|

|
* Rijksvastgoedbedrijf negeert rechten en eigen regels
Afgelopen vrijdag hoorden we van architect Hans Ruijssenaars dat hij een kort geding heeft aangespannen tegen de Staat der Nederlanden over de handelwijze van het Rijksvastgoedbedrijf bij de voorbereiding en uitvoering van het renovatieproject voor het pand Bezuidenhoutseweg 30, het voormalige ministerie van Economische Zaken in Den Haag.



Wat is er aan de hand? Het Rijksvastgoedbedrijf (verder RVB) heeft via een DBFMO-aanbesteding een consortium geselecteerd voor de verbouwing van B30 tot hoofdkantoor voor de twee Nationale Planbureaus. Kaan Architecten maakt als architect deel uit van dit consortium. Voorafgaand aan die aanbesteding heeft het RVB - toenmalige Rgd - afspraken gemaakt met Hans Ruijssenaars als architect van de vorige, gelauwerde transformatie (zie eerste drie foto's).


 Die afspraken omvatten in hoofdlijnen:
- De persoonlijksheidsrechten (Auteurswet) van architect Ruijssenaars worden erkend en gerespecteerd.
- De architecten van de deelnemende consortia moeten met Ruijssenaars collegiaal overleg voeren,
- Het RVB houdt Ruijssenaars op de hoogte van het aanbestedingsproces,
- De waardestelling die door externe deskundigen is opgesteld en vastgelegd in het Bouwhistorisch Onderzoek is voorgeschreven.



Geen van deze afspraken wordt echter nagekomen door het RVB. Ruijssenaars ziet bij toeval dat de verbouwing begonnen is, vraagt nadere informatie op bij de gemeente, er is immers een bouwvergunning verstrekt, en krijgt die vervolgens niet vanwege kennelijk noodzakelijke geheimhouding. Hij bezoekt de bouwplaats, maar wordt ook daar niet compleet geinformeerd. Hij ziet wel dat de sloop van zijn dakverdieping inmiddels is begonnen en besluit - na opnieuw onbevredigend contact te hebben gehad - tot de huidige actie over te gaan.



De omvangrijke dagvaarding leest als een roman. Er is helder en puntsgewijs te lezen dat Rijk en Gemeente dwars tegen alle afspraken in gewoon hun eigen gang gaan, zelfs de negatieve adviezen van Monumentenzorg over het nieuwe plan worden simpelweg genegeerd (het pand is inmiddels immers een Rijksmonument - inclusief Ruijssenaars' ingrepen).



Het plan van Kaan architecten (zie onderste vier illustraties) laat de door Ruijssenaars geintroduceerde ruimtelijke structuur in tact (ca 85%) maar verwijdert alle herkenbare onderdelen (ca 15%), zoals kolommen en portalen in de hal en de opbouw daarboven. Kennelijk met het idee dat je beter alle ingrepen van de vorige architect kunt slopen in plaats van slechts een gedeelte. In de bijgevoegde plaatjes is goed te zien dat met name van beeld en sfeer van de door Ruijssenaars overdekte centrale hal weinig overblijft.



Wij begrijpen niet dat de nieuwe architecten niet door hun opdrachtgever met hun zo gewaardeerde collega in contact zijn gebracht. En het is eveneens pikant te weten dat Ruijssenaars al in 2010 aan BNA Onderzoek heeft voorgesteld om de negatieve effecten van dit soort DBFMO-projecten eens diepgaand boven tafel te krijgen. Dat werd toen niet opportuun geacht en sommige architecten laten in Twitter-berichten naar aanleiding van de vergelijkbare rechtszaak over Naturalis zelfs weten dat procederen niet past bij het beeld van de 'nieuwe architect' dat de branche actueel kennelijk voor ogen staat.


 Als oud-lid van het College van Toezicht (het tuchtcollege) en als oud-voorzitter van de BNA voelt schrijver dezes dan ook de plaatsvervangende schaamte opkomen voor bovengenoemde houding van deze leden van de beroepsgroep... Architecten zouden als één man achter Ruijssenaars moeten gaan staan en zich met hem in optocht naar Den Haag begeven om te protesteren tegen deze teloorgang van architectonische kwaliteit en tegen het inmiddels belabberde culturele en ethische niveau van de actuele beslissers in Rijksgebouwenland. Kennelijk dient de intensieve, zelfbewonderde lobby van de BNA in de Haagse burelen andere doelen? Dat de Staat de 'markt' laat prevaleren boven het 'fatsoen' nemen we dezer dagen op de koop toe. En we laten de echte keuze daartussen dan maar over aan de rechter... Gelukkig krijgt Ruijssenaars wel steun van de bekende architectuurhistoricus en hoogleraar Vincent van Rossem. Hij schreef een mooi stuk over de relatie tussen het oorspronkelijke gebouw van Rijksbouwmeester Knuttel uit 1917 en de gewaardeerde ingrepen van Ruijssenaars uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij concludeert: 'Niet alleen als hoogleraar architectuurgeschiedenis maar ook als medewerker, sinds 1997, van de Amsterdamse monumentenzorg, kan ik de voorgenomen plannen alleen maar met klem veroordelen. Natuurlijk wordt het gebouw van Knuttel niet werkelijk terug gerestaureerd naar de situatie van 1917. Dan zou het onbruikbaar zijn. Men neemt zonder dwingende noodzaak een aantal wezenlijke onderdelen van Ruijssenaars weg uit het gebouw, maar het atrium moet wel behouden blijven, de zo karakteristieke binnenplaats van Knuttel komt niet terug. Dan resteert wat Ruijssenaars zo knap had weten te vermijden: een slechte verbouwing.' /Kees van der Hoeven. Naschrift 1 24-03-2015: Vanzelfsprekend hebben we gepoogd om Kaan architecten en de woordvoerder van het Rijksvastgoedbedrijf aan de lijn te krijgen voor een reactie. Dat is tot op dit moment (11.00 uur) nog niet gelukt, maar we blijven het proberen. Inmiddels spraken we met genoemde woordvoerder die onze vraag - waarom de 'nieuwe' architect geen contact heeft opgenomen met de 'oude' architect - zal proberen te beantwoorden, maar hij achtte het waarschijnlijker dat hij uiteindelijk moet verwijzen naar het standpunt dat de landsadvocaat aanstaande donderdag zal innemen. Naschrift 2 24-03-2015: Inmiddels ook contact gehad met Kaan Architecten. Mochten helaas niets zeggen over de zaak. We vonden nog wel het verslag van de vergadering van de Welstands- en monumentencommissie van de gemeente Den Haag waarin de nieuwe plannen werden behandeld, zie deze pagina en click dan op het verslag van de vergadering van 03 september 2014.
Naschrift 3 25-03-2015: Op ArchiNed reageert architectuurhistoricus Dirk Baalman (in de persoon van de oorspronkelijke architect Knuttel) op de ontstane situatie. Zijn mening - kennelijk eerder verwoord als adviseur van een van de verliezende consortia - staat diametraal tegenover die van zijn collega-historicus Vincent van Rossem. U kunt zijn tekst en de reacties (zoals de onze) hier lezen. Naschrift 4 30-03-2015: In het voorbije weekeinde hebben we nagedacht over een mogelijke (ontwerp)oplossing voor het gerezen geschil en die gedachten tevens overgebracht aan de directie van het verantwoordelijke consortium Facilicom.
[Zie ook onze eerdere twee kritische BOX-berichten 1.663 en 1.668 over de vermaledijde DBFMO-systematiek. Het bedoelde Kort Geding van Ruijssenaars versus de Staat der Nederlanden dient op donderdag 26 maart 2015 om 13.00 uur in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag. De BOX was erbij; de inhoud van de zaak die 3,5 uur duurde is echter te complex om hier kort en bondig weer te geven. Uitspraak op 09 april 2015.] - 23/24/25/30 maart 2015 - BOX 1.681
* Parlement voor de derde keer naar Amsterdam?
Afgelopen maandag werden we 's morgens vroeg attent gemaakt op enkele tweets van de bejaarde politicus Jan Nagel [75 jaar oud, erevoorzitter van de politieke partij 50-Plus en Eerste Kamerlid] die op diezelfde dag om 11.00 een 'revolutionair plan' zou presenteren op het architectenbureau van de bejaarde architect Cees Dam [nu 82 jaar].



We konden nog in de auto springen om de persconferentie bij te wonen, maar besloten toch maar even te wachten op nader nieuws. Snel op zoek naar de achtergronden vonden we inderdaad de aankondiging van het plan, die kennelijk al op de vrijdag daarvoor op de website van de 50-Plus-partij was geplaatst. Potverdorie, dachten we, dat gaat echt wat worden en we werden steeds nieuwsgieriger...


 Rond een uur of twaalf belden we met het bureau Dam en Partners en vroegen om nadere informatie. 'Meneer, de persbijeenkomst is nog niet afgelopen, dus ik kan u nog niets meedelen' vertelde de telefenoniste. Een half uur later werd ik teruggebeld dat er inmiddels een persbericht met beeld beschikbaar was, ze zou het me toesturen. En inderdaad kwam onderstaand persbericht van 50-Plus binnen:



Het 'spectaculaire plan' behelsde de verhuizing van het gehele parlement, inclusief de Raad van State en alle ministeries naar een nieuw te bouwen complex op IJburg in Amsterdam. 900.000 m2 nieuwbouw, kosten 1,5 miljard euro en 4 jaar bouwtijd. En dat allemaal omdat de aangekondigde opknapbeurt van het Binnenhof wel 13 jaar kon gaan duren... En er zat ook nog een plaatje bij, dat overigens meer weg had van een nieuw bedrijventerrein.


 Nu staat de heer Nagel er om bekend dat hij wel weet hoe de publiciteit te bespelen en ja hoor, het nieuws haalde al snel de dagbladpers, zoals de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en zelfs een klein berichtje in de papieren editie van NRC Handelsblad. En het zou niet lang meer duren of op deze nieuwsarme dag zou tevens aangekondigd worden dat Jan Nagel zou optreden in DWDD en Nieuwsuur of zou aanschuiven aan de tafel van Jeroen Pauw. En natuurlijk stond het bericht als update op de eigen website van 50-Plus.
Wie schetst onze verbazing dat we vervolgens een tweet kregen van Marijn Schenk van Next Architects dat hij het spectaculaire plan al kende van een publicatie uit 2008. Hij stuurde de beelden mee en inderdaad zagen we hetzelfde plan van de hand van Cees Dam.



Toen bedoeld als het ontwerp voor een 'icoon' voor de stad Amsterdam, een van de vier plannen die de redactie van het weekblad Quest had gevraagd aan een aantal toonaangevende architecten. Hieronder de cover van dat bewuste nummer van Quest uit juli 2008.


 Het is wel aardig om ook de andere ontwerpen te laten zien, zoals hieronder het plan van de architecten van Studio SK, onder andere van de hand van Paul van der Ree als bekende stationsarchitect.


 En Marijn Schenk kon het weten, want Next diende zelf ook een ontwerp in, hieronder hun plan voor een driepotige brug over het IJ in Amsterdam.


 Maar ook ons toen nog nationale enfant-terrible Carel Weeber leverde een enorm gebouw in de vorm van 150 meter hoge letters 'NL' als een nieuw nationaal museum onder de rook van Schiphol.



Voor ons was die berichtgeving uit 2008 een mooie reden om navraag te doen bij Jan Nagel zelf, zijn telefoonnumer stond immers onder het persbericht. 'Ja daar wil ik u graag meer over vertellen. Ik heb het plan eerder bedacht, namelijk al in 2003, en toen heb ik Professor Cees Dam gevraagd om dat idee in een spectaculair ontwerp voor een terrein in Overamstel vorm te geven', stelde de heer Nagel, maar hij kende de Quest-publicatie uit 2008 niet. 'Bij dat eerste moment in 2003 wilde de heer Dam er zijn naam nog niet aan verbinden, mede omdat hij werkte aan rijksopdrachten in Den Haag [dat betrof het ministerie van Landbouw - red.]. Maar er zijn nu drie nieuwe argumenten waarom mijn idee weer opportuun is: Toen was ikzelf slechts ambteloos burger en nu ben ik Eerste Kamerlid, Cees Dam is nu wel vrij om betrokken te zijn en minister Blok kondigde kortgeleden aan dat het Binnenhof 13 jaar lang verbouwd gaat worden. Vandaar ons herhaalde voorstel voor verplaatsing van het politieke centrum van het land naar de hoofdstad.' Op mijn vraag of er nog kosten aan het ontwerp van Dam en Partners verbonden waren geweest, antwoorde Nagel ontkennend. Cees Dam was dus niet betaald voor het plan.
Vervolgens belden we Cees Dam, immers ook diens telefoonnummer stond onder het betreffende persbericht. We hebben elkaar wel eens ontmoet, maar we zijn niet bepaald bevriend, dus het gesprek liep enigszins stroef. Toen we stelden dat we op die maandag eigenlijk te maken hadden met een 'opgewarmd kliekje' uit een van zijn tekenlades, meende Dam: 'Als u dat vindt moet u dat maar opschrijven.' en hij mompelde nog iets over Niemeyers Brasilia en over 'onze kinderen en kleinkinderen'. Hij was zeer stellig over die aardige planpublicatie in het tijdschrift Quest, die kende hij beslist niet! 'Maar meneer Dam, u wordt daar toch echt zelf geciteerd?' Hij bleef echter ontkennen en vroeg ons om die pagina's dan maar aan hem op te sturen, hetgeen we prompt via e-mail deden. Daarna helaas niets meer van de professor vernomen.
Maar het verhaal wordt nog mooier: na een kort twitterdebatje over het toch vrij lachwekkende verhuis-initiatief kregen we van Tim de Boer de tip dat het idee uit 2003 ook al eens was gepubliceerd, namelijk in een bericht op de website van ArchiNed, zie hieronder. En ook toen al met hetzelfde ontwerp als illustratie.



Echter, het ontwerp was niet van de hand van Cees Dam maar van anderen: 'De initiatiefnemers nodigden een aantal jonge architecten - waarvan de namen, volgens een woordvoerder 'wegens mogelijke belangen verstrengeling helaas niet bekend kunnen worden gemaakt' - uit om 'geinspireerd door Berlijn en Brasilia' een nieuw ontwerp voor een regeringscomplex in Amsterdam te maken.' De lezer begrijpt dat de cirkel nu rond is: - Nagel maakt in 2003 met hulp van Cees Dam een plan voor verplaatsing van politiek Den Haag naar Overamstel. Hij publiceert dat in de week voor de Provinciale Statenverkiezingen vanuit Leefbaar Noord-Holland en omdat de naam van Dam niet genoemd mag worden, zijn 'jonge architecten' de auteurs. - In 2008 recyclet Cees Dam zijn eigen plan uit 2003 voor een publicatie in het tijdschrift Quest en kennelijk brengt hij Nagel daarvan niet op de hoogte. - Afgelopen maandag presenteren de heren Nagel en Dam gezamenlijk opnieuw het inmiddels 12 jaar oude plan als spectaculair nieuws... en wederom in de week voorafgaande aan de Statenverkiezingen. In de hoop op gratis publiciteit voor 50-Plus. Dat laatste ging natuurlijk hopeloos de mist in, zeker nadat het politieke nieuws die dag werd beheerst door de val van Opstelten en Teeven. Maar gelukkig hadden de dagbladen na enige tijd ook al begrepen wat een onzin de heren uitkraamden met hun revolutionaire politieke bedrijventerrein. Getuige alle reacties op twitter, maar inmiddels ook in het
Algemeen Dagblad, dat kon melden dat het verhuisplan in Den Haag vooral op de lachspieren werkte. Sprak Marijn Schenk nog van 'Oude wijn in nieuwe zakken', op deze maandag zagen we het demasqué van twee bejaarde BN'ers aan het eind van hun carrière: 'Verschaalde wijn van oude zakken.' /Kees van der Hoeven.
[Met veel dank aan Marijn Schenk van Next Architects voor de tip over het tijdschrift Quest en aan Tim de Boer voor het vinden van het eerdere artikel op ArchiNed.] - 11 maart 2015 - BOX 1.680
* Octatubes spectaculaire kabelgevels in de Markthal

 Afgelopen week waren we voor afspraken in Rotterdam en zo konden we voor het eerst ook even de nieuwe Markthal van MVRDV bezoeken. We kwamen vanaf de kubuswoningen van Piet Blom en zo zagen we de hal liggen in dat vreemde ensemble van precies te dateren gebouwen rondom.


 We waren vooral geinteresseerd in de spectaculaire glasgevels, naar ontwerp van Mick Eekhout en uitgevoerd door zijn bedrijf OctaTube. Ze bleken inderdaad indrukwekkend. Meer dan 40 meter breed en meer dan 30 meter hoog. Kortom, de grootste kabel-glasgevel van Europa.


 De gevels bestaan uit hardglazen platen van 1,5 meter in het vierkant. Ze zijn opgenomen in dragers op de vier hoekpunten. Die aan de binnenzijde weer verbonden zijn met strakgespannen horizontale en vertikale staalkabels.


 De uiteinden van de kabels zijn via speciale bussen - met een ingenieus spanmechanisme - weer opgenomen in de betonconstructie. Toen we bij Eekhout navraag deden, bleek de grootste kracht op die aanhechtingen ongeveer 30 ton te zijn... En hij vertelde dat bij windkracht 12 de hele gevel dan ook nog eens 70 centimeter heen en weer kan bewegen. Hij vergeleek het geheel met de bespanning van een tennisracket.


 Tenslotte vertelde Mick datie in de ontwerpfase een keer zwetend wakker werd met een herinnering aan een college van mechanica-hoogleraar Dick Dicke. Die vertelde daar dat door 'kruip' in de betonconstructie de tourniquets van de door hem geconstrueerde Bijenkorf niet meer open konden... Uiteindelijk hebben ze de glasruiten onderling een ruimere tolerantie [van 10 naar 14 mm] gegeven om ook mogelijke kruip in de betonconstructie te kunnen opvangen.


 Overigens beviel de sfeer in het enorme gebouw ons zeer. De begane grond van de Markthal is op alle manieren uitgenut met eettentjes en stalletjes waar je ook weer bovenop kunt zitten. En ook de etage is goed bereikbaar en bevat nog meer restaurants en andere retailinvullingen.


 De winkels gaan via een vide met roltrappen zelfs door in de kelderverdieping met enkele grote supermarkten. De voorstellingen van bloemen en groentes op de metalen bekleding van het tongewelf aan de binnenzijde zijn zoals bekend door kunstenaars ontworpen en aangebracht.


 Kortom, een nuttig bezoek aan een mooi gebouw, dat misschien ook nog wel een commercieel succes wordt nu de dagelijkse bezoekcijfers alle eerdere prognoses ruim blijken te verslaan.
[Mick Eekhout geeft op dinsdag 03 maart om half een in zaal B op Bouwkunde Delft een lunchlezing met film over het ontwerp en de bouw van de Markthal, uiteraard speciaal gericht op de kabelgevels.] - 02 maart 2015 - BOX 1.679
* Dispuut rond nieuwbouw Naturalis lijkt oplosbaar
Afgelopen donderdagavond zaten we temidden van een goed gevulde zaal met geïnteresseerd publiek klaar voor de presentatie van het definitieve ontwerp van Neutelings Riedijk Architecten voor de nieuwbouw van museum Naturalis in Leiden. Echter, de voorzitter van het organiserende Rijnlands Architectuurplatform RAP deelde ons vervolgens mede dat de presentatie niet door kon gaan. Omdat Fons Verheijen, architect van het bestaande Naturalis-gebouw inmiddels een rechtszaak aanspande tegen de nieuwbouwplannen, had de advocaat van Naturalis afgeraden om dat nieuwe ontwerp in het openbaar te presenteren. In de Volkskrant op diezelfde donderdag ['Ten eerste' - 12 februari 2015] beschrijft verslaggever Bart Dirks in het kort dat gerezen dispuut rond de gedachte nieuwbouw.


Wat is het geval? Naturalis heeft sinds kort een nieuwe algemeen directeur, Edwin van Huis, eerder directeur en opdrachtgever van dat prachtige gebouw voor het Instituut van Beeld en Geluid in Hilversum, een terecht gelauwerd ontwerp van Neutelings Riedijk Architecten.
Naturalis gaat in de nabije toekomst samen met enkele andere instituten en daartoe moet het bestaande succesvolle gebouw [met 300.000 bezoekers in 2014] worden uitgebreid. Er wordt een Europese aanbesteding georganiseerd voor het ontwerp van de extra benodigde kantoor- en depotruimte naast het bestaande Naturalisgebouw. Verheijen schrijft zich eveneens in, samen met architect Ken Yeang, een internationale grootheid op het gebied van duurzaamheid in de wereld, mede omdat duurzaamheid als belangrijk selectiecriterium wordt gepresenteerd.



Zes architectenbureaus worden aansluitend uitgenodigd voor het maken van een schetsontwerp: Benthem Crouwel, Claus en Kaan, LIAG, Kraaijvanger, Neutelings Riedijk en UnStudio. Verheijen valt als oorspronkelijk architect van Naturalis om onduidelijke redenen af [zogenaamd 'op punten' uit een staffel-lijstje] en mag dus niet meetekenen. De meeste architectenbureaus ontwerpen een uitbreidingsplan waarin de bestaande expositiezalen opnieuw worden ingericht en waarin de gevraagde kantoren en depots worden ondergebracht in de nieuwbouw, precies zoals het programma van eisen vraagt. Neutelings Riedijk winnen de competitie met een ontwerp met depots en kantoren in het bestaande complex en ze tekenen een naastgelegen nieuw gebouw waarin ze juist de museale ruimten onderbrengen. En dat alles rond een centrale hal die sterk doet denken aan hun eerdere gebouw voor Beeld en Geluid.



Kennelijk heeft directeur Edwin van Huis zijn zinnen gezet op een herhaling van dat eerdere Beeld-en-Geluid-succes, maar hij maakte in dit geval wel een paar essentiele fouten. Ten eerste hield hij zich niet aan zijn eigen programma van eisen, waarin de bestaande museumzalen worden hergebruikt. De andere fout is natuurlijk dat hij Verheijen niet voor de ontwerpcompetitie heeft willen uitnodigen. Het hele voorbereidingsproces tot nu toe doet denken aan de drieste acties van de ooit succesvolle museumdirecteur Erik Schilp voor het nieuwe Nationaal Historisch Museum in Arnhem. Dat er uiteindelijk dus niet kwam.
Gelukkig laten andere ontwerp- en bouwprocessen in de museumwereld zien dat het beter kan. Bij de recente renovaties en uitbreidingen van het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Goghmuseum in Amsterdam is te zien dat - met handhaving en opwaardering van de bestaande museale ruimtes - ook uitbreiding door andere architecten zeer goed mogelijk is.



En daar ligt dan ook waarschijnlijk de oplossing in de actuele kwestie Naturalis. Verheijen maakt terecht bezwaar tegen het met extra vloeren volplempen van zijn hoge en representatieve bibliotheek- en expositiezalen tot deprimerende depotruimtes. Hij is niet tegen het maken van een andere entree of een nieuwe hal en hij verzet zich zeker niet tegen het feit dat een andere architect die mogelijke toevoegingen gaat ontwerpen.
Met eerbied voor de waardevolle kwaliteiten van het bestaande gebouw en met respect voor het vastgestelde programma voor de nieuwbouw moet het toch kunnen lukken om een voor allen acceptabele oplossing te bereiken. Eerdere voorstellen daartoe zijn telkens gestrand.
Hier ligt ons inziens een schone taak voor Elco Brinkman, de recent benoemde voorzitter van de Raad van Toezicht van Naturalis. Immers, in zijn lange maatschappelijke carrière, onder meer in de bouwwereld, heeft hij wel voor hetere vuren gestaan.
[Dit opiniestuk van Kees van der Hoeven werd onverkort geplaatst in het Leidsch Dagblad van 20 februari 2015. Op de beelden van boven naar beneden: het publiek dat onverrichter zake weer naar huis moest, het huidige Naturalis-gebouw en twee beelden van de daar aanwezige maquette van de gedachte nieuwbouw van Neutelings Riedijk. Zie ook het eerdere BOX-bericht 1.643 over de perikelen rond Naturalis. ] - 14 februari 2015 - BOX 1.678
* Jaarlijkse Top-25 meest productieve architecten
Onze vaste lezers kennen hem wel, de lijst van de 25 meest productieve architecten in het commerciele vastgoed [kantoor- en winkelprojecten] die we elk jaar - ditmaal voor de achtste keer - samenstellen voor het PropertyNL Magazine. Hij werd in het eerste nummer van 2015 gepubliceerd, samen met een achtergrondartikel over de actuele stand van de branche.


Net als vorig seizoen is het totale volume dat de Top-25 architecten in 2014 hebben opgeleverd met 600.000 bruto m2 ongeveer gelijk gebeleven aan dat van 2013. Het kantoorvolume nam sterk af van 400k naar 250k, het winkelvolume bleef ongeveer gelijk op 200k, de nieuwe bedrijfs- c.q. distributieruimte kende een totaal van 150k. Daarmee de trend volgend dat wij steeds meer via internet producten aanschaffen en die pakjes moeten natuurlijk ergens vandaan komen...



We noemen hier de architectenbureaus uit de Top-10, de complete Top-25 is hier na te lezen. 01 - Klunder Architecten uit R'dam met 78.650 m2 02 - Kraaijvanger uit R'dam met 66.000 m2 03 - Dam en Partners uit A'dam met 50.000 m2 04 - Mies Architectuur uit Ede met 46.700 m2 05 - PLP Architecture uit Londen met 40.000 m2 06 - RPHS uit Voorburg met 31.600 m2 07 - VFO Architects uit Eindhoven met 28.000 m2 08 - Kentie Partners uit Halfweg met 23.900 m2 09 - Soeters van Eldonk uit A'dam met 21.500 m2 10 - Mecanoo uit Delft met 19.000 m2.



In het achtergrondartikel openen we met een rondje langs de velden in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag en behandelen we het vertrek van de Rijksbouwmeester en de laatste grote DBFMO-projecten van het Rijk. We zien een steeds kleinere groep architecten die nog in aanmerking komt voor Europese aanbestedingen en we noemen de recente cijfers betreffende de stand van de branche. We sluiten af met enkele laatste lichtpuntjes, die ons inziens te vinden zijn in herbestemming, de weer aantrekkende woningbouw en de energiebesparing in de bestaande bouw. Zie hier voor het complete artikel.


 [Op de beelden zijn het exterieur en interieur van de projecten Stadskantoor Utrecht - van de hand van Kraaijvanger - en Rabobank westelijke mijnstreek - naar ontwerp van Mecanoo - te zien.] - 03 februari 2015 - BOX 1.677/PropertyNL
* Afscheid architect-docent Jo Coenen van TU Delft

Afgelopen vrijdagmiddag vormde de Delftse Aula het decor voor de afscheidsrede van Jo Coenen als hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Zo'n bijeenkomst volgt een vastgesteld patroon: onder leiding van de Pedel betreedt het cortège van hoogleraren de zaal, terwijl wij als toeschouwers beleefd opstaan. Nu was al direct het grote netwerk van de scheidend hoogleraar te herkennen; vele andersgeplooide toga's en baretten in het cortège toonden behalve de bouwkundecollega's eveneens vele hooggeleerden van andere universiteiten. Prof. Dr Ir Jo Coenen betrad het spreekgestoelte voor zijn rede, waarna [in volgorde van importantie] de rector-magnificus, enkele collega's en medewerkers de vertrekkende hoogleraar toespraken.


 In drie kwartier keek Coenen aan de hand van drie zorgvuldig gekozen trefwoorden [bouw - meester - werken] terug op zijn carriere als architect en docent. Hoewel het leek of hij slechts een selectie van bouwwerken zou bespreken, kwamen in vogelvlucht een welhaast ontelbaar aantal gebouwen en vele grote stedenbouwkundige ensembles van zijn hand voorbij. In retrospectief is Coenen onwaarschijnlijk productief geweest, zowel in Nederland als in het Europese buitenland. Wij herinneren ons nog de eerste kennismaking met zijn bescheiden winkelverbouwingen tijdens een excursie in de jaren tachtig in Zuid-Limburg, waarbij hij overigens zelf niet mee naar binnen ging, omdat zijn opdrachtgevers daar kennelijk nog wat appeltjes met hem te schillen hadden... Maar die kleine omissies van toen heeft hij in de rest van zijn bouwende leven ruimschoots goed gemaakt, wat een indrukwekkend oeuvre! En dat nog los van zijn niet aflatende energie in het onderwijs, tot en met zijn jarenlange pleidooi voor een beroepservaringsperiode voor jonge architecten aan toe, dat hij startte vanuit zijn positie als gewaardeerd Rijksbouwmeester.


 Na het afscheidscollege was de beurt aan de rector - die zich had laten vervangen door de conrector, die het uitgebreide curriculum van Coenen formeel nog eens dunnetjes overdeed. Vervolgens de interimdecaan van Bouwkunde, Hans Wamelink die met name Coenens onnavolgbare, archaïsche taalgebruik en zijn eigenzinnige argumentatietechniek memoreerde. Als Jo met een zinsnede begon wist je onderweg immers nooit waar hij precies zou uitkomen en in belangrijke discussies bewaarde hij zijn bijdrage altijd voor het laatst. Waarmee hij dan uiteindelijk grote invloed op het te nemen besluit bleek te hebben gehad. Job Roos vergeleek die strategie met Inspecteur Columbo uit de gelijknamige televisieserie, die meestal pas bij het weggaan of het openen van de buitendeur de belangrijkste 'laatste' vraag stelde...


 De aardigste bijdrage kwam ditmaal van collega-hoogleraar Thijs Asselbergs. Die bedankte zijn collega Coenen vooral als bondgenoot in architectuur en onderwijs; nog kortgeleden hadden ze intensief samengewerkt aan het muziekcentrum Tivoli in Utrecht onder leiding van Herman Hertzberger. In het Delftse onderwijs is de club R-MIT van Coenen - nu onder de naam Heritage and Architecture - inmiddels opgenomen in de afdeling Architectural Engineering & Technology waar ook Asselbergs' leerstoel onderdeel vanuit maakt. Thijs besloot Jo Coenen, mede vanwege zijn ruime netwerk, zijn grote ontwerpkracht, nog gecombineerd met zijn enorme ervaring uit te roepen tot de eerste echte 'Architect des Vaderlands'.


 Wat ons betreft raakte hij daarbij precies de juiste snaar, want de grote waardering voor Jo Coenen bleek ook bij de aansluitende receptie; tout architectonisch Nederland was naar Delft gereisd om hem de hand te komen schudden. Alle bezoekers kregen bij hun vertrek al een boekje mee waarin de afscheidsrede in woord en beeld is opgenomen. Met een belangrijke uitspraak op het omslag: 'Alles hangt samen: de context en het gebouw zijn onlosmakelijk verbonden en de nieuwe architect dient zich aan als de verantwoordelijke voor een gebied dat veel groter is dan er op zijn kaart staat.' En zo is het! We wensen Jo Coenen nog vele productieve en gezonde jaren toe en hij zal zeker niet stilzitten nu hij kortgeleden nog werd benoemd als trekker van het grote ontwikkelproject 'IBA Parkstad' in Zuid-Limburg.
[Het bedoelde dankwoord van Thijs Asselbergs aan Jo Coenen is hier na te lezen. En de gehele bijeenkomst is hier te bekijken.] - 27 januari 2015 - BOX 1.676
* Wie won het debat, de boodschap(per) of de critici?

Het was een ambitieuze onderneming... We kozen ervoor om als hart van het programma - tussen de uitreiking van de #JAPrijs en de #AvhJ-Prijs in - op 19 december 2014 in Amsterdam een debat te organiseren rondom de tweede druk van Bernard Hulsmans Double Dutch. Mede omdat het boek na publicatie vorig jaar veel stof deed opwaaien bij de architectuurcritici, maar ook omdat het op de achtergrond een rol speelde bij een discussiedag die OMA/OMA organiseerde met een groep jonge architecten in Venetië. De organisatoren daar vroegen de jonge architecten wat zij zich voorstelden bij hun werk en positie in het jaar 2024, na Double Dutch in 2014 en Superdutch in 2004... Voor het getallengemak hadden ze die laatste publicatie van de hand van Bart Lootsma uit 2000 een jaar of vier vertraagd doen uitkomen. Daarom hadden we naast Hulsman ook Lootsma en Stephan Petermann van OMA uitgenodigd om mee te doen. Petermann bleek uiteindelijk verhinderd en Lootsma liet weten dat hij liever niet met Hulsman debatteerde: '[..] Ik vind dat een problematische figuur en ben al in de jaren 90 twee keer (drie keer?) als getuige deskundige opgetreden in juridische procedures van architecten tegen hem [..].' Gelukkig waren Hans Teerds [promovendus en docent aan de TU Delft], die over Double Dutch een kritische recensie schreef in 'de Architect' en Sander Woertman [eindredacteur van datzelfde blad] die zich eind vorig jaar vooral via Twitter uiterst kritisch had uitgelaten over het boek en zijn auteur, wel bereid om mee te doen. Het gesprek stond onder leiding van moderator JaapJan Berg.


 Na een korte introductie van uitgever Eelco van Welie van nai010 Publishers [zie bovenste foto] die het succes van de eerste druk memoreerde en de tweede, met 18 gebouwen uitgebreide druk - nu zowel in het Nederlands als in een Engelse vertaling - aan de auteur overhandigde, ging Bernard zelf van start met een korte toelichting op zijn boek. Hij citeerde uit zijn inleidende hoofdstuk de waarschijnlijk meest gewraakte passage: '[..] dat het postmodernisme zelfs nu nog niet dood is, is met twee logische redeneringen te bewijzen. De eerste is als volgt. In de jaren tachtig was Rob Krier een vooraanstaande vertegenwoordiger van het postmodernisme. Dertig jaar later zijn zijn opvattingen niet veranderd. Dus is Krier nog steeds een postmodernist. De tweede redenering gaat zo. Rob Krier was de afgelopen jaren in Nederland een van de succesrijkste architecten. Bovendien kreeg zijn succesformule veel navolging. Dus maakte het postmodernisme in ons land een bloei door in de jaren voor en na de eeuwwisseling. ' Je zou zeggen, geen speld tussen te krijgen. Naast de welbekende modernistische architectuur tierde het postmodernisme - door Hulsman op andere momenten ook wel neotraditionalisme genoemd - dus nog welig in onze steden. Hij toonde daarbij ter toelichting een van de nieuwe beelden uit het boek - van het centrum van Spijkenisse - alwaar naast het nieuwe theater van Ben van Berkel de achtergrond wordt gevormd door de traditionalistische woonvormen van de hand van Sjoerd Soeters.


 Om vervolgens de vloer aan te vegen met de neerbuigende en suggestieve reacties op zijn eerste boek. Met name Sander Woertman moest het ontgelden: die had de bovengenoemde eenvoudige redenering niet willen begrijpen; had zelfs beweerd dat een dergelijk boek niet door een criticus, maar door een historicus had moeten worden geschreven; bleek niet eens te weten wie Krier was, want verwisselde Rob met diens broer Leon, en twitterde tenslotte suggestieve berichten over zogenaamde rechtszaken waarin Hulsman in het verleden gewikkeld zou zijn geweest, onder meer met de al eerder genoemde Van Berkel... Terwijl er nooit, maar dan ook nooit een rechtszaak was geweest, kortom diskrediet zonder enige grond!
Voor de goede orde hebben we daarom het archief van NRC Handelsblad nog maar even geraadpleegd om te bezien hoe die discussie de wereld in is gekomen. Ons onderzoekje leverde een paar artikelen over de Erasmusbrug op, te beginnen met een verrassing. In 1991 werd er in het openbaar een levendige discussie gevoerd over de twee ontwerpen die voor die brug in de race waren, de stokkenbrug van Maarten Struijs en de tuibrug van Ben van Berkel. Op 08 februari 1991 schreven Peter Schat en Bernard Hulsman samen een stuk in NRC 'Over bruggen', waarin juist die brug van Van Berkel aan de gemeente Rotterdam werd aanbevolen! Maar inderdaad kwamen ook kritischer stukken boven water.


 Een van de laatste teksten van NRC-architectuurcriticus Max van Rooy verscheen [na oplevering van de Erasmusbrug] op 23 augustus 1996. Van Rooy was lovend over de brug, hij vond het een 'juweel', maar de twee andere gebouwen die hij onder de titel 'Een kraakpand ontwerpen; Het schots en scheve oeuvre van Ben van Berkel' beschreef, het museum in Enschede en het winkel- en kantoorcomplex aan de Nieuwezijds Kolk in Amsterdam, werden vakkundig de grond in geboord... Nog geen twee maanden daarna, op 16 oktober 1996 schrijft Hulsman over de visuele gelijkenissen van de Erasmusbrug met de tuibrug van Calatrava in Sevilla. Hoewel het woord 'plagiaat' in die tekst vaker voorkomt schrijft Bernard: ' [..] Ondanks de gelijkenis in beeld en bijnaam is de Erasmusbrug geen plagiaat. Van Berkel heeft zijn schuine pyloon een knik gegeven en hierdoor heeft de Erasmusbrug inderdaad een 'unieke vorm'. [..]' Maar je kunt je voorstellen dat Ben na deze twee opvolgende kritische stukken behoorlijk boos werd op NRC Handelsblad. En wellicht heeft hij een zaak overwogen, getuige de eerdere opmerkingen van Bart Lootsma in onze richting, maar zeker is dat die zaak [en dus zeker geen twee of drie] er nooit is gekomen. Op 24 oktober 1996 kregen Van Berkel en Bos van de krant de ruime gelegenheid om te reageren met een stuk onder de titel 'Critici Erasmusbrug leggen te veel nadruk op originaliteit'. Ze onthulden daarin dat de Zwaan was afgekeken van de geknikte Rotterdamse havenkranen... Weer een paar weken later kwam de betreffende brug op onverwachte momenten in een onbedwingbare trilling terecht, waardoor deze tijdelijk moest worden afgesloten. Waarvan ook weer uitgebreid - ook in NRC Handelsblad - verslag werd gedaan. Kortom, 1996 was niet Van Berkels beste jaar voor positieve publiciteit...



Terug naar het korte debat dat volgde op Hulsmans vrij scherpe introductie. Vanzelfsprekend bood JaapJan Berg aan Sander Woertman de gelegenheid om te reageren. Dat ging hem niet helemaal goed af vonden wij, hij sprak van definitiekwesties waar het postmodernisme betrof en meende dat de ruime aandacht van Hulsman voor het neotraditionalische deel van de bouwproductie ook impliciete steun inhield voor die stroming. Waarop Bernard direct opveerde en duidelijk maakte dat hij slechts had beschreven wat hij zag, dus zonder ook maar enige voorkeur uit te spreken, in tegenstelling tot andere architectuurcritici die het succes niet zagen of het postmodernisme al dood hadden verklaard. Voor hen bestond het gewoon niet, ze waren tegen zoveel banaliteit of vonden het minimaal oubollig of verwerpelijk, vergelijkbaar met Aldo van Eyck die zijn tegenstanders zelfs nooit met hun volledige naam besprak, maar met voornaam en letter als zogenaamde criminelen: bijvoorbeeld 'Robert V. en Michael G.' als vertegenwoordigers van de 'Rats, Posts and other Pests'... Maar goed, als de boodschap niet bevalt wordt ook nu de boodschapper kennelijk zelf verdacht gemaakt. Woertman kon daarop nog melden dat hij zojuist in een tweet had gemeld dat er inderdaad geen rechtszaak was geweest, waarop Hulsman repliceerde dat ook die handeling weer geen blijk gaf van begrip omtrent de impact van twitterberichten. Het in het openbaar opheffen van een beschuldiging betekende immers dat er kennelijk ooit een verdenking had bestaan... nogmaals geheel ten onrechte dus.
Tenslotte kreeg criticus Hans Teerds nog het woord, hij had immers al een uitgebreide recensie over het boek geschreven. Teerds [zie foto hieronder] had nog twee inhoudelijke opmerkingen, ook over Hulsmans interpretatie van het begrip 'postmodernisme' en tenslotte over de manier waarop de gekozen gebouwen door fotograaf Luuk Kramer in beeld waren gebracht. De foto's laten de projecten nu slechts aan de buitenkant zien, hetgeen het beeld van een oppervlakkige bespreking alleen nog maar bevestigt. Waren ook interieurs getoond, dan was er zeker een rijker en gelaagder beeld ontstaan, vond hij. Omdat de aandacht, met name van de jongeren die al druppelsgewijs naar de drank waren vertrokken, enigszins verslapte en er nog een programma-onderdeel te gaan was, werd een korte pauze ingelast.


 Gelukkig zagen we later bij de borrel Teerds en Hulsman nog in geanimeerd gesprek gewikkeld... Bernard had zich delen van Teerds' geschreven kritiek ter harte genomen, zo staat nu ook het Haagse stadhuis in het boek. Evenals trouwens twee extra projecten van... juist: Ben van Berkel zelve. Naast het al eerder genoemde theater in Spijkenisse is ook zijn REMU-schakelstation in Amersfoort in de tweede druk opgenomen. Wordt ongetwijfeld vervolgd; het laatste woord over Double Dutch is nog niet gezegd. [De foto's van de bijeenkomst zijn van Rene van den Burg. Double Dutch Double Dutch is verkrijgbaar bij nai010 voor € 29,50 zowel voor de Nederlandse als de Engelstalige uitgave.]
- 31 december 2014/01 (deels aangepast op 03) januari 2015 - BOX 1.675

Berichten uit de voorgaande maanden in het
* Archief-overzicht.
*

© 1997-2012. Copyright ArchitectenWerk.
|