien op de twee laatste foto's.
We verheugen ons dan ook op de bouw van de nieuwe Lakenhal en wensen de architecten veel succes en wijsheid bij de afronding van hun bijzondere en eervolle project. En natuurlijk met dank aan het RAP voor deze leerzame en genoeglijke avond.





[Zie ook een eerder verslag van de betreffende avond, de website van de Lakenhal en die van Happel Cornelisse Verhoeven Architecten.] - 22 april 2015 - BOX 1.683


* Onze eigen selectie Beste Gebouw van het Jaar 2015

In de afgelopen dagen dompelden we ons weer eens onder in de vele inzendingen voor de titel 'Beste Gebouw van het Jaar', nu de editie 2015. Dit jaar 120 gebouwen, iets minder dan de helft van de 250 van vorig seizoen. Of het ermee te maken heeft weten we niet precies, maar het is niet onmogelijk dat de ditmaal ook voor BNA-leden noodzakelijke betaling van 100 Euro bij deelname een drempel(tje) heeft opgeworpen (niet-leden betaalden net als vorig jaar 500 Euro).
Er kon weer worden ingezonden in vier categorien, te weten: Identiteit en Icoonwaarde (I), Leefbaarheid en Sociale Cohesie (L), Stimulerende Omngevingen (S) en Particuliere Woonbeleving (P) en deze keer krijgt elke categorie tevens een winnaar. We begonnen met het bekijken van alle inzendingen en maakten per categorie een eerste selectie. Vervolgens kozen we de gebouwen die we zelf zouden willen bezoeken, of die we al hadden bezocht en zouden willen nomineren als virtuele jury.

We starten met de rubriek P en maakten een 1e selectie: Woonhuis Makkinga van DP6, Woonhuis IT van HoogteTwee, Woonhuis Rosmalen van de TweeSnoeken, Op Zuid van diederendirrix, Zomerhuis Texel van BenthemCrouwel, Brouwhuis van BedauxdeBrouwer en het Tuinhuis van Zecc. Wij nomineren de onderstaande drie projecten (zie beelden van HoogteTwee, BenthemCrouwel en Zecc).







We zouden zelf het bovenstaande project van Zecc als categoriewinnaar kiezen. Hoewel niet direct vernieuwend, dan toch zeker prachtig gemaakt, uiterst charmant gesitueerd en vooral zichtbaar dat het met een grote liefde voor de gebruiker en het vak is ontworpen.

In de rubriek L selecteerden we De Vrijheid van diederendirrix, Thuis Everts van de Architektenkombinatie, Project in Enschede van Onix, Huis van Hendrik van Heren5, Vota Galvani in Woensel West van GeurstenSchulze en de CacaoFabriek van cepezed. Die laatste twee projecten zouden we graag willen bezoeken:





En we zouden de categorieprijs aan Vota Galvani van de hand van Geurst en Schulze hebben gegeven. Hoewel niet nieuw, ze maakten immers eerder een vergelijkbaar ensemble in Rotterdam, laat het met groot vakmanschap een volstrekt eigen interpretatie zien van de multiculturele samenleving. Met grote aandacht voor de stedelijke ruimte, voor de individuele woning en met een prachtig kleurenpalet, waardoor wat ons betreft het wijkje werkelijk staat te 'stralen'. [Om de 'oude' sfeer in de wijk Woensel West te beleven, beluisteren we vaker het vroegere duo Teeuwen en Smeenk...]

In de rubriek S kozen we slechts drie projecten die we overigens alle graag in werkelijkheid zouden willen zien, in de volgorde van de beelden: Kantoor Concertgebouwplein van Rijnboutt, Garenspinnerij van GrosfeldvanderVelde en Kunstmin van GreinervanGoor.







Juist omdat we deze drie projecten nog niet in levenden lijve hebben gezien, kunnen we hier geen categoriewinnaar kiezen... wel met een lichte voorkeur voor de bijzondere renovatie van Schouwburg Kunstmin, oorspronkelijk van de hand van Sybold van Ravesteijn, maar de bijgeleverde beelden van de daar door Greiner van Goor toegevoegde nieuwbouw overtuigden ons nog niet.

Tenslotte de goed gevulde categorie (I)... Je zou zeggen dat in deze tijd Identiteit en Icoonwaarde minder belangrijk zijn geworden, en je zou achteraf wensen dat de inzenders een meer strategische keuze hadden gemaakt voor een rubriek. Vele I-projecten zouden ook een L- of een S-project kunnen zijn geweest, of geworden. Maar goed, wij gingen welgemoed aan de slag en vonden 12 projecten uit die categorie interessant: Brunel van Pauwert, Markthal van MVRDV, Sporthal Groningen van MarliesRohmer, De Nobel van EctorHoogstad, Eemhuis van NeutelingsRiedijk, DeZeeland van MiesArchitectuur, CS Rotterdam van TeamCS, Woningbouw Den Bosch van HilberinkBosch, Kaasfabriek van BastiaanJongerius, Mauritshuis van HansvanHeeswijk, Stadskantoor van Kraaijvanger en Tivoli van AHH e.a. We kozen er zes die we echt belangrijk vonden, drie die we al bezochten (zie onderstaande beelden): Tivoli, Markthal en CS R'dam:







En drie die we zelf nog moeten zien: DeZeeland, Mauritshuis en de Sporthallen in Groningen (zie beelden):







En als je het nu echt over Identiteit en Icoonwaarde hebt, verdient Marlies Rohmer deze categorieprijs te winnen met die onnavolgbare golfgevel in Groningen. Volstrekt uniek en on-Nederlands van uitstraling... Wel jammer dat het gebouw achter die gevel dan weer gewoon Hollands van aard is, net als bij de mooie facade van haar eerdere Moskeegebouw in Amsterdam.

Inmiddels is het belangrijkste deel van de keuze van de officiele jury vandaag bekendgemaakt, zie onderstaand het negental nominaties.



Vier van die negen nomineerden wij eveneens. Het overzicht laat zien dat - waar wij een enigszins 'romantische' keuze maakten - deze jury vrij hard en modernistisch heeft gekozen. En dat kon je misschien ook wel verwachten, met name vanuit de architect-juryleden (de jury onder voorzitterschap van Wim Pijbes bestaat verder uit Peter Defesche, Janneke Bierman, Arno Boon, Peter Veenstra en Yvonne van Mierlo). We zijn vanzelfsprekend benieuwd naar hun categoriewinnaars en we hopen dat onze eigen voorkeuren straks nog terug te vinden zijn bij hun drie eervolle vermeldingen.



Tenslotte zijn we ervan overtuigd dat er dit jaar er maar één gebouw de overall-prijs 'Beste Gebouw van het Jaar' kan winnen en dat is natuurlijk Rotterdam Centraal van Team CS (ze werden met dit gebouw al eerder > Architect van het Jaar 2014).
Dit voorbeeldige project steekt immers met kop en schouders uit boven alle andere! Een waardige winnaar dus.

[Zie voor alle nadere info de website van Beste Gebouw van het Jaar 2015. We maakten eerder eigen selecties voor de Gebouw van het Jaar Prijs in 2013 en in 2012.] - 02 april 2015 - BOX 1.682



Berichten uit de voorgaande maanden in het

* Archief-overzicht.



*

© 1997-2012. Copyright ArchitectenWerk.